Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB144Europäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1160; 1170

Door Mytiliden gedomineerde Pontische blootgestelde bovenste infralitorale rotsen met Fucales (EUNIS MB144)

MB144 is een marien biotooptype van de bovenste infralitorale zone (tot het bovenste circalittoraal) op blootgestelde rotskusten van de Zwarte Zee (Pontische regio). De benthische gemeenschap is altijd algenrijk, maar kan bij hoge organische belasting ook worden gedomineerd door mosselen (Mytilidae). De structuur is struik- of grasachtig, sterk geminiaturiseerd (<20 cm) en extreem soortenrijk – tot wel 110 soorten op 400 cm². Europese Rode Lijst: ‘Data Deficient’ (onvoldoende gegevens). Het type valt onder de Habitatrichtlijn-biotooptypen 1160 (Grote ondiepe baaien en inhammen) en 1170 (Riffen).

Einordnung

Originalbezeichnung
Mytilid-dominated Pontic exposed upper infralittoral rock with Fucales
EUNIS
MB144
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1160; 1170 – Large shallow inlets and bays; Reefs

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: MB144
  • Volledige naam: Mytilid-dominated Pontic exposed upper infralittoral rock with Fucales (Door Mytiliden gedomineerde Pontische blootgestelde bovenste infralitorale rotsen met Fucales)
  • Habitattype: Door algen gedomineerde harde substraten van de ondiepe, lichtdoorlatende rotszone in de Zwarte Zee, die bij sterke verontreiniging kunnen omslaan in een door mosselen gedomineerd stadium.
  • Verspreiding: Uitsluitend in de biogeografische regio van de Zwarte Zee (BLS) op blootgestelde rotskusten.
  • Belang: Extreem hoge biodiversiteit op een kleine oppervlakte; belangrijk paaigebied, foerageergebied en toevluchtsoord voor tal van vis- en ongewervelde soorten.
  • Bedreigingsstatus (Europese Rode Lijst): Data Deficient (onvoldoende gegevens) – er ontbreken voldoende langetermijngegevens om een trend te kunnen beoordelen.
  • Habitatrichtlijn Annex I: Het habitat wordt toegewezen aan de typen 1160 (Grote ondiepe baaien en inhammen) en 1170 (Riffen).
  • Artikel-17-rapportage: Geen gegevens over de staat van instandhouding in de gebruikte brongegevens; nationale rapporten zijn niet geaggregeerd beschikbaar.

Het volgende vakartikel beschrijft dit nog weinig onderzochte habitat op basis van de actueel beschikbare Europese gegevens van het Europees Milieuagentschap (EEA) en de European Red List of Habitats. Alle uitspraken zijn uitsluitend gebaseerd op de officiële bronnen.


Wat is het habitat MB144?

MB144 is een marien biotooptype uit het EUNIS-classificatiesysteem dat rotsachtige, blootgestelde kusten van de Zwarte Zee (Pontische regio) omvat in de lichtrijke bovenste infralitorale en bovenste circalittorale zones. Kenmerkend is een door algen bepaalde maar dynamische gemeenschap, die afhankelijk van milieuomstandigheden en menselijke invloeden sterk in aanzien kan variëren.

Structuur en opbouw

De benthische (op de bodem levende) levensgemeenschap wordt altijd gedomineerd door macroalgen. In tegenstelling tot grote kelpwouden vormen de algen hier echter geen gesloten kronendak („canopy“), maar een struik- of zodevormige groeiwijze („bush-forming“ of „turf-forming“). Daarbij komen korstvormende dieren (bijv. sponzen, mosdiertjes) en epifytische algen. Het gehele voorkomen is sterk geminiaturiseerd – meestal minder dan 20 centimeter hoog.

Ondanks deze geringe afmetingen herbergt MB144 een uitzonderlijke biodiversiteit: Op een oppervlakte van slechts 400 cm² kunnen tot 110 verschillende soorten leven. Dit onderstreept de functie als hotspot van biodiversiteit in de Zwarte Zee.

Naamcomponent „Mytiliden-gedomineerd“

De toevoeging aan de naam wijst op een belangrijke ecologische verstoringsreactie: Bij een hoge aanvoer van particulair organisch materiaal (bijv. uit afvalwater, eutrofiëring) kunnen filtervoeders zoals mosselen (Mytilidae) de dominantie op het rotsgesteente overnemen en de algen verdringen. Het biotooptype wordt dan daadwerkelijk bepaald door mosselbanken – een teken van een reeds duidelijk veranderde (gedegradeerde) toestand.

Toewijzing aan Habitatrichtlijntypen

Op Europees niveau wordt MB144 in verband gebracht met de volgende habitattypen van de Habitatrichtlijn (Annex I):

  • 1160: Grote ondiepe baaien en inhammen (Large shallow inlets and bays)
  • 1170: Riffen (Reefs)
EUNIS-codeHabitatnaam (Duits)Rode Lijst EUHabitatrichtlijntypeBiogeografische regio
MB144Mytiliden-dominierte pontische exponierte obere Infralittoralfelsen mit FucalesData Deficient1160; 1170BLS (Zwarte Zee)

Waar komt MB144 voor?

In de beschikbare brongegevens is het voorkomen beperkt tot de biogeografische regio van de Zwarte Zee (BLS). Exacte landenlijsten of verspreidingskaarten worden in de Europese referentiedatabases voor dit biotooptype niet expliciet vermeld. Het is echter aannemelijk dat kustgedeelten van EU-lidstaten met toegang tot de Zwarte Zee – zoals Bulgarije en Roemenië – potentiële vindplaatsen herbergen.

De classificatie als „blootgesteld“ (exposed) geeft aan dat het gaat om kusten met sterkere golfslag, wat het substraat en de levensgemeenschap beïnvloedt. Binnen dit gebied kan het type in verschillende dieptezones en belichtingssituaties voorkomen, zolang er voldoende licht voor de fotosynthese van de algen aanwezig is.


Kenmerkende soorten en varianten

De soortensamenstelling varieert sterk afhankelijk van milieufactoren zoals:

  • Lichtbeschikbaarheid
  • Golfslagblootstelling (hydrodynamiek)
  • Nutriëntenconcentratie in het zeewater
  • Substraattype en sedimentatie
  • Temperatuur en zoutgehalte
  • Begrazingsdruk (herbivorie) door zee-egels, vissen en ongewervelden
  • Frequentie van natuurlijke verstoringen

De Europese Rode Lijst van habitats vermeldt verschillende geassocieerde biotopen, die worden onderscheiden naar de overheersende algensoort. Daartoe behoren:

  • Padina pavonica-dominantie: goed belichte, ondiepe, matig begraasde zones.
  • Pterothamnion crispum en Compsothamnion thuyoides: ondiepe, beschaduwde, matig blootgestelde rotsen.
  • Corallina elongata: ondiepe, blootgestelde kusten.
  • Halopteris scoparia: goed belichte, beschutte standplaatsen tot 25 m diepte, vooral in noordelijke delen van de Zwarte Zee, incidenteel met de bruinwier Cladostephus spongiosus.
  • Codium bursa: matig belichte infralitorale rotsen.

Soorteninventaris – een selectie uit de brongegevens

Onderstaande lijst geeft slechts een selectie van de in de brongegevens genoemde kenmerkende soorten weer en pretendeert geen volledigheid, aangezien de werkelijke soortenrijkdom per geografische regio aanzienlijk kan variëren.

Roodwieren (Rhodophyta):
Liagora viscida, Liagora distenta, Amphiroa rigida, Corallina elongata, Haliptilon virgatum, Tricleocarpa fragilis, Jania rubens, Lithophyllum incrustans, Peyssonnelia squamaria, Asparagopsis armata, Asparagopsis taxiformis, Sphaerococcus coronopifolius, Laurencia obtusa en vele andere.

Bruinwieren (Phaeophyta):
Padina pavonica, Dictyota dichotoma, Dictyota fasciola, Colpomenia sinuosa, Taonia atomaria, Stypopodium schimperi, Lobophora variegata, Halopteris scoparia, Halopteris filicina, Cladostephus spongiosus en vele andere.

Groenwieren (Chlorophyta):
Ulva rigida, Umbraulva olivascens, Dasycladus vermicularis, Flabellia petiolata, Acetabularia acetabulum, Caulerpa prolifera, Caulerpa cylindracea, Codium bursa en vele andere.

Ongewervelden (voorbeelden):

  • Sponzen: Crambe crambe, Phorbas topsentii, Sarcotragus fasciculatus, Hemimycale columella
  • Stekelhuidigen: Paracentrotus lividus, Arbacia lixula, Echinaster sepositus, Holothuria tubulosa
  • Kreeftachtigen en weekdieren: Macropodia longirostris, Maja crispata, Bittium reticulatum, Conus ventricosus

Vissen (voorbeelden):
Labrus merula, Coris julis, Serranus cabrilla, Serranus scriba, Symphodus ocellatus, Epinephelus marginatus, Sciaena umbra, Diplodus sargus, Diplodus vulgaris, Sparisoma cretense, Siganus rivulatus (ingeburgerd) en vele andere.


Ecologische betekenis en kwetsbaarheid

MB144 draagt aanzienlijk bij aan de instandhouding van de voedselketen en de habitatdiversiteit in de kustwateren van de Zwarte Zee. Het hoge soortenaantal op een kleine oppervlakte duidt op een intensieve ecologische verwevenheid en een belangrijke functie als kraamkamer voor jonge vissen en als graasgrond voor herbivore soorten.

Tegelijkertijd reageert het biotooptype zeer gevoelig op veranderingen in de nutriënten- en zwevende stofvracht en op verschuivingen in de begrazingsdruk. Het Europese Rode-Lijstrapport noemt met name de volgende mechanismen:

  • Overmatige begrazingsdruk door zee-egels: Hoge dichtheden van de steenzee-egel Paracentrotus lividus kunnen de algenbegroeiing zo sterk afgrazen dat de structurele complexiteit verloren gaat en kale vlakken („barrens“) ontstaan.
  • Graasvissen: Soorten zoals Sarpa salpa (goudstriemen) of de ingeburgerde konijnvissen Siganus rivulatus en S. luridus kunnen de soortensamenstelling ingrijpend veranderen.
  • Concurrentie door sneller groeiende soorten: In verstoorde of geëutrofieerde wateren breiden opportunistische, snelgroeiende algen (bijv. Ulva spp., Cladophora spp., Acinetospora spp.) of stressbestendige kalkroodwieren (Corallina elongata, Lithophyllum incrustans) zich uit ten koste van de typische diversiteit.
  • Organische belasting: Bij sterke toevoer van particulair organisch materiaal kunnen mosselen de rots domineren en de algen grotendeels verdringen.

Kwaliteitsindicatoren

Uit de brongegevens blijken duidelijke tekenen van een verslechtering van de habitatoestand:

  • Verschuiving in soorten: Vervanging van typische, langzaam groeiende of structuurbepalende soorten door opportunistische algen of mosselfiltervoeders.
  • Afname van de soortenrijkdom: Vermindering van het totale aantal soorten op de oppervlakte.
  • Toename van invasieve uitheemse soorten: Bijv. Asparagopsis taxiformis of Caulerpa cylindracea, die reeds in de brongegevens worden genoemd.
  • Dominantie van stressindicatoren: Kalkroodwieren zoals Corallina elongata of korstvormende roodwieren (Lithophyllum incrustans) breiden zich uit.

Een goede kwaliteitstoestand wordt gekenmerkt door een soortenrijke, struikachtige algenstructuur met een gevarieerde ondergroei en typische begeleidende vissoorten.


Beschermingsstatus en bedreiging in Europa

Europese Rode Lijst van habitats

Het biotooptype wordt zowel voor de EU28- als voor de EU28+-landen (inclusief aangrenzende landen) in de categorie „Data Deficient“ (DD) geplaatst. Een concreet bedreigingscriterium is niet toegekend omdat de gegevensbasis onvoldoende was om een andere classificatie te rechtvaardigen.

Deze status is tegelijkertijd een waarschuwing: er ontbreken systematische monitoringgegevens waarmee langetermijntrends en concrete bedreigingen gekwantificeerd kunnen worden. Zo kan noch een positieve noch een negatieve ontwikkeling officieel worden bevestigd – het risico op een onopgemerkt verlies is reëel.

Habitatrichtlijn (Annex I)

MB144 wordt toegewezen aan de officiële habitattypen van Annex I van de Habitatrichtlijn:

  • 1160: Grote ondiepe baaien en inhammen – omdat het biotooptype in ondiepe, kustnabije gebieden ligt.
  • 1170: Riffen – omdat het gaat om rotsachtige harde substraten die een rifachtig karakter kunnen hebben.

Deze toewijzing verplicht de EU-lidstaten in principe om een gunstige staat van instandhouding (gunstig of ten minste stabiel) te behouden of te herstellen.

Artikel-17-rapportage

In de voor dit artikel gebruikte brongegevens van de EEA is geen geaggregeerde staat van instandhouding uit de nationale rapporten (Artikel 17) opgenomen. Dat kan verschillende redenen hebben:

  • Het biotooptype is in de nationale rapporten niet afzonderlijk behandeld.
  • De gegevens zijn (nog) niet op Europees niveau geharmoniseerd.
  • Of er zijn simpelweg onvoldoende gegevens beschikbaar.

Dit onderstreept nogmaals de ontoereikende gegevensbasis en de noodzaak van gerichte karteringen in de Zwarte Zee.


Betekenis voor natuurbescherming en toekomstige vereisten

Uit de beschikbare informatie komt een duidelijk beeld naar voren: MB144 is een biodivers, maar wetenschappelijk nauwelijks gemonitord habitat. Om tegemoet te komen aan de EU-rechtelijke betekenis als onderdeel van de Habitatrichtlijntypen, zouden de volgende stappen zinvol zijn, ook al worden ze niet als zodanig als herstelmaatregelen in de brongegevens genoemd:

  • Systematische monitoring: Inventarisatie van voorkomen, soorteninventaris en milieuparameters langs de Pontische kusten.
  • Langetermijnonderzoek: Registratie van trends in soortenrijkdom en dominantiepatronen (algen versus mosselen).
  • Reductie van nutriënten- en zwevende stofvrachten: Voorkomen van eutrofiëring als hoofdfactor voor degradatie.
  • Beoordeling van de invloed van invasieve soorten: Siganus spp. en andere exoten kunnen de levensgemeenschap duurzaam veranderen.

Het biotooptype laat zien dat zelfs ogenschijnlijk goed beschermde gebieden onder de Habitatrichtlijn nog ernstige kennislacunes kunnen vertonen.


Bronnenoverzicht

Alle gegevens in dit artikel zijn gebaseerd op het ten tijde van de totstandkoming beschikbare gegevenspakket van het Europees Milieuagentschap (EEA) en de European Red List of Habitats (2022). Voor zover afzonderlijke velden niet zijn ingevuld, is dit in de brongegevens niet anders aangegeven.


Veelgestelde vragen (FAQ)

1. Wat betekent „door Mytiliden gedomineerd“ in de naam van dit habitattype?
De term wijst erop dat onder bepaalde omstandigheden – vooral bij een hoge organische belasting – mosselen (Mytilidae) de algen kunnen verdringen en het rotshabitat kunnen domineren. Het type kan dus zowel in een algenrijke als in een sterk gedegradeerde, door mosselen gekenmerkte vorm voorkomen.

2. Waarom is MB144 op de Rode Lijst als „Data Deficient“ geclassificeerd?
Er zijn onvoldoende langetermijngegevens of monitoringresultaten beschikbaar om een indeling in een van de bedreigingscategorieën te rechtvaardigen. De aanwezige informatie volstaat niet om een duidelijke trend te kunnen vaststellen.

3. In welke EU-landen komt MB144 momenteel voor?
De biogeografische regio is duidelijk gedefinieerd als „BLS“ (Zwarte Zee). Concrete landenlijsten worden in de beschikbare brongegevens niet verstrekt; potentiële vindplaatsen bestaan in de EU-lidstaten met een kust aan de Zwarte Zee (bijv. Bulgarije, Roemenië).

4. Welke rol spelen zee-egels in dit habitat?
De steenzee-egel Paracentrotus lividus kan bij hoge dichtheid de algenbegroeiing sterk afgrazen en zo de structuurdiversiteit verminderen. Daardoor kunnen soortenarme, kale vlakten ontstaan die niet meer aan het oorspronkelijke type MB144 voldoen.

5. Welke tekenen wijzen op een verslechtering van de toestand?
Eerste waarschuwingssignalen zijn een afname van de soortenrijkdom, een toename van opportunistische of stressbestendige algen (bijv. Ulva spp., Corallina elongata), het vaker optreden van invasieve soorten en een omschakeling naar mosseldominantie in ondiepe gebieden.

Häufige Fragen

Wat betekent „door Mytiliden gedomineerd“ in de naam van dit habitattype?

De term wijst erop dat onder bepaalde omstandigheden – vooral bij een hoge organische belasting – mosselen (Mytilidae) de algen kunnen verdringen en het rotshabitat kunnen domineren. Het type kan dus zowel in een algenrijke als in een sterk gedegradeerde, door mosselen gekenmerkte vorm voorkomen.

Waarom is MB144 op de Rode Lijst als „Data Deficient“ geclassificeerd?

Er zijn onvoldoende langetermijngegevens of monitoringresultaten beschikbaar om een indeling in een van de bedreigingscategorieën te rechtvaardigen. De aanwezige informatie volstaat niet om een duidelijke trend te kunnen vaststellen.

In welke EU-landen komt MB144 momenteel voor?

De biogeografische regio is duidelijk gedefinieerd als „BLS“ (Zwarte Zee). Concrete landenlijsten worden in de beschikbare brongegevens niet verstrekt; potentiële vindplaatsen bestaan in de EU-lidstaten met een kust aan de Zwarte Zee (bijv. Bulgarije, Roemenië).

Welke rol spelen zee-egels in dit habitat?

De steenzee-egel *Paracentrotus lividus* kan bij hoge dichtheid de algenbegroeiing sterk afgrazen en zo de structuurdiversiteit verminderen. Daardoor kunnen soortenarme, kale vlakten ontstaan die niet meer aan het oorspronkelijke type MB144 voldoen.

Welke tekenen wijzen op een verslechtering van de toestand?

Eerste waarschuwingssignalen zijn een afname van de soortenrijkdom, een toename van opportunistische of stressbestendige algen (bijv. *Ulva* spp., *Corallina elongata*), het vaker optreden van invasieve soorten en een omschakeling naar mosseldominantie in ondiepe gebieden.

Quellen