Ontdek waarom bloemenweiden essentieel zijn voor gespecialiseerde plantenzuigers zoals cicaden en hoe je ze gericht bevordert met mozaïekbeheer in de tuin.
Wie naar een bloemenweide in de tuin kijkt, ziet vaak eerst de opvallende bloembezoekers. Maar onder het niveau van bijen en vlinders bevindt zich een complexe wereld die vaak over het hoofd wordt gezien: de wereld van de plantenzuigers. Deze groep insecten, waaronder met name de cicaden (Auchenorrhyncha), vervult een sleutelrol in het ecosysteem van de weide. Als aanvulling op het artikel over de schuimcicade (Philaenus spumarius) wordt hier de ecologische noodzaak van structurele diversiteit voor deze gespecialiseerde insecten belicht.
Een natuurlijke weide is geen tweedimensionaal tapijt, maar een complex bouwwerk. Er is sprake van verticale stratificatie, oftewel de indeling van het leefgebied in verschillende hoogtelagen. Elke laag – van de vochtige, koele bodem tot de zonnige bloemtoppen – biedt specifieke microklimaten.
Plantenzuigers zijn in de loop van de evolutie perfect aangepast aan deze lagen. Ze gebruiken hun steeksnuit om plantensappen op te zuigen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofdbronnen: het xyleem en het floëem. Het xyleem is het watergeleidende weefsel van de plant dat mineralen van de wortels naar de bladeren transporteert. Omdat deze vloeistof zeer voedselarm is, moeten insecten zoals de schuimcicade (Philaenus spumarius) er enorme hoeveelheden van opnemen en weer uitscheiden; dit is de oorsprong van het beschermende schuim. Het floëem transporteert daarentegen de energierijke assimilaten, oftewel de suikeroplossingen die door fotosynthese zijn verkregen. Insecten die hierop zuigen, zijn vaak afhankelijk van specifieke waardplanten omdat ze de chemische afweerstoffen van die planten moeten kunnen verdragen.
Veel cicadensoorten zijn monofaag of oligofaag. Monofaag betekent dat een soort zich voedt met slechts één plantensoort. Oligofaag duidt op een beperking tot enkele, meestal nauw verwante plantensoorten. Deze specialisatie maakt ze uiterst kwetsbaar voor veranderingen in hun leefomgeving. Als de waardplant verdwijnt door te vroeg maaien of overbemesting, verdwijnt ook de daarop gespecialiseerde insectensoort.
In de onderstaande tabel staan voorbeelden van de nauwe verbondenheid tussen inheemse planten en hun gespecialiseerde zuigers:
| Waardplant | Gespecialiseerde zuiger | Ecologische niche / bijzonderheid |
|---|---|---|
| Grote brandnetel (Urtica dioica) | Brandnetelcicade (Eupteryx urticae) | Bewoont bij voorkeur de onderkant van bladeren in stikstofrijke zomen. |
| Russen (Juncus) | Gewone groene cicade (Cicadella viridis) | Geeft de voorkeur aan vochtige standplaatsen; de eieren overwinteren in het plantenweefsel. |
| Glanshaver (Arrhenatherum elatius) | Eurhadina pulchella | Gebruikt de halmstructuren voor de eiafzet en als schuilplaats. |
| Pinksterbloem (Cardamine pratensis) | Schuimcicade (Philaenus spumarius) | Larvale ontwikkeling onder bescherming van het 'koekoeksspuug' (gebruik van xyleemsap). |
Een kritiek moment in de levenscyclus van deze dieren is het vroege en midden van de zomer. Veel soorten bevinden zich dan in het nimfstadium. Nimfen zijn de onvolwassen stadia van insecten met een onvolledige gedaanteverwisseling (hemimetabool), die al op het volwassen dier lijken maar nog geen functionele vleugels hebben. Wanneer de gehele weide in één keer wordt gemaaid, wordt deze niet-vliegende stadia plotseling de voedselbron en de bescherming tegen predatoren ontnomen.
Het is daarom raadzaam om het beheer af te stemmen op de ontwikkelingscycli. De schuimcicade (Philaenus spumarius) komt bijvoorbeeld tussen april en mei uit, afhankelijk van de locatie. De schuimballen beschermen de nimfen tegen uitdroging terwijl ze aan de verse scheuten zuigen. Een maaibeurt vóór de volledige ontwikkeling tot vliegend insect in juni of juli onderbreekt deze cyclus aanzienlijk.
Om de diversiteit aan plantenzuigers te bevorderen, kan de tuin beter worden gezien als een dynamisch mozaïek dan als een strakke oppervlakte. Hier zijn concrete aanbevelingen:
Door deze gerichte maatregelen verandert de tuin in een stapsteenbiotoop. Stapsteenbiotopen zijn kleine, onderling verbonden leefgebieden die het soorten mogelijk maken om zich in een verder onherbergzaam, intensief gebruikt landschap te verplaatsen en genetisch uit te wisselen. Zo wordt een meetbare bijdrage geleverd aan het behoud van de biodiversiteit.
Monofaag betekent dat een insectensoort gespecialiseerd is op één enkele plantensoort als voedselbron en zonder deze niet kan overleven.
Het schuim beschermt de zachte nimfen van de schuimcicade (Philaenus spumarius) tegen uitdroging en tegen predatoren zoals vogels of wespen.
Ideaal is een gefaseerde maaibeurt vanaf half juni. Hierbij blijven delen staan om toevluchtsoorden voor niet-vliegende nimfen en larven te behouden.
Het xyleem transporteert water en mineralen van de wortel naar boven, terwijl het floëem de suikerrijke voedingsstoffen uit de fotosynthese verspreidt.
Hoofdartikel: Schuimcicade & koekoeksspuug: plaag of nuttig insect in de natuurtuin?
Schuim op planten? Dat is de gewone schuimcicade. Ontdek waarom "koekoeksspuug" onschadelijk is en welke rol dit insect speelt in de natuurlijke tuin.
VerdiepingOntdek alles over de biomechanica van de schuimcicade. Hoe resiline en katapultmechanismen haar tot de sprongkampioen van de natuurlijke tuin maken.
VerdiepingOntdek alles over de kleurvariatie bij inheemse insecten zoals de schuimcicade. Waarom diversiteit in de tuin een levensbelangrijke camouflagestrategie is.
VerdiepingAlles over Xylella fastidiosa en de schuimcicade als vector. Informatie over verspreiding, risico's en preventie in de Duitstalige regio.
VerdiepingOntdek alles over koekoeksspuug in de tuin: waarom schuimcicaden schuim produceren, hoe de larven overleven en waarom ze onschadelijk zijn voor planten.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →