Ontdek hoe je hommels in jouw tuin kunt beschermen. Alles over trilbestuiving, de biologie van wilde bijen en praktische tips voor een betere oogst bij tomaten.
In juni is het een drukte van belang in de tuin. Terwijl veel insecten afhankelijk zijn van zonnig, warm weer, zie je hommels (geslacht Bombus) vaak al in de vroege, koele ochtenduren op de bloemen. Ecologisch gezien zijn hommels niet slechts een aanvulling op de honingbij (Apis mellifera), maar vormen zij een zelfstandige, sterk gespecialiseerde groep binnen de wilde bijen. In Nederland zijn ongeveer 30 hommelsoorten inheems, die door hun fysiologie en gedrag niches innemen die voor andere bestuivers gesloten blijven.
De ecologische waarde van hommels ligt vooral in hun betrouwbaarheid. Doordat ze hun vliegspieren actief kunnen opwarmen door te 'bibberen' (endothermie), zijn ze al actief bij weersomstandigheden waarbij andere insecten in koudestar verkeren. Dit verzekert de bestuiving van vroegbloeiende planten en gewassen in koelere gebieden of schaduwrijke tuinhoekjes. Zonder deze bestuivingsprestatie zou zowel de biodiversiteit als de oogst in jouw moestuin meetbaar teruglopen.
Een fascinerend fenomeen is de zogenaamde trilbestuiving (in het Engels vaak buzz pollination genoemd). Sommige planten, waaronder de tomaat (Solanum lycopersicum), geven hun stuifmeel niet vrijwillig af. De stuifmeelzakjes zitten stevig dicht. De aardhommel (Bombus terrestris) of de akkerhommel (Bombus pascuorum) klemmen zich vast aan de bloem en brengen hun hele lichaam door spiercontracties in trilling. Deze vibratie maakt het stuifmeel los, dat dan als een fijn stof op het insect neerregent. Volgens actuele bestuivingsgegevens is deze techniek bij bepaalde nachtschadeachtigen (Solanaceae) veel effectiever dan de gewone bestuiving door wind of andere insecten.
In tegenstelling tot de honingbij (Apis mellifera), waarvan het volk de winter als eenheid doorkomt, overwintert bij hommels alleen de bevruchte jonge koningin. In het voorjaar sticht zij in haar eentje een nieuw volk. De volken blijven betrekkelijk klein:
Een bijzonder biologisch verschijnsel zijn de koekoekshommels (ondergeslacht Psithyrus). Net als de koekoek (Cuculus canorus) bij vogels bouwen deze hommels geen eigen nest. Een vrouwtje van de koekoekshommel dringt het nest van een andere soort binnen, verdrijft of doodt de oorspronkelijke koningin en laat haar eigen eieren grootbrengen door de aanwezige werksters. Dat mag wreed lijken, maar het is een natuurlijk deel van de populatiedynamiek en wijst op een gezond ecosysteem waarin gastheer en parasiet naast elkaar bestaan.
| Kenmerk | Hommel (geslacht Bombus) | Honingbij (Apis mellifera) |
|---|---|---|
| Volksterkte | 50 tot 600 individuen | 10.000 tot 50.000 individuen |
| Overwintering | Alleen de jonge koningin | Het hele volk |
| Activiteit | Vanaf ca. 2 °C (warmt zichzelf op) | Vanaf ca. 10 tot 12 °C |
| Bestuivingstechniek | Beheerst trilbestuiving | Geen trilbestuiving |
| Nestplaats | Dood hout, muizengangen, boomholten | Imkerkasten, grote boomholten |
Om de verscheidenheid aan soorten zoals de grote koekoekshommel (Bombus argillaceus) of de steenhommel (Bombus lapidarius) te ondersteunen, zijn gerichte maatregelen nodig. Daarbij staan voedselaanbod en structuur van de tuin centraal.
De aardhommel (Bombus terrestris) is waarschijnlijk de bekendste soort. Het is een generalist en bezoekt een grote verscheidenheid aan planten. Daartegenover staan gespecialiseerde soorten die aangewezen zijn op bepaalde bloemvormen. De akkerhommel (Bombus pascuorum) heeft een relatief lange tong en kan daardoor ook diepere bloemkelken, zoals die van rode klaver (Trifolium pratense), bestuiven. Wanneer je dus een grote variatie aan bloemvormen aanbiedt (van vlak tot diepkelkig), ondersteun je vanzelf een groter scala aan hommelsoorten.
Zorg ervoor dat je geen dubbele bloemen plant. Bij deze kweekvormen zijn de meeldraden tot bloemblaadjes omgevormd, waardoor de plant voor hommels waardeloos wordt; hij biedt dan immers geen stuifmeel of nectar. Inheemse wilde planten zijn hier altijd de betere keuze voor de natuurtuin.
Met deze praktische maatregelen verander je jouw tuin in een toevluchtsoord voor deze harige bestuivers en stel je tegelijk de vitaliteit van je eigen oogst veilig. Hommels beschermen is een directe bijdrage aan het behoud van de regionale biodiversiteit in Nederland.
Hommels beschikken over het vermogen tot endothermie. Ze warmen hun vliegspieren op door te trillen en kunnen daardoor al bij ongeveer 2 °C op zoek gaan naar voedsel.
Planten zoals de tomaat geven stuifmeel alleen vrij door hoogfrequente trillingen. Hommels wekken deze op met spierkracht, wat de vruchtopbrengst enorm verhoogt.
Volwassen koekoekshommels leven van nectar. Hun larven worden echter door werksters van andere hommelsoorten in het vreemde nest met stuifmeel en nectar gevoed.
Trefwoorden
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →