Mediterraan hoog overblijvend drooggrasland – EUNIS E1.3
Het mediterrane hoge overblijvende drooggrasland (EUNIS E1.3) is een door grassen beheerst, pseudosteppeachtig habitat met een groot areaal rond de Middellandse Zee. Het staat op de Europese Rode Lijst van Habitats voor EU28 en EU28+ in de categorie „Least Concern” (niet bedreigd) en komt gedeeltelijk overeen met het prioritaire FFH-bijlage I-type 6220 (* Pseudosteppe met grassen en eenjarigen van de Thero-Brachypodietea).
Einordnung
- Originalbezeichnung
- Mediterranean tall perennial dry grassland
- EUNIS
- E1.3 – Mediterranean xeric grassland
- EU-28
- Least Concern
- EU-28+
- Least Concern
- FFH-Anhang I
- 6220 – * Pseudosteppe with grasses and annuals of the Thero-Brachypodietea
Het belangrijkste in het kort
- Habitat: Open tot gesloten, hoge grazige vegetaties (pseudosteppen) op basenrijke, droge bodems rond de Middellandse Zee.
- EUNIS-code: E1.3 (Mediterranean xeric grassland).
- Bedreiging (Europese Rode Lijst): Least Concern – de beoordeling voor EU28 en EU28+ wijst niet op een actuele bedreiging.
- FFH-relatie: Bijlage I, code 6220 (* Pseudosteppe met grassen en eenjarigen van de Thero-Brachypodietea); gedeeltelijke overlap, maar niet identiek.
- Karakteristieke soorten: Vedergrassen (Stipa spp.), Lygeum spartum, Brachypodium retusum, Hyparrhenia hirta e.a.
- Staat van instandhouding (Artikel 17): In de gebruikte brongegevens niet gerapporteerd.
- Belangrijkste bedreigingen: Invasie van uitheemse soorten, omzetting naar landbouw, verstedelijking.
EUNIS-classificatie en verspreiding
De biotoop valt binnen het EUNIS-systeem onder E1.3 – Mediterranean xeric grassland. Binnen deze klasse worden verschillende mediterrane drooggrasgemeenschappen samengebracht die gekenmerkt worden door hoge, overblijvende grassoorten en qua uiterlijk aan steppen doen denken, zelfs als typische vedergrassoorten kunnen ontbreken („pseudosteppen”).
De verspreiding strekt zich uit over het hele Middellandse Zeegebied, met regionale varianten naar geografische sector (westelijk, centraal, oostelijk), geologische ondergrond (kalk, magnesiet, dolomiet, serpentiniet) en bodemtype (diep, ondiep, zandig, kleiig). Nauwkeurige landenlijsten bevatten de geraadpleegde bronnen niet; de biotoop komt echter voor in de mediterrane EU-lidstaten.
Systematische indeling
| Kenmerk | Indeling |
|---|---|
| EUNIS-code | E1.3 |
| EUNIS-benaming | Mediterranean xeric grassland |
| Biotoopnaam (dit artikel) | Mediterranean tall perennial dry grassland |
| FFH-Bijlage I code | 6220 (gedeeltelijke overlap, qualifier <) |
| FFH-bijlagenaam | * Pseudosteppe with grasses and annuals of the Thero-Brachypodietea |
| Europese Rode Lijst (Habitats) | Least Concern (EU28 en EU28+) |
Leefgebied en typische vegetatie
Het mediterrane hoge overblijvende drooggrasland is een door menselijk gebruik historisch gevormd grasland dat vooral voorkomt op basenrijke tot ultrabasische, voedselarme standplaatsen. Het is vaak ontstaan uit gedegradeerde bossen of groenblijvende struwelen en wordt door extensieve begrazing, betreding en incidentele branden open gehouden.
De bestanden worden gedomineerd door polvormende, warmte- en droogteminnende grassen. Daarnaast komen talrijke diagnostisch belangrijke kruiden en bolgewassen voor. Uitheemse soorten kunnen hoge bedekkingspercentages bereiken – een duidelijk verstoringssignaal.
Dominante soorten (selectie)
- Lygeum spartum
- Brachypodium retusum, B. boissieri
- Hyparrhenia hirta, H. sinaica
- Macrochloa tenacissima (espartogras)
- Verschillende vedergrassen: Stipa barbata, S. iberica, S. juncea, S. lagascae, S. offneri, S. parviflora, S. pauneroana, S. capillata (regionaal)
- Dactylis glomerata subsp. hispanica, Helictochloa bromoides, Heteropogon contortus, Andropogon distachyos, Trisetum velutinum e.a.
Diagnostische soorten (voorbeelden)
- Carlina corymbosa
- Convolvulus althaeoides
- Eryngium dichotomum
- Ferula communis
- Phagnalon saxatile
- Sanguisorba verrucosa
- Helictochloa gervaisii
- Moricandia arvensis
Opvallende invasieve soort
- Pennisetum setaceum (purper lampenpoetsersgras) – in veel mediterrane drooggraslanden een toenemend probleem.
Ecologische kwaliteitskenmerken
De kwaliteit van dit leefgebied wordt niet alleen door de soortenlijst bepaald, maar door een over lange tijd gestabiliseerde vegetatiestructuur. De belangrijkste kwaliteitsindicatoren uit de Europese beoordelingsgrondslagen zijn:
- Dominantie van overblijvende grassen – geen verdringing door hoogopschietende kruiden of houtige gewassen.
- Afwezigheid of zeer lage bedekking van stikstofminnende of uitheemse soorten.
- Geen aanwijzingen van successie (verdringing door dwergstruiken of struiken).
- Aangepaste extensieve begrazing als vormende beheerfactor.
- Geen sterke geulerosie die de toplaag vernietigt.
Deze indicatoren wijzen op een intact, open karakter met een geringe nutriëntenaanvoer – cruciaal voor de kenmerkende biologische diversiteit.
Bedreiging en beschermingsstatus (Rode Lijst, FFH)
Europese Rode Lijst van Habitats
De Europese Rode Lijst beoordeelt het „Mediterranean tall perennial dry grassland” (EUNIS E1.3b / RLE-code RLE1.3b) voor zowel EU28 als EU28+ als Least Concern (LC). Dat betekent dat het habitattype op Europees niveau niet als bedreigd wordt beschouwd. Plaatselijk kan de situatie echter afwijken.
FFH-Bijlage I
Het FFH-habitattype 6220 („* Pseudosteppe met grassen en eenjarigen van de Thero-Brachypodietea”) dekt een deel van de hier beschreven graslandtypen, maar is niet identiek. Het EUNIS-classificatiesysteem geeft de toewijzing weer met de qualifier „<”, d.w.z. het FFH-type is inhoudelijk nauwer of anders afgebakend. Voor de officiële rapportageverplichting volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn is exacte determinatie dus noodzakelijk.
Staat van instandhouding volgens Artikel 17
De actuele Artikel 17-gegevens voor het gehele habitat E1.3 zijn in de hier gebruikte brongegevens niet beschikbaar. Veel lidstaten rapporteren de toestand wel voor het FFH-type 6220, maar niet voor de bredere EUNIS-eenheid. Daarom wordt hier geen algemene uitspraak over de staat van instandhouding gedaan.
Bedreigingen en instandhoudingsmaatregelen
Het hoge overblijvende drooggrasland is weliswaar nog wijdverbreid, maar wordt in zijn typische vorm op verschillende fronten bedreigd:
- Invasie van uitheemse planten – vooral Pennisetum setaceum en diverse Opuntia-soorten kunnen de natuurlijke grasdominantie verdringen.
- Omzetting naar landbouwgrond – intensivering, irrigatie of bebossing vernietigen het voedselarme, open karakter.
- Verstedelijking en bodemafdekking – langs de mediterrane kuststroken gaan veel oppervlakten verloren.
- Beëindiging van het gebruik – ontbreekt extensieve begrazing of periodieke verstoring, dan verstruiken de terreinen en gaan ze over in struweelformaties.
Instandhoudingsstrategieën dienen de traditionele, door trekkende kuddes gedragen begrazing (schapen, geiten) veilig te stellen en overmatige stikstofaccumulatie te voorkomen. Gericht beheer van invasieve soorten – bijvoorbeeld door mechanische verwijdering vóór zaadrijping – is in veel gebieden noodzakelijk. Omdat het vaak om secundaire standplaatsen gaat, is actief herstel door extensief gebruik doorgaans efficiënter dan passieve beschermingsmaatregelen.
Betekenis voor de biodiversiteit
Ondanks de relatieve voedselarmoede herbergen deze pseudosteppen een opmerkelijke diversiteit aan planten, insecten en bodembroedende vogels. De open, aan de zon blootgestelde structuur met een ijle begroeiing schept ideale omstandigheden voor warmteminnende diersoorten. Kenmerkend zijn:
- Veel eenjarige therofyten, die van het vochtige seizoen profiteren en samenleven met de overblijvende grassen.
- Orchideeën van de geslachten Ophrys, Orchis en Serapias kunnen in begraasde varianten opvallend aanwezig zijn.
- Reptielen zoals smaragdhagedissen en slangen vinden er open, stenige niches.
- Cicaden, sprinkhanen en wilde bijen zijn gebonden aan de warme, bloemrijke bestanden.
De FFH-erkenning als prioritair habitattype (aangeduid met „*”) onderstreept het Europese belang – ook al geldt het overeenkomstige EUNIS-type als geheel als niet bedreigd.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is mediterraan hoog overblijvend drooggrasland?
Het is een pseudosteppeachtig graslandtype in het Middellandse Zeegebied dat wordt gedomineerd door polvormende, droogtebestendige grassen zoals Lygeum spartum, Brachypodium retusum of soorten vedergras. Het is vaak door eeuwenlange begrazing en incidentele branden uit voormalige bossen of struweelformaties ontstaan.
Welke EUNIS-code zit erachter?
De biotoop valt onder E1.3 Mediterranean xeric grassland. Binnen deze klasse bestaan meerdere onderdelen; het hier beschreven „tall perennial dry grassland” komt overeen met de beoordelingseenheid E1.3b.
Is het mediterrane hoge overblijvende drooggrasland bedreigd?
Volgens de Europese Rode Lijst van Habitats (EU28/EU28+) is de beoordeling Least Concern – dus momenteel geen verhoogde bedreiging. Lokaal kan het habitat echter onder druk staan, bijvoorbeeld door invasieve soorten of stopzetting van het beheer.
Welke grassen bepalen dit leefgebied?
Kenmerkend zijn vedergrassen (Stipa spp.), Lygeum spartum, Brachypodium retusum, Hyparrhenia hirta, Macrochloa tenacissima (espartogras) en regionale soorten zoals Helictochloa bromoides of Heteropogon contortus. De precieze samenstelling varieert met bodem en klimaat.
Welke beheermaatregelen houden het leefgebied in stand?
Extensieve begrazing, eventueel aangevuld met kleinschalige branden, voorkomt verstruiking. Beslissend is een voedselarme, open structuur van de vegetatie. Bovendien moet de vestiging van invasieve soorten zoals Pennisetum setaceum consequent worden tegengegaan.
Bronnen
Häufige Fragen
Wat is mediterraan hoog overblijvend drooggrasland?
Het is een pseudosteppeachtig graslandtype in het Middellandse Zeegebied dat wordt gedomineerd door polvormende, droogtebestendige grassen en vaak door begrazing en branden uit voormalige bossen of struweelformaties is ontstaan.
Welke EUNIS-code zit erachter?
De biotoop valt onder E1.3 Mediterranean xeric grassland; het beschreven „tall perennial dry grassland” komt overeen met de beoordelingseenheid E1.3b.
Is het mediterrane hoge overblijvende drooggrasland bedreigd?
Volgens de Europese Rode Lijst van Habitats (EU28 en EU28+) is het als Least Concern (niet bedreigd) geclassificeerd. Lokaal kan het echter door invasieve soorten of veranderend landgebruik bedreigd zijn.
Welke grassen bepalen dit leefgebied?
Vooral vedergrassen (Stipa spp.), Lygeum spartum, Brachypodium retusum, Hyparrhenia hirta en Macrochloa tenacissima (espartogras) en veel regionale soorten.
Welke beheermaatregelen houden het leefgebied in stand?
Extensieve begrazing en het tegengaan van successie door gecontroleerde verstoring (bijv. branden) zijn essentieel, evenals de bestrijding van invasieve planten zoals Pennisetum setaceum.