Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieFerdinandea cuprea
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 100 % · 2026
Ferdinandea cuprea heeft een koperkleurig glanzend achterlijf en donkere lengtestrepen op de rug. De soort kent twee generaties per jaar. De vrouwtjes leggen eieren bij boomwonden, waar de larven zich ontwikkelen in het uitvloeiende sap van loofbomen. In het voorjaar bezoekt de soort onder andere Bellis perennis, Ranunculus acris en Silene dioica. In de zomer wordt de soort aangetroffen op Rubus fruticosus agg., Cichorium intybus en Lapsana communis. De soort overwintert als pop in de bovenste bodemlaag of in holtes van oude bomen.
Ferdinandea cuprea heeft geen angel en kan niet bijten of steken.
Körper
Lichaamsgrootte
mittel
Ernährung & Verhalten
Larven
saproxylic
Ferdinandea cuprea behoort tot de familie Syrphidae binnen de orde Diptera. De lichaamslengte bedraagt 10 tot 12 millimeter. De soort is wijdverspreid in Centraal-Europa en kenmerkt zich door een metaalachtige kleur. De levenscyclus is afhankelijk van oude bomen.
•Neff et al. (2025) — Swiss Moth Traits, DOI: 10.5281/zenodo.14506883 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•EBHD — European Biodiversity Hub Database v2025, Zenodo, DOI: 10.5281/zenodo.17107215 (CC BY 4.0)
Alle gegevens zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →