Ontdek welke inheemse wilde planten gespecialiseerde wilde bijen écht nodig hebben. Een vakartikel over oligolectie en de juiste plantenkeuze.
Je hebt in het hoofdartikel al geleerd hoe je wilde bloemen succesvol kunt zaaien en welke substraten – de bodemmengsels waarin de planten groeien – bepalend zijn voor de kieming. Maar om een echte oase voor biodiversiteit te creëren, is het niet voldoende om een willekeurig mengsel van kleurige bloemen uit te strooien. Als je de biodiversiteit in je tuin gericht wilt bevorderen, moet je de behoeften van de gespecialiseerde wilde bijen kennen.
In de wereld van de wilde bijen bestaan er twee fundamentele strategieën voor het zoeken naar voedsel. De meerderheid van de soorten is polylektisch (veelzijdig). Deze bijen, zoals de gehoornde metselbij (Osmia cornuta), gebruiken stuifmeel van veel verschillende plantenfamilies. Daartegenover staan de specialisten, de oligolectische wilde bijen. Voor deze soorten is de achteruitgang van hun specifieke waardplanten het grootste risico.
Als je een grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi) in je tuin wilt vestigen, heeft deze bij onmiskenbaar vertegenwoordigers van het geslacht klokje (Campanula) nodig. Zonder deze specifieke hulpbron kan het vrouwtje geen broedvoorraad aanleggen. De specialisatie gaat vaak zo ver dat de vliegtijd van de bij precies is afgestemd op de bloeitijd van de waardplant. Als de plant door extreme klimaatomstandigheden de aansluiting mist of in de tuin ontbreekt, stort de lokale populatie van de bij in.
Om een maximaal effect te bereiken, kun je je het beste concentreren op planten die een hoge aantrekkingskracht hebben op gespecialiseerde soorten. Deze planten worden vaak sleutelplanten genoemd, omdat ze het overleven van hele groepen soorten veiligstellen.
| Plantensoort | Wetenschappelijke naam | Doelsoorten (voorbeelden) | Bloeiperiode |
|---|---|---|---|
| Gewone slangenkruid | Echium vulgare | Slangenkruidmetselbij (Osmia adunca) | Juni – augustus |
| Grasklokje | Campanula rotundifolia | Kleine klokjesbij (Chelostoma campanularum) | Juni – september |
| Wouw | Reseda lutea | Resedamaskerbij (Hylaeus signatus) | Juni – september |
| Knoopkruid | Centaurea jacea | Knoopkruidbij (Eucera nigrescens) | Juni – oktober |
| Boerenwormkruid | Tanacetum vulgare | Boerenwormkruidmaskerbij (Hylaeus nigritus) | Juli – september |
| Heggenwikke | Vicia sepium | Hedebehangersbij (Megachile ericetorum) | Mei – juli |
In bouwmarkten en traditionele tuincentra vind je vaak sierplanten met dubbele bloemen. 'Dubbel' betekent in de plantkunde dat de meeldraden, die het stuifmeel produceren, door veredeling zijn omgevormd tot extra bloemblaadjes. Voor een bij is zo'n bloem een doodlopende weg: ze vindt er noch nectar noch stuifmeel. Bovendien is bij veel hybriden (kruisingen van verschillende soorten) de voedingswaarde zodanig veranderd dat de larven van wilde bijen zich niet gezond kunnen ontwikkelen. Kies daarom consequent voor de wilde vormen, die je, zoals in het hoofdartikel beschreven, uit gecertificeerd zaad opkweekt.
Nadat je de basisprincipes van het zaaien onder de knie hebt, let dan bij de inrichting op de volgende punten:
Een veelgemaakte fout is de focus op de hoogzomer. Juist het vroege voorjaar is cruciaal. Wilgen (Salix) zijn dan de belangrijkste stuifmeelleveranciers voor de eerste voorjaarszandbijen (Andrena). In de nazomer daarentegen zijn composieten (Asteraceae) zoals boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) onmisbaar om de laatste generatie vóór de winter te voorzien. Als je de in het hoofdartikel beschreven zaaimethoden toepast, let dan op deze spreiding in de tijd. Een tuin die van maart tot oktober bloeit, is het beste beschermingsinstrument voor onze inheemse fauna.
Oligolectische wilde bijen zijn voedselspecialisten. Ze verzamelen stuifmeel voor hun broed uitsluitend van planten van een bepaalde familie of een bepaald geslacht.
Bij dubbele bloemen zijn meeldraden omgevormd tot bloemblaadjes. Daardoor produceren deze planten geen stuifmeel en geen nectar meer.
Pas in het late voorjaar. Veel wilde bijensoorten overwinteren als larve of pop in de mergstengels en komen pas tevoorschijn bij warmte.
De gewone slangenkruid (Echium vulgare) is een uitstekende sleutelplant, die door meer dan 40 verschillende bijensoorten wordt bezocht.
Hoofdartikel: Wildbloemen zaaien: 7 professionele tips voor geslaagde opkweek & substraat
Inheemse wilde planten succesvol zaaien: professionele handleiding voor substraat, water geven en kieming. Maak van je tuin een magneet voor wilde bijen!
VerdiepingWilde vaste planten met penwortels correct opkweken en verpotten: ontdek waarom diepe potten en het juiste moment cruciaal zijn voor de inheemse biodiversiteit.
VerdiepingOntdek waarom streekeigen zaad cruciaal is voor de biodiversiteit. Tips voor certificaten, regionale herkomstgebieden en hoe je gecertificeerd inheems zaad koopt.
VerdiepingOntdek hoe u het perfecte substraat mengt voor schrale standplaatsen. Minerale grond voor wilde bloemen verhoogt de biodiversiteit en bespaart onderhoud in de natuurtuin.
VerdiepingOnze handleiding voor koudkiemers van wilde bloemen: leer hoe je de kiemrust van inheemse planten doorbreekt met stratificatie. Tips voor natuurlijke tuinliefhebbers.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →