Canarische dennenbos (Pinus canariensis) – EUNIS G3.8
Het EUNIS-habitattype G3.8 (Canarische dennenbos, Pinus canariensis woodland) is een door de Canarische den gedomineerd bos, endemisch op de westelijke Canarische Eilanden. Volgens de Europese Rode Lijst van biotopen (EU28 en EU28+) wordt het als niet bedreigd beschouwd (Least Concern) en komt het overeen met FFH-habitattype 9550 (endemische Canarische dennenbossen). De staat van instandhouding volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn is niet vermeld in de beschikbare brongegevens.
Einordnung
- Originalbezeichnung
- Pinus canariensis woodland
- EUNIS
- G3.8 – Canary Island pine ([Pinus canariensis]) woodland
- EU-28
- Least Concern
- EU-28+
- Least Concern
- FFH-Anhang I
- 9550 – Canarian endemic pine forests
Het belangrijkste in het kort
Het Canarische dennenbos (EUNIS-code G3.8, Engels: Canary Island pine woodland) is een natuurlijk naaldbostype dat uitsluitend op de westelijke Canarische Eilanden voorkomt. Het wordt gedomineerd door de endemische Canarische den (Pinus canariensis) en groeit daar op hoogtes tussen ongeveer 1.250 en 2.300 meter. Kenmerkend zijn het droge, zonnige klimaat boven de passaatwolken en de aanpassing van de boom aan bosbranden. Op Europees niveau wordt het habitattype als niet bedreigd (Least Concern) ingeschaald en is het in bijlage I van de Habitatrichtlijn beschermd onder code 9550 (Canarian endemic pine forests). Gedetailleerde gegevens over de staat van instandhouding volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn ontbreken in de gebruikte bronnen.
Wat is het Canarische dennenbos (EUNIS G3.8)?
Het Canarische dennenbos is een azonaal naaldbos waarvan de boomlaag vrijwel uitsluitend uit de Canarische den (Pinus canariensis) bestaat. Deze dennensoort is endemisch op de Canarische Eilanden en vormt de potentiële natuurlijke vegetatie van de hoger gelegen vulkaanhellingen van Tenerife, La Palma, Gran Canaria en El Hierro. Het bostype komt overeen met EUNIS-type G3.8 (Canary Island pine (Pinus canariensis) woodland) en wordt als terrestrisch habitat aangemerkt.
De bossen groeien boven de door passaatwinden gevormde wolkenlaag (mar de nubes) en dus in een regenarm, zonrijk milieu. Op noordhellingen lossen ze de laurierboszone (monteverde) af, op zuidhellingen grenzen ze aan de droge, door jeneverbes gedomineerde Canarische laaglanden. Plaatselijk, bijvoorbeeld op rotskoppen, kan het dennenbos tot 500 meter afdalen; eveneens koloniseert het jonge lavavelden (malpaíses). Afhankelijk van bodemdiepte en hellingshoek variëren de bestanden van open bossen tot dichte opstanden.
De Canarische den is aangepast aan terugkerende branden: de dikke schors beschermt de stam en de boom heeft het vermogen om opnieuw uit te lopen vanuit stam en takken. Fossiele vondsten tonen aan dat dit habitattype in het laat-Tertiair wijdverspreid was in het westelijke Middellandse Zeegebied – resten zijn onder meer gevonden in Zuid-Frankrijk en op het Spaanse vasteland. Tegenwoordig is het wereldwijd uitsluitend op de Canarische Eilanden te vinden en herbergt het een reeks oude mediterrane floraelementen.
EUNIS-typologie en relatie tot de Habitatrichtlijn
Binnen de EUNIS-classificatie (European Nature Information System) valt het Canarische dennenbos onder code G3.8. De EUNIS-systematiek maakt een duidelijk onderscheid tussen gematigde en mediterrane naaldbossen. G3.8 is een zelfstandig type dat gelijkgesteld wordt aan FFH-habitattype 9550 (Canarian endemic pine forests). Beide classificaties worden in de kruisverwijzingen van het Europees Milieuagentschap met de kwalificatie „=” als identiek beschouwd.
FFH-type 9550 staat in bijlage I van de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Dit verplicht de EU-lidstaten om speciale beschermingszones voor het habitattype aan te wijzen en een gunstige staat van instandhouding te handhaven of te herstellen. Voor het Canarische dennenbos bevatten noch de gebruikte Rode-Lijstgegevens noch de geraadpleegde artikel 17-dataset actuele beoordelingen van de staat van instandhouding. De beoordeling voor de biogeografische regio Macaronesië is niet in de brongegevens overgenomen.
Bedreiging: Europese Rode Lijst van biotopen
In het kader van de Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats) is het terrestrische habitat G3.8 zowel voor de EU28 als voor het uitgebreide EU28+-beoordelingsgebied als „Least Concern“ (niet bedreigd) ingeschaald. Deze beoordeling heeft betrekking op het totale verspreidingsgebied en is gebaseerd op de relatief stabiele populatieontwikkeling van de dominante boomsoort en het grote areaal dat de bossen op de Canarische Eilanden innemen. Criteria zoals een sterke afname van het areaal of een snelle kwaliteitsverslechtering deden zich gedurende deze periode niet voor.
Expliciete bedreigingsfactoren (threats) zijn in de geraadpleegde EEA-dataset voor G3.8 niet afzonderlijk uitgesplitst. Uit de habitatbeschrijving en de kwaliteitsindicatoren kunnen echter wel belastingen worden afgeleid die historisch en plaatselijk nog steeds relevant zijn:
- Bosbouwkundig gebruik: Historisch werden de bossen sterk gekapt voor houtwinning. Ook nu worden vooral plantages op diepe bodems en voormalige laurierbosarealen bosbouwkundig benut.
- Begrazing: Intensieve begrazing door vee kan de natuurlijke verjonging belemmeren, wat de habitatkwaliteit vermindert.
- Invasieve uitheemse soorten: Californische goudpapaver (Eschscholzia californica), Afrikaans lampenpoetsergras (Pennisetum setaceum) en hemelboom (Ailanthus altissima) breiden zich plaatselijk uit en kunnen de typische kruid- en struiklaag verdringen.
Gedetailleerde Rode-Lijstcriteria (bijv. A1, B2) worden in de brongegevens niet vermeld, omdat de dataset alleen de totaalcategorie documenteert.
Habitat en kenmerkende soorten
Het Canarische dennenbos is niet alleen een eenvormig bos, maar een rijk gestructureerd ecosysteem met karakteristieke begeleidende vegetatie en een bijzondere fauna. Onderstaande tabel vat de belangrijkste soorten per groep samen:
| Soortgroep | Typische soorten (selectie) | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| Bomen | Pinus canariensis | dominante, endemische boomsoort; brandbestendig |
| Struiken | Adenocarpus viscosusChamaecytisus proliferus s. l.Cistus symphytifolius s. l.Teline stenopetala spachiana | brem- en zonneroosjesfamilie als ondergroei |
| Kruiden & halfstruiken | Bystropogon origanifolius s. l.Sideritis solutaMicromeria benthamii, M. lanata, M. pineolensIsoplexis isabelliana | lipbloemigen en weegbreefamilie; Isoplexis is een prioritaire soort van de Habitatrichtlijn |
| Vogels | Fringilla teydea (Teidevink)Dendrocopos major canariensisDendrocopos major thanneri | beide ondersoorten van de grote bonte specht zijn endemisch op de Canarische Eilanden; alle drie de taxa zijn prioritair in de bijlagen van de Vogel- en Habitatrichtlijn |
De asterisk (*) in het bronmateriaal duidt op prioritaire soorten volgens de bijlagen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Het voorkomen van deze soorten onderstreept het belang van het habitattype voor de hele Unie. Naast de genoemde vaatplanten en vogels zijn in de ondergroei nog andere endemische soorten vastgesteld, zoals Juniperus cedrus, diverse Lotus-soorten, Sideritis oroteneriffae en Tinguarra montana.
Kwaliteitskenmerken en bescherming
Om een Canarisch dennenbos als natuurlijk en in een gunstige staat te beschouwen, moet aan een aantal kwaliteitsindicatoren worden voldaan. De Europese Rode Lijst van habitats noemt daarvoor de volgende criteria:
- Geen of slechts geringe sporen van bosbouwkundig gebruik, met name geen verse kapsporen.
- Geen aanwijzingen van sterke begrazing (vraat, betredingsschade).
- Geen aanwijzingen van invasieve uitheemse soorten. Als potentiële probleemsoorten worden expliciet Eschscholzia californica, Pennisetum setaceum en Ailanthus altissima genoemd.
- Structurele diversiteit: een natuurlijke leeftijdsopbouw met meerdere lagen (kruid-, struik-, boomlaag).
- Aanwezigheid van oude bomen en een voldoende hoeveelheid dood hout – zowel liggend als staand – als habitat voor gespecialiseerde schimmels, insecten en holenbroeders.
Binnen het FFH-beschermingssysteem wordt het type als zelfstandig habitattype gemonitord. Een integrale kwaliteitsborging vereist daarom regelmatige monitoring op de eilanden om negatieve trends tijdig te onderkennen.
Verspreiding en voorkomen
Het natuurlijke Canarische dennenbos komt uitsluitend op de westelijke Canarische Eilanden voor. Het hoofdzakelijke hoogtebereik loopt van 1.250 m tot 2.000–2.300 m (op noordhellingen boven de wolkenlaag). Op lavastromen en rotsachtige hellingen kan het tot op 500 m afdalen. De exacte vindplaatsen liggen verspreid over de eilanden Tenerife, La Palma, Gran Canaria en El Hierro.
In de vakliteratuur en in de brongegevens worden geen andere landen of biogeografische regio’s genoemd. Alle vermeldingen van een verspreiding tijdens het Tertiair in het Europese Middellandse Zeegebied hebben uitsluitend betrekking op fossiele vondsten, niet op actuele vindplaatsen.
Tuin- en gemeentelijke relevantie
De Canarische den wordt in het Middellandse Zeegebied en in warm-gematigde tuinen incidenteel als sier- en schaduwboom aangeplant. De boom is weinig eisend, hittebestendig en vormt een schilderachtige, schermvormige kroon. Een natuurlijk Canarisch dennenbos met zijn karakteristieke struik- en kruidlaag kan in een tuin niet worden nagebootst – en zeker niet onder Midden-Europese klimaatomstandigheden. Gemeentelijk groen op de Canarische Eilanden zelf kan wel elementen van het habitattype oppakken door bij herbebossingen inheemse begeleidende soorten te gebruiken en invasieve neofyten actief terug te dringen.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is EUNIS-code G3.8?
De EUNIS-code G3.8 staat voor het Canarische dennenbos, een door de endemische Pinus canariensis gedomineerd bostype van de westelijke Canarische Eilanden.
Is het Canarische dennenbos bedreigd?
Volgens de Europese Rode Lijst van biotopen (EU28 en EU28+) wordt het habitattype als „Least Concern“ (niet bedreigd) ingeschaald.
Onder welke FFH-code is het Canarische dennenbos beschermd?
Het komt overeen met FFH-habitattype 9550 (Canarian endemic pine forests), dat in bijlage I van de Habitatrichtlijn is opgenomen.
Welke bijzondere diersoorten leven in het Pinus canariensis-bos?
Karakteristieke en prioritair beschermde vogelsoorten zijn de Teidevink (Fringilla teydea) en de Canarische ondersoorten van de grote bonte specht Dendrocopos major canariensis en D. m. thanneri.
Komt het Canarische dennenbos ook in andere delen van Europa voor?
Nee. Het natuurlijke bestand is uitsluitend beperkt tot de westelijke Canarische Eilanden. Oudere vindplaatsen in het westelijke Middellandse Zeegebied zijn alleen fossiel gedocumenteerd.
Häufige Fragen
Wat is EUNIS-code G3.8?
De EUNIS-code G3.8 staat voor het Canarische dennenbos, een door de endemische Pinus canariensis gedomineerd bostype van de westelijke Canarische Eilanden.
Is het Canarische dennenbos bedreigd?
Volgens de Europese Rode Lijst van biotopen (EU28 en EU28+) wordt het habitattype als 'Least Concern' (niet bedreigd) ingeschaald.
Onder welke FFH-code is het Canarische dennenbos beschermd?
Het komt overeen met FFH-habitattype 9550 (Canarian endemic pine forests), dat in bijlage I van de Habitatrichtlijn is opgenomen.
Welke bijzondere diersoorten leven in het Pinus canariensis-bos?
Karakteristieke en prioritair beschermde vogelsoorten zijn de Teidevink (Fringilla teydea) en de Canarische ondersoorten van de grote bonte specht Dendrocopos major canariensis en D. m. thanneri.
Komt het Canarische dennenbos ook in andere delen van Europa voor?
Nee. Het natuurlijke bestand is uitsluitend beperkt tot de westelijke Canarische Eilanden. Oudere vindplaatsen in het westelijke Middellandse Zeegebied zijn alleen fossiel gedocumenteerd.
Quellen
- https://www.eea.europa.eu/data-and-maps/data/european-red-list-of-habitats
- https://sdi.eea.europa.eu/datashare/s/x4Fy8dEbAdNPna8/download
- https://eunis.eea.europa.eu/habitats.jsp
- https://eunis.eea.europa.eu/habitats-code-browser-redlist.jsp
- https://www.eea.europa.eu/data-and-maps/data/article-17-database-habitats-directive-92-43-eec-2
- https://environment.ec.europa.eu/topics/nature-and-biodiversity/habitats-directive_en