Lees hoe je in juni het overleven van hommelvolken veiligstelt. Deskundige gids over pollenplanten, thermoregulatie en de bescherming van inheemse soorten.
Hommels behoren tot de belangrijkste bestuivers in onze tuinen, omdat ze al bij temperaturen vanaf ongeveer 2 graden Celsius kunnen vliegen, terwijl honingbijen (Apis mellifera) vaak pas actief worden bij 10 tot 12 graden. In juni bevindt een hommelstaat zich in een zeer gevoelige fase: de koningin heeft het nest gesticht en de eerste werksters verzorgen de foeragevluchten. In deze periode bepaalt de beschikbaarheid van hoogwaardig pollen of het volk groeit of stagneert. Pollen levert de nodige eiwitten voor de ontwikkeling van het broed, terwijl nectar slechts als ‘vliegbrandstof’ dient.
Volgens actuele bestuivingsgegevens wordt juni vaak gekenmerkt door een zogenaamd ‘drachttekort’. Veel voorjaarsbloeiers zijn uitgebloeid, terwijl de typische zomerstauden nog niet volledig ontwikkeld zijn. Als het volk in deze periode niet voldoende voedsel in de directe nestomgeving vindt, stort de broedverzorging in. Als tuinbezitter heb jij het in de hand om deze lacune te dichten met gerichte beplanting en structuurrijkdom, en zo de biodiversiteit (biologische diversiteit) actief te bevorderen.
Hommels hebben een opmerkelijke fysiologische bijzonderheid: ze kunnen hun vliegspieren ontkoppelen en door vibratie warmte produceren. Deze thermoregulatie (sturing van de lichaamstemperatuur) stelt ze in staat om ook bij koel weer in juni actief te zijn. Dit proces is echter fysiologisch extreem kostbaar. Een hommel zonder voedsel kan binnen enkele uren verhongeren als ze haar lichaamstemperatuur op de vereiste 30 tot 38 graden Celsius moet houden. Daarom is een tuin die massaal nectar en pollen biedt geen louter decoratie, maar een noodzakelijk tankstation.
Bijzonder belangrijk is het aanbod van inheemse wilde planten. Terwijl veel gekweekte tuinvormen (gevulde bloemen) door de veredeling hun meeldraden hebben verloren en dus geen pollen meer leveren, bieden wilde planten zoals het slangenkruid (Echium vulgare) of de veldsalie (Salvia pratensis) precies de hulpbronnen die op de fysiologie van hommels zijn afgestemd.
Ook de watervoorziening speelt een vaak onderschatte rol. Hommels hebben water niet alleen nodig om te drinken, maar ook om de luchtvochtigheid in het nest te reguleren. In de oeverzones van tuinvijvers vinden ze ideale omstandigheden. Hier biedt bijvoorbeeld de kleine watereppe (Berula erecta) zich aan. Deze inheemse waterplant groeit bij voorkeur in ondiepe oevergebieden en draagt bij aan de structurering van vochtige biotopen, waar hommels veilig kunnen landen en vocht opnemen.
De volgende tabel geeft je een overzicht welke hulpbronnen voor verschillende stadia van de hommelontwikkeling in juni bepalend zijn en welke plantensoorten deze leveren:
| Hulpbron | Functie in het hommelvolk | Plantenvoorbeelden (Latijnse naam) |
|---|---|---|
| Pollen (eiwit) | Opfok van de larven, groei van de staat | Vogelwikke (Vicia cracca), vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) |
| Nectar (suiker) | Brandstof voor vliegspieren en thermoregulatie | Echte smeerwortel (Symphytum officinale), veldsalie (Salvia pratensis) |
| Structuur/bescherming | Nestbouw, bescherming tegen predatie (vraat door vijanden) | Inheemse heggen, dode houthopen, hoog gras |
| Vocht | Koeling van het nest, vochtopname | Kleine watereppe (Berula erecta), moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides) |
Om een hommelvolk succesvol door juni te loodsen, kun je de volgende maatregelen in je tuin treffen:
Als je in juni de juiste koers uitzet, zal het volk in juli zijn maximale grootte bereiken. Een sterk volk produceert aan het einde van het seizoen nieuwe koninginnen, die na de paring in de grond overwinteren en het volgende jaar de basis vormen voor een nieuwe generatie. Jouw tuin fungeert zo als stapsteen-biotoop (verbindend element in het landschap) dat het voortbestaan van lokale populaties van soorten als de veldhommel (Bombus pascuorum) of de donkere aardhommel (Bombus terrestris) veiligstelt.
Pollen dient als eiwitbron voor de larvale ontwikkeling. In juni groeit het volk razendsnel, waardoor een tekort aan pollen de groei tot stilstand brengt.
Ja, door hun thermoregulatie kunnen ze ook bij koel of nat weer vliegen, maar dan hebben ze extra veel nectar als energiebron nodig.
De kleine watereppe (Berula erecta) structureert oeverzones waar hommels veilig vocht kunnen opnemen voor nestkoeling en drinken.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →