Ontdek waarom zandnestplekken essentieel zijn voor wilde bijen zoals de klokjesgroefbij. Praktische tips voor de inrichting in uw tuin.
Bij het denken aan nestgelegenheid voor insecten komen vaak klassieke houten blokken met boorgaten of holle rietstengels in gedachten. Voor het merendeel van de inheemse wilde bijen zijn deze structuren echter waardeloos. Ongeveer 75 procent van de circa 560 in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland aangetoonde wilde bijensoorten nestelt niet bovengronds, maar graaft gangen in de aarde. Deze dieren worden geobionten (bodembewoners) genoemd. Een van deze specialisten is de klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum), die als wilde bij van het jaar 2026 centraal staat.
In verzorgde tuinen ontbreekt het vaak aan de durf om open plekken te laten. Dichte gazons, gesloten vaste plantenborders of bodembedekkende lagen van boomschors verhinderen de toegang tot de bodem. Voor een graafwesp of een wilde bij is een dergelijk oppervlak als een verzegelde betonnen muur. De klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum) is afhankelijk van xerotherme (warm-droge) locaties. Zij heeft plekken nodig waar de zon de kale bodem kan opwarmen, zodat haar broed in de ondergrondse gangen de noodzakelijke ontwikkelingstemperatuur bereikt.
De vrouwtjes van deze soort graven verticale gangen, waarvan horizontale broedkamers aftakken. Elke kamer wordt gevuld met een mengsel van pollen en nectar – het zogenaamde larvenproviand – voordat er een ei wordt gelegd. Als pollenspecialist (oligolektisch) verzamelt zij dit uitsluitend bij klokjes (Campanula). Als zij in de buurt van deze planten geen zandplekken vindt, blijft het voortplantingssucces uit, zelfs als het voedselaanbod overvloedig is.
De ene bodem is de andere niet. Afhankelijk van het bodemtype – het substraat – vestigen zich verschillende soorten. Terwijl sommige bijen los zand verkiezen, hebben andere leemachtige structuren nodig die na het graven stabiel blijven en niet instorten.
| Bodemtype | Eigenschappen | Geschikt voor (voorbeelden) |
|---|---|---|
| Zandbodem | Los, zeer waterdoorlatend, warmt extreem snel op. | Voorjaarszandbij (Colletes cunicularius) |
| Leembodem | Bindend, houdt vocht langer vast, zeer stabiel voor diepe gangen. | Klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum) |
| Löss / Slib | Zeer fijnkorrelig, vaak te vinden bij afgekalfde randen. | Voorjaarsvosje (Anthophora plumipes) |
| Kiezel-zandmengsel | Gatenpatronen tussen stenen worden benut. | Tuinwolbij (Anthidium manicatum) |
Om de biodiversiteit in de tuin te bevorderen, is geen groot project nodig. Vaak volstaat het om bestaande structuren te doorbreken. In de seizoenscontext zijn het vroege voorjaar of het late najaar ideaal om dergelijke plekken voor te bereiden. In deze fasen is de vegetatie sowieso gereduceerd en kan er gericht worden ingegrepen.
Bijzonder waardevol zijn zogenaamde tredgazons of wegbermen. Wanneer daar wordt afgezien van een gesloten grasmat, ontstaan natuurlijke nestplaatsen. Let erop dat deze plekken in de volle zon liggen. Schaduwrijke gebieden zijn voor de meeste grondnestelende wilde bijen ongeschikt, omdat de bodemwarmte ontbreekt.
Erhältlich bei Gartenexpedition.de

2,50 €
inkl. MwSt., zzgl. Versandkosten
Zum Shop →

3,27 €
inkl. MwSt., zzgl. Versandkosten
Zum Shop →
Partnerhinweis: Die verlinkten Produkte stammen von Gartenexpedition.de. Bei einem Kauf unterstützt du unsere Arbeit.
Door de bodem open te leggen, wordt een toevluchtsoord gecreëerd dat in het moderne landschap zeldzaam is geworden. Het is opmerkelijk hoe snel de eerste pioniersoorten deze „gaten in het systeem“ ontdekken en koloniseren. Een levende bodem is het fundament voor een functionerend ecosysteem in de tuin.
Gebruik ongewassen grofzand met verschillende korrelgroottes. Dit is stabiel genoeg zodat de gegraven gangen van de wilde bijen niet instorten.
Ja, enig onderhoud is nodig. Verwijder opkomende planten regelmatig, zodat het oppervlak voor grondbroeders zonnig en toegankelijk blijft.
Het einde van het najaar of het vroege voorjaar is ideaal. Zo worden actieve broedsels niet verstoord en zijn de plekken op tijd voor het vliegseizoen in het voorjaar klaar.
Kleine potten raken oververhit of drogen te sterk uit. Beter zijn zandnestplekken direct in de volle grond met een diepte van ten minste 40 cm voor een stabiel microklimaat.
Hoofdartikel: Klokjesgroefbij: Uw praktijkgids voor de wilde bij van het jaar 2026
Die Glockenblumen-Schmalbiene ist Wildbiene des Jahres 2026. Erfahre, wie du den Spezialisten Lasioglossum costulatum im Naturgarten gezielt förderst.
VertiefungErfahre, wie du Glockenblumen (Campanula) im Garten ansiedelst, um die spezialisierte Glockenblumen-Schmalbiene gezielt zu unterstützen. Tipps für den DACH-Raum.
VertiefungErfahre alles über Kuckucksbienen wie die Blutbiene: Warum die Brutparasiten der Glockenblumen-Schmalbiene ein Zeichen für ökologische Qualität im Garten sind.
VertiefungErfahre, wie du die Glockenblumen-Schmalbiene (Wildbiene 2026) durch blau-violette Stauden förderst. Fachwissen zu Campanula & Co. für deinen Naturgarten.
VertiefungErfahre, warum offene Bodenstellen für Wildbienen wie die Glockenblumen-Schmalbiene lebenswichtig sind. Praxis-Tipps für die Gestaltung in Deinem Garten.
VertiefungErfahre, warum Spezialisierung für Wildbienen wie die Glockenblumen-Schmalbiene (Lasioglossum costulatum) Fluch und Segen zugleich ist. Jetzt Wissen vertiefen.
Alle Artendaten stammen aus wissenschaftlichen Quellen (CC BY 4.0 / CC0). Namensnennung gemäß Lizenzbedingungen. Vollständige Quellenübersicht →