De fazant (Phasianus colchicus) is een ingeburgerde exoot die baat heeft bij afwisselend landschap met heggen en ruigtestroken. Lees meer over zijn leefwijze.
De fazant valt met zijn uitbundige verenkleed direct op in het veld. Toch laat hij zich steeds minder zien, vooral door de schaalvergroting en het verdwijnen van kleinschalige landschapselementen. Hier lees je wat de fazant nodig heeft en hoe een gevarieerde tuin hierop aansluit.
De fazant komt oorspronkelijk uit Azië en is al eeuwen geleden in Europa geïntroduceerd. Inmiddels geldt hij als ingeburgerd en maakt hij deel uit van het ecosysteem in agrarisch gebied en bosranden. Biologisch gezien vult hij de rol van bodembroeder die voor zijn nest en dekking volledig is aangewezen op de kruidlaag.
De fazant mijdt dicht bos, maar heeft een open, afwisselend landschap nodig met voldoende schuilplaatsen. In het moderne agrarische landschap (en in te nette tuinen) ontbreekt het vaak aan zulke structuur.
| Structuur | Functie voor de fazant |
|---|---|
| Heggen | Bieden veiligheid tegen roofvogels en slecht weer; ook slaapplaats. |
| Ruigtestroken (oud gras) | Essentieel voor het goed gecamoufleerde nest (bodemlegsel). |
| Bloemrijke weiden | Voedselbron (zaden) en rijk aan insecten voor de kuikenperiode. |
| Open plekken | Nodig voor de balts, maar altijd dicht bij dekking. |
Wanneer je tuin aan de rand van het dorp of in de buurt van akkers ligt, kan een fazant er toevallig opduiken. De aanwezigheid van een fazant is dan geen doel op zich, maar een signaal dat er voldoende afwisseling is. Het zijn dezelfde structuren waar ook veel inheemse soorten van profiteren.
Dichte, inheemse heggen planten: Gebruik geen laurierkers, maar meidoorn (Crataegus), sleedoorn (Prunus spinosa) of wilde rozen. Deze doornige struiken bieden de dekking die schuwe vogels zoals de fazant zoeken.
Ruige randen laten staan: Wanneer je niet tot aan de perceelgrens maait, ontstaat een strook met oud gras en vaste planten. Zo’n zone, die ook ’s winters overeind blijft, is onmisbaar voor bodembroeders. Hier vinden ze beschutting en nestmateriaal.
Insecten stimuleren: Volwassen fazanten eten veel plantaardig voedsel, maar de kuikens zijn de eerste weken aangewezen op dierlijk eiwit (insecten). Een gevarieerde bloemenweide zorgt voor een natuurlijk insectenaanbod.
De fazant is een indicator voor structuurrijkdom. Overgangszones tussen open terrein en dichte begroeiing zijn niet alleen voor deze vogel gunstig – ook egels, hazen en talloze insectensoorten profiteren ervan.
Nee, hij stamt oorspronkelijk uit Azië (exoot), maar is al eeuwen ingeburgerd en hoort nu bij ons cultuurlandschap.
Fazanten zijn omnivoren: zaden, bessen, scheuten en kruiden, maar ook insecten, slakken en wormen (vooral belangrijk voor de kuikens).
Als bodembroeder legt hij zijn nest goed verborgen in hoge begroeiing, ruigtestroken of onder de dekking van heggen.
Zorg voor dekking! Plant dichte, inheemse heggen en laat een hoek met hoog gras en uitgebloeide stengels ongemoeid. Deze maatregelen zijn gunstig voor veel soorten.
Ze hebben te lijden onder het verdwijnen van heggen, akkerranden en ruigtestroken. Zonder dekking mijden ze open gebieden.
Trefwoorden
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →