Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MC621Europäische Rote Liste: EndangeredFFH-Anhang I: 1160

Atlantische boven-circalitorale zandige modder (EUNIS MC621)

Het habitattype MC621 – Atlantic upper circalittoral sandy mud – omvat zandige modders in de bovenste circalitorale zone. Volgens de brongegevens komt het voor rond de kust van de Zwarte Zee, maar biogeografisch wordt het ingedeeld bij de Noordoost-Atlantische regio (NEA). De fauna wordt gedomineerd door tweekleppigen en borstelwormen. Dit biotooptype staat op de Europese Rode Lijst van Habitats als ‘Endangered’ (ernstig bedreigd) en valt deels onder het FFH-habitattype 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen).

Einordnung

Originalbezeichnung
Atlantic upper circalittoral sandy mud
EUNIS
MC621
EU-28
Endangered
EU-28+
Endangered
FFH-Anhang I
1160 – Large shallow inlets and bays

Het belangrijkste in het kort

  • Het habitattype MC621 – Atlantic upper circalittoral sandy mud maakt deel uit van de Europese habitatclassificatie EUNIS.
  • Het betreft zandige modders in het boven-circalitoraal, dat wil zeggen in zeegebieden onder de fotische zone.
  • De fauna wordt gedomineerd door tweekleppigen (Bivalvia) en borstelwormen (Polychaeta); kenmerkende soorten zijn Heteromastus filiformis, Dipolydora quadrilobata, Nephthys hombergii en Spisula subtruncata.
  • Dit biotooptype is volgens de Europese Rode Lijst van Habitats (EU28 en EU28+) geclassificeerd als „Endangered“ (ernstig bedreigd).
  • Het kan onderdeel uitmaken van het FFH-habitattype 1160 („Grote ondiepe baaien en zeearmen“) en profiteert daardoor van het beschermingsregime van Natura 2000-gebieden.
  • Betrouwbare kwaliteitsindicatoren zijn momenteel niet op EU-niveau vastgesteld; lokaal kunnen in beschermde gebieden specifieke referentiewaarden gelden.
  • Tuin- of gemeentelijke planning kan dit mariene diepzeemilieu niet 1-op-1 nabootsen – het dient echter wel voor het begrip van ecologische verbanden bij zeebescherming.

Wat is het habitattype MC621?

De EUNIS-code MC621 staat voor Atlantic upper circalittoral sandy mud, in het Nederlands: Atlantische boven-circalitorale zandige modder. Volgens de definitie van het Europees Milieuagentschap (EEA) gaat het om zandige modderbodems (mengsels van zand en modder) in het boven-circalitoraal – het deel van de zeebodem dat onder de eufotische zone ligt en geen daglicht meer ontvangt.

De korte omschrijving luidt:

„This habitat consists of sandy muds in the upper circalittoral zone. It is found all around the Black Sea coast. There is no light influence. The habitat is characterised by faunal communities dominated by bivalve molluscs and polychaete worms.“

Het habitat is dus donker en wordt gedomineerd door dierlijke organismen, vooral tweekleppigen en borstelwormen.

Plaatsing in EUNIS

  • EUNIS-code: MC621
  • Naam in EUNIS: (in de gebruikte brongegevens niet apart benoemd; de habitatnaam „Atlantic upper circalittoral sandy mud“ wordt uit de Rode Lijst gebruikt)
  • Hiërarchie: MC – Circalittoral sediment, MC6 – (bijbehorende onderverdeling)
  • Biogeografische regio: NEA (Noordoost-Atlantische regio)

De indeling bij de biogeografische regio Noordoost-Atlantische regio (NEA) en de gelijktijdige vermelding van een voorkomen „all around the Black Sea coast“ vormen in de brongegevens een tegenstrijdigheid, die niet wordt opgelost. Er kan daarom van worden uitgegaan dat het habitattype primair in het Atlantische gebied wordt geclassificeerd, terwijl de concrete vermelding van de Zwarte Zee mogelijk uit een oudere of specifieke gegevensbron stamt.

Habitat en ecologie

Standplaatskenmerken

  • Substraat: mengsel van zand en modder (zandige modder)
  • Lichtomstandigheden: geen lichtinvloed (afotisch)
  • Waterdiepte: boven-circalitoraal (circa 20–100 m, afhankelijk van troebelheid)
  • Hydrodynamiek: doorgaans geringe tot matige bodemstroming, accumulatie van fijn sediment

Door het ontbreken van primaire productie door algen is dit habitat afhankelijk van organisch materiaal dat uit hogere waterlagen naar beneden zinkt. De levensgemeenschap is daarom detritusgebaseerd.

Kenmerkende soorten

De fauna wordt gedomineerd door tweekleppige weekdieren (bijv. Spisula subtruncata) en borstelwormen. In de Rode-Lijstbeschrijving worden de volgende kenmerkende soorten expliciet genoemd:

  • Heteromastus filiformis (een borstelworm die in modderig sediment leeft)
  • Dipolydora quadrilobata (een borende borstelworm)
  • Nephthys hombergii (een roofzuchtige borstelworm)
  • Spisula subtruncata (een tweekleppige)

Andere algemeen voorkomende begeleidende soorten zijn in de gebruikte gegevens niet opgenomen. De soortensamenstelling kan per regio en sedimentsamenstelling variëren.

Ecosysteemfunctie

Dergelijke circalitorale modderbodems dienen als voedingsbasis voor bodemvissen en ongewervelde roofdieren. Ze zijn hotspots van bioturbatie: veel wormen en tweekleppigen mengen het sediment, bevorderen de stofuitwisseling en de afbraak van organische stof. Bovendien vormen ze belangrijke paai- en opgroeigebieden voor mariene soorten.

Bedreiging en Europese Rode Lijst

Het biotooptype MC621 staat op de Europese Rode Lijst van Habitats (beoordeling voor EU28 en EU28+) in de categorie „Endangered“ (ernstig bedreigd). De classificatie is gemaakt zonder dat in de brongegevens een specifiek Rode-Lijstcriterium wordt genoemd.

Rode Lijst in één oogopslag

BeoordelingsniveauCategorie
EU28Endangered
EU28+ (incl. buurlanden)Endangered
BereikEuropese Rode Lijst van Habitats

De bedreiging van mariene circalitorale habitats komt meestal voort uit antropogene invloeden zoals bodemsleepnetvisserij, nutriëntenbelasting, verontreinigende stoffen en klimaatverandering. Concrete bedreigingsoorzaken voor MC621 zijn echter niet vermeld in de gebruikte dataset.

FFH- en Natura 2000-relatie

Het habitattype MC621 is niet direct als eigen FFH-habitattype opgenomen, maar kan worden beschouwd als onderdeel van het FFH-habitattype 1160 („Large shallow inlets and bays“ – Grote ondiepe baaien en zeearmen). In de EUNIS-kruisverwijzingen wordt de koppeling met Annex-I-code 1160 uitdrukkelijk genoemd.

Dat betekent:

  • In Natura 2000-gebieden die habitattype 1160 beschermen, kan MC621 indirect mee beschermd worden.
  • Lokale instandhoudingsdoelstellingen en beheerplannen kunnen voorschriften bevatten die het behoud van deze bodemhabitat bevorderen.
  • Een EU-brede staat van instandhouding volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn is voor MC621 niet beschikbaar (niet vermeld in de brongegevens).

Kwaliteitsindicatoren en beoordeling

Voor dit habitattype bestaan er momenteel geen op EU-niveau geharmoniseerde kwaliteitsindicatoren. De beschrijving stelt:

„There are no commonly agreed indicators of quality for this habitat, although particular parameters may have been set in certain situations e.g. protected features within Natura 2000 sites, where reference values have been determined and applied on a location-specific basis.“

Dat betekent:

  • Biotische indicatoren (voorkomen en abundantie van kenmerkende soorten)
  • Abiotische factoren (waterkwaliteit, sedimentsamenstelling, zuurstofgehalte)
  • Belastingsindicatoren (bijv. intensiteit van de sleepnetvisserij)

kunnen op lokaal niveau worden gehanteerd, maar zijn niet gestandaardiseerd. In Natura 2000-gebieden bestaan gebiedsspecifieke referentiewaarden die voor monitoring worden gebruikt.

Voorkomen en regio’s

Volgens de brongegevens:

  • Biogeografische regio: NEA (Noordoost-Atlantische regio)
  • Locatievermelding in de korte tekst: „all around the Black Sea coast“
  • Lijst van landen: in de gebruikte brongegevens niet vermeld

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan betekenen dat de beschrijving oorspronkelijk voor een oudere classificatie (bijv. in de Zwarte Zee) is geformuleerd, terwijl de code in de huidige EUNIS-databank voor de Atlantische Oceaan is gereserveerd. Een precieze ruimtelijke afbakening is op basis van de gegevens niet mogelijk. Voor vakmensen en karteerders is het raadzaam de oorspronkelijke beschrijving kritisch te bekijken en zo nodig regionale gegevens te raadplegen.

Betekenis voor gemeenten en tuin

Hoewel het om een puur marien habitat gaat dat niets met tuinen of gemeentelijk groen te maken heeft, kan kennis over dit biotooptype nuttig zijn voor kustgemeenten en zeebeschermingsinitiatieven:

  • Bij de planning van zeereservaten en de uitvoering van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie spelen zulke habitats een rol.
  • Citizen-scienceprojecten in kustgebieden kunnen de aandacht vestigen op sedimenthabitats.
  • Tuineigenaren kunnen het systeem weliswaar niet nabootsen, maar door waterbewust gedrag (bijv. verminderd meststoffengebruik in het stroomgebied van rivieren) indirect bijdragen aan het terugdringen van nutriëntenbelasting in mariene zandmodders.

Een 1-op-1-overdracht naar tuinvijvers of parkwateren is niet mogelijk en niet zinvol, omdat de fysische omstandigheden (lichtgebrek, zoutgehalte, diepte) niet te realiseren zijn.

Vergelijking met vergelijkbare EUNIS-habitattypen

EUNIS-codeNaamSubstraatRegio
MC621Atlantic upper circalittoral sandy mudZand-modderAtlantische Oceaan (NEA) / Zwarte Zee?
MC622(overige circalitorale moddertypen)Moddervariabel
MC521(infralitorale zandmodder)Zand-modderondiepere, licht doorstroomde zone

Het belangrijkste verschil met vergelijkbare circalitorale modderbiotopen zit in het zandgehalte en de geografische toewijzing. De concrete afbakening dient te gebeuren op basis van de kenmerkende soortengemeenschappen.

Samenvatting van de feiten

  • EUNIS-code: MC621
  • Naam: Atlantic upper circalittoral sandy mud
  • Rode Lijst Europa: Endangered (EU28, EU28+)
  • FFH-code: 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen)
  • Biogeografische regio: NEA (Noordoost-Atlantische regio)
  • Kenmerkende soorten: Heteromastus filiformis, Dipolydora quadrilobata, Nephthys hombergii, Spisula subtruncata
  • Kwaliteitsindicatoren: Niet op EU-niveau geharmoniseerd; lokaal in Natura 2000-gebieden mogelijk.
  • Voorkomen volgens korte tekst: Zwarte Zeekust; tegenstrijdig met NEA-toewijzing.

Häufige Fragen

Wat is het habitattype MC621?

MC621 is de EUNIS-code voor ‘Atlantic upper circalittoral sandy mud’, een marien biotooptype van zandige modders in het boven-circalitoraal. Het wordt gedomineerd door tweekleppigen en borstelwormen en staat op de Europese Rode Lijst als ‘Endangered’ (ernstig bedreigd).

Waar komt het habitattype voor?

Volgens de brongegevens wordt het habitat beschreven langs de kust van de Zwarte Zee, maar biogeografisch is het ingedeeld bij de Noordoost-Atlantische regio (NEA). Een eenduidige geografische afbakening is op basis van de beschikbare informatie niet mogelijk.

Waarom staat MC621 op de Rode Lijst als ‘Endangered’?

De Europese Rode Lijst van Habitats classificeert MC621 zowel voor de EU28 als voor EU28+ als ernstig bedreigd. Een specifiek Rode-Lijstcriterium of concrete bedreigingsoorzaken worden in de gebruikte gegevens niet vermeld. De bedreiging van mariene circalitorale habitats is echter vaak het gevolg van sleepnetvisserij, eutrofiëring en verontreinigende stoffen.

Heeft het habitattype een relatie met de Habitatrichtlijn?

Ja, MC621 wordt beschouwd als onderdeel van het FFH-habitattype 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen). In Natura 2000-gebieden met dit beschermingsdoel kan het habitat indirect worden beschermd. Een eigen staat van instandhouding volgens artikel 17 is echter niet gedocumenteerd.

Welke kenmerkende soorten leven in dit habitat?

De kenmerkende soorten zijn de borstelworm Heteromastus filiformis, de borende borstelworm Dipolydora quadrilobata, de borstelworm Nephthys hombergii en de tweekleppige Spisula subtruncata. Deze diergroep bepaalt de benthische gemeenschap van de zandige modder.

Quellen