Leer hoe je egels en gewone padden veilig de winter door helpt in je tuin. Vakkennis over winterslaap, winterrust en het bouwen van vorstvrije schuilplaatsen.
In de vorige tuinwandeling heb je al geleerd hoe waardevol dood hout en late bloei voor het ecosysteem in november zijn. Terwijl insecten zoals het vliegend hert (Lucanus cervus) diep in de bodem of in boomstronken overwinteren, staan twee bekende tuinbewoners nu voor een existentiële uitdaging: de egel (Erinaceus europaeus) en de gewone pad (Bufo bufo).
Om deze dieren in de DACH-regio te laten overleven, is het niet voldoende om de tuin gewoon aan zijn lot over te laten. Kennis van hun biologische behoeften tijdens het koude seizoen stelt je in staat gerichte structuren te creëren die bepalend zijn voor het slagen of mislukken van de overwintering.
Voordat je praktische maatregelen neemt, is het belangrijk de verschillende strategieën van deze soorten te begrijpen. De egel (Erinaceus europaeus) behoort tot de heterotherme zoogdieren. Dit betekent dat hij zijn lichaamstemperatuur actief kan verlagen om energie te besparen. Tijdens de winterslaap daalt zijn hartslag van ongeveer 200 tot minder dan tien slagen per minuut. Zijn overleving is sterk afhankelijk van de vetlaag die hij in de herfst heeft opgebouwd door het eten van loopkevers (Carabidae) en regenwormen (Lumbricidae).
De gewone pad (Bufo bufo) daarentegen is een poikilotherm dier, oftewel koudbloedig. Hij kan zijn lichaamstemperatuur niet zelf regelen. Daalt de omgevingstemperatuur, dan vertraagt zijn hele organisme tot de winterrust intreedt. In deze toestand verbruikt hij nauwelijks energie, maar is hij volkomen weerloos tegen vorst. Daarom zoekt hij plekken op die diep genoeg in de bodem of onder dikke isolatielagen liggen, zodat hij niet bevriest.
In de volgende tabel vind je de specifieke eisen van beide soorten aan hun rustplek:
| Kenmerk | Egel (Erinaceus europaeus) | Gewone pad (Bufo bufo) |
|---|---|---|
| Type rust | Winterslaap (actief geregeld) | Winterrust (passief door kou) |
| Voorkeursplek | Holtes onder takken, struiken, egelhuizen | Aarden holen, diepe rotsspleten, keldergaten |
| Materiaalbehoefte | Veel droog blad (isolatie), mos | Vochtige aarde, los substraat, stenen |
| Vochtigheid | Moet droog blijven (bescherming tegen schimmel) | Heeft basisvocht nodig (bescherming tegen uitdroging) |
| Gevaren | Nattigheid, te vroeg ontwaken, verstoring | Bevriezing van de bodem, droogte |
Om beide soorten in je tuin te ondersteunen, kun je verschillende microbiotopen (kleinschalige leefgebieden) aanleggen. Het blad van inheemse bomen en struiken speelt hierbij een centrale rol. Bijzonder geschikt is het blad van de beuk (Fagus sylvatica) of de zomereik (Quercus robur), omdat deze bladeren door hun hoge tanninegehalte slechts langzaam verteren en daardoor lange tijd een losse, isolerende luchtlaag vormen.
Een egel heeft voor zijn nest een enorme hoeveelheid droog materiaal nodig. Hij bouwt er een bolvormig geheel van, dat hem als een thermosfles omsluit. Je kunt hem helpen door op een windbeschutte plek in de tuin – bijvoorbeeld onder een haag van hazelaar (Corylus avellana) – een grote hoop takken op te stapelen en deze met een dikke laag blad af te dekken. Om te voorkomen dat de wind het blad wegblaast, leg je er enkele zwaardere takken van de fijnspar (Picea abies) bovenop.
Voor de gewone pad zijn zulke hopen ook aantrekkelijk, maar hij zoekt eerder contact met de bodem. Hij graaft zich vaak in de losse aarde onder het blad in of maakt gebruik van bestaande gangen van de woelrat (Arvicola terrestris). Een steenhoop, gemengd met aarde en blad, biedt hem ideale spleten om vorstvrij te blijven.
Door deze structuren te creëren, verander je jouw tuin in een cruciaal stapsteen-biotoop. In een intensief gebruikt cultuurlandschap zijn zulke particuliere toevluchtsoorden vaak de laatste redding voor onze inheemse fauna. Let erop dat je tijdens de tuinwerkzaamheden in de late winter voorzichtig te werk gaat, zodat je geen slapende dieren verwondt bij het voorbereiden van de eerste bedden.
Meestal vanaf november, wanneer de temperatuur permanent onder de 5 graden daalt en het voedselaanbod aan insecten opdroogt.
Alleen in noodgevallen bij zieke dieren. Een slapend dier mag nooit worden gewekt, omdat het energieverbruik bij het ontwaken levensbedreigend hoog is.
Blad isoleert de bodem tegen vorst en behoudt de nodige vochtigheid, zodat de huid van de amfibieën tijdens de winterrust niet uitdroogt.
Inheemse soorten zoals beuk (Fagus sylvatica) en hazelaar (Corylus avellana), omdat hun blad structuurvast is en goede holtes vormt.
Hoofdartikel: Tuinwandeling november: late bloei & leefgebied dood hout creëren
Trefwoorden
Ontdek tijdens de tuinrondgang in november de laatste nectarplanten, plant inheemse struiken zoals vlier en creëer een waardevolle keverkelder.
VerdiepingOntdek 7 bijvriendelijke planten voor november. Inheemse vaste planten zoals klimop & hemelsleutel redden wilde bijen van de vorst. Nu ecologisch tuinieren!
VerdiepingOntdek in deze handleiding voor het bouwen van een keverkelder hoe u vliegend hert en andere insecten kunt ondersteunen. Tips over materiaal, locatie en ecologisch voordeel voor uw tuin.
VerdiepingNiet alle rozen hebben zon nodig. Ontdek de Alpenroos (Rosa pendulina): de ideale wilde roos voor halfschaduw en schaduw. Ecologisch waardevol & doornloos.
VerdiepingKeverkelder aanleggen handleiding: Ontdek hoe je stap voor stap met doodhout een waardevol leefgebied voor vliegend hert en andere kevers in de natuurlijke tuin creëert.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →