Een nieuwe studie toont aan: kleinschalige landbouw en de juiste bloemenmix verbeteren de conditie van hommelkolonies aanzienlijk. Lees hier de details.
Het agrarische landschap is voor veel insecten een uitdaging geworden. Maar hoe moeten velden en randstructuren eruitzien zodat hommelkolonies niet alleen overleven, maar echt floreren? Een recent wetenschappelijk onderzoek levert baanbrekende inzichten op over de manier waarop veldgrootte en bloemdiversiteit de conditie van onze pluizige bestuivers beïnvloeden.
Het belangrijkste in het kort
- Kleinschalige landschappen: Kleine velden met veel randstructuren vergroten de overlevingskansen van hommelkolonies.
- Combinatie-effect: Hommels profiteren het meest van een mix van massadragende gewassen (bijv. koolzaad) en continu bloeiende wilde bloemenstroken.
- Conditiefactor: Een hoge terugkeersnelheid naar de kolonie en een goede voedselvoorziening gedurende de hele zomer zijn bepalend voor de productie van jonge koninginnen.
Onderzoekers hebben onderzocht hoe verschillende landschapstypen de groei van hommelkolonies beïnvloeden. Daarbij werden koolzaadvelden (massadracht) en graanvelden vergeleken in combinatie met velden van uiteenlopende grootte en natuurlijke habitats. Het resultaat is duidelijk: de structuur van het landschap bepaalt de biologische conditie.
| Kenmerk | Grote monoculturen | Kleinschalig agrarisch landschap |
|---|---|---|
| Voedselaanbod | Kortstondig in overvloed, daarna perioden van honger | Continu dankzij diverse randstructuren |
| Vliegroutes | Lange, energie-intensieve afstanden | Korte afstanden tussen nestplaats en voedsel |
| Nestmogelijkheden | Zelden vanwege ontbrekende zoomstructuren | Divers in heggen, greppels en akkerranden |
| Koloniegroei | Stagnatie na de hoofdbloei | Stabiele groei tot aan de productie van jonge koninginnen |
De studie toont een interessante synergie: hommels maken graag gebruik van de massadracht van koolzaadvelden om aan het begin van het seizoen snel energie te verzamelen. Wanneer het koolzaad echter is uitgebloeid, valt het voedselaanbod in sterk vereenvoudigde landschappen weg. Hier komen bloemenstroken en natuurlijke zones in beeld. Ze fungeren als een 'overlevingsbrug' die de kolonies helpt om vol te houden tot de productie van de nieuwe koninginnen in de nazomer.
De studie toont overtuigend aan dat we moeten stoppen met het maximaliseren van de veldgrootte. Meer diversiteit, meer heggen en meer bloemenstroken zijn geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor een goed functionerende bestuiving. Elk klein veld en elk natuurlijk hoekje in de tuin telt als hoopvol teken voor de biodiversiteit.
Kleine velden bieden meer randstructuren zoals heggen en akkerranden. Dit verkort de vliegroutes van hommels en biedt meer nestmogelijkheden en een continu voedselaanbod.
Massadracht biedt korte tijd enorme hoeveelheden energie. Hommels gebruiken dit voor een snelle koloniegroei in het voorjaar, maar hebben daarna wilde bloemen nodig voor de rest van de zomer.
De landschapsstructuur is doorslaggevend. In kleinschalige landschappen vinden hommels sneller voedsel en keren ze sneller terug naar de kolonie, wat de efficiëntie van de broedzorg verhoogt.
Plant inheemse wilde bloemen met verschillende bloeitijden en creëer nestplaatsen in de vorm van dood houtstapels of open bodemplekken voor grondnestelende soorten.
Alleen de jonge koninginnen overwinteren. Een kolonie is biologisch gezien alleen succesvol (fit) als ze aan het einde van het seizoen voldoende gezonde koninginnen voor het volgende jaar voortbrengt.
Trefwoorden
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →