Ontdek welke inheemse wilde vaste planten de beste nectarplanten voor insecten zijn. Een gids voor tuinliefhebbers in Nederland om de biodiversiteit te stimuleren.
Je hebt al geleerd hoe belangrijk een insectendrinkplaats is voor het overleven van wilde bijen, vlinders en zweefvliegen op hete zomerdagen. Maar water alleen is niet genoeg. Om de energie te kunnen leveren om grote afstanden af te leggen of hun nageslacht te verzorgen, hebben insecten hoogwaardige brandstof nodig in de vorm van nectar en stuifmeel. In dit artikel lees je hoe je met de gerichte keuze van inheemse wilde vaste planten – meerjarige kruidachtige planten die bovengronds afsterven en in het voorjaar weer uit de wortel uitlopen – een levendig leefgebied creëert.
In Nederland zijn veel insectensoorten afhankelijk van specifieke planten. Dit fenomeen heet oligolectie: de larven van sommige wilde bijensoorten kunnen uitsluitend stuifmeel van één plantengeslacht verteren. Veel moderne tuinplanten zijn echter gekweekt op uiterlijke kenmerken. Bij zogenaamde gevulde bloemen zijn de meeldraden – de mannelijke stuifmeeldragers – omgevormd tot extra bloemblaadjes. Zulke planten zijn waardeloos voor insecten, want ze bieden geen stuifmeel en vaak ook geen toegang tot de nectar (suikerhoudend vocht voor energie).
Inheemse wilde planten daarentegen zijn perfect aangepast aan het lokale klimaat en de bodemgesteldheid. Ze hebben in de regel geen kunstmest nodig en na de aanwasfase nauwelijks extra water. Zet je deze planten in de buurt van je insectendrinkplaats, dan creëer je een uiterst efficiënt ecosysteem op een klein oppervlak.
De onderstaande tabel geeft je een overzicht van bijzonder waardevolle soorten die uitblinken door hoge nectar- en stuifmeelproductie. De beoordeling gebeurt vaak op een schaal van 1 (gering) tot 4 (zeer hoog).
| Soort (Latijn) | Bloeiperiode | Standplaats | Bijzondere waarde |
|---|---|---|---|
| Veldsalie (Salvia pratensis) | mei – augustus | Zonnig, kalkrijk | Belangrijke plant voor hommels |
| Slangenkruid (Echium vulgare) | juni – september | Zonnig, droog, schrale grond | Nectarwaarde 4, trekt 40 bijensoorten aan |
| Knoopkruid (Centaurea jacea) | juni – oktober | Zonnig tot halfschaduw | Allrounder voor vlinders |
| Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) | juli – september | Zonnig, vochtig | Magneet voor zweefvliegen en dagvlinders |
| Muskuskaasjeskruid (Malva moschata) | juni – september | Zonnig, voedselrijke grond | Lange bloeiperiode, hoge pollenkwaliteit |
| Steenanjer (Dianthus deltoides) | juni – september | Zonnig, zandig | Gespecialiseerd voedsel voor dagvlinders |
| Echte valeriaan (Valeriana officinalis) | juni – augustus | Halfschaduw, fris tot vochtig | Trekt veel kevers en sluipwespen aan |
Fenologie is de leer van de periodiek terugkerende verschijnselen in de natuur. Voor jouw tuin betekent dit: zorg ervoor dat het voedselaanbod midden in de zomer niet wegvalt. Terwijl in het voorjaar veel fruitbomen bloeien, ontstaat er in de nazomer vaak een drachtgat – een periode waarin er nauwelijks bloeiende planten zijn. Wilde vaste planten zoals wilde cichorei (Cichorium intybus) en goudaster (Aster linosyris) vullen dit gat en bereiden hommelkoninginnen voor op hun winterslaap.
Door een veilige waterbron te combineren met een doordacht aanbod aan inheemse wilde vaste planten, maak je van je tuin een waardevolle stapsteen – een klein leefgebied dat bijdraagt aan de verbinding van grotere natuurgebieden.
Wilde vaste planten zijn inheems en niet-gevuld. Ze bieden toegankelijke nectar en stuifmeel, terwijl sierplanten vaak steriel zijn gekweekt en geen nut bieden voor insecten.
De herfst (september tot november) is ideaal, omdat de grond nog warm is en de planten voor de zomer goed kunnen wortelen. Het vroege voorjaar is ook geschikt.
In de holle stengels en uitgebloeide bloemhoofdjes overwinteren insectenlarven en eitjes. De zaden zijn bovendien een belangrijke wintervoedselbron voor inheemse vogels.
De nectarwaarde geeft aan hoeveel suikerwater een plant produceert. Een waarde van 4 duidt op een uitstekende energiebron voor insecten.
Hoofdartikel: Zelf een insectendrinkplaats maken: overlevingshulp voor hete dagen
Water is voor bijen & co. in de zomer van levensbelang. Ontdek hoe je een veilige insectendrinkplaats aanlegt, verdrinking voorkomt en de hygiëne op peil houdt.
VerdiepingOntdek hoe je met teunisbloemen (Oenothera) en een insectendrinkplaats een tuin voor nachtvlinders creëert. Vakkennis voor natuurliefhebbers in Nederland.
VerdiepingOntdek hoe dood hout als leefgebied voor bedreigde soorten fungeert en het effect van je insectendrinkplaats ecologisch zinvol aanvult. Tips voor je tuin.
VerdiepingOntdek hoe je een minivijver als leefgebied voor libellen op je balkon of terras aanlegt. Tips van experts over planten, onderhoud en ecologisch belang.
VerdiepingOntdek hoe je een zandnestplek voor grondnestelende wilde bijen aanlegt. Vakgids over standplaats, substraatkeuze en aanleg voor meer biodiversiteit in de tuin.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →