Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB45Europäische Rote Liste: Near Threatened

EUNIS MB45: Levensgemeenschappen van mediterrane kustdetritusbodems in het lagere infralittoraal

Het biotooptype EUNIS MB45 omvat de levensgemeenschappen van mediterrane kustdetritusbodems in het lagere infralittoraal. De sedimentbodems bestaan uit wisselende hoeveelheden grind, zand, schelpen- en bryozoënresten. Volgens de Europese Rode Lijst van habitats staat het te boek als „Near Threatened“ (potentieel bedreigd), maar het is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn.

Einordnung

Originalbezeichnung
Communities of Mediterranean infralittoral coastal detritic bottoms
EUNIS
MB45
EU-28
Near Threatened
EU-28+
Near Threatened

Het belangrijkste in het kort

EUNIS MB45 – „Communities of Mediterranean infralittoral coastal detritic bottoms“ – is een marien biotooptype van het lagere infralittoraal in de Middellandse Zee. De bodems van dit habitat zijn niet eenvormig, maar bestaan uit een mengsel van grind, zand en biologisch hard substraat zoals schelpresten of brokstukken van kalkkokers. De Europese Rode Lijst van habitats classificeert het type als Near Threatened (potentieel bedreigd). Het valt niet onder de Habitatrichtlijn (geen Bijlage-I-code) en er ligt geen aparte beoordeling volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn voor. De beschikbare gegevens beperken zich tot de biogeografische regio „Mediterraan“ (MED).


Wat is EUNIS MB45?

De afkorting EUNIS MB45 staat binnen het Europese natuurinformatiesysteem EUNIS voor een duidelijk omschreven marien biotooptype: de levensgemeenschappen van mediterrane kustdetritusbodems. In de vakliteratuur wordt het ook aangeduid als „communities of Mediterranean infralittoral coastal detritic bottoms“ en het behoort tot de groep van de subtidale sedimentbodems.

De term detritusbodems duidt op een ondergrond die niet uit zuiver gesteente of fijne slib bestaat, maar uit grofkorrelige, vaak biologische afbraakproducten. Dit kunnen rolstenen van plaatselijk gesteente zijn, maar ook schelpen van weekdieren (Mollusca) en stekelhuidigen (Echinodermata), brokstukken van mosdiertjes (Bryozoa) of afgestorven, min of meer gecorrodeerde kalkalgen van het geslacht Melobesia. De ruimtes tussen deze bestanddelen worden in wisselende mate opgevuld met zand en slib.

Het lagere infralittoraal

Het infralittoraal is de permanent door zeewater bedekte zone onder de laagwaterlijn. Het reikt tot de diepte waar nog voldoende licht doordringt voor de groei van benthische (op de bodem levende) algen en planten. De „lower infralittoral zone“ (lagere infralittoraal), waarmee EUNIS MB45 doorgaans wordt geassocieerd, bevindt zich aan de diepste rand van deze zone – vaak al in de overgang naar het circalittoraal. Hier is de lichthoeveelheid beperkter en is de levensgemeenschap sterker afhankelijk van heterotrofe voeding en de samenstelling van de detritusbodem.

De grote variabiliteit van het substraat is een sleutelkenmerk: afhankelijk van het kusttype en de voorliggende benthische gemeenschappen kunnen de afzettingen totaal verschillend van aard zijn. Daardoor kan MB45 plaatselijk heel uiteenlopende soortensamenstellingen herbergen.


Typische soorten en indicatoren voor habitatkwaliteit

De Europese Rode Lijst van habitats geeft voor EUNIS MB45 een reeks kenmerkende soorten aan waarvan het voorkomen en de talrijkheid als kwaliteitsindicatoren kunnen worden gebruikt. Het gaat om op de bodem levende ongewervelden die zijn aangepast aan de bijzondere substraatomstandigheden.

Sponzen (Demospongiae)

  • Suberites domuncula – een korstvormende spons, vaak groeiend op slakkenhuizen.

Kreeftachtigen (Crustacea)

  • Paguristes eremita – een heremietkreeft
  • Anapagurus laevis – een andere heremietkreeft, tamelijk klein van stuk

Stekelhuidigen (Echinodermata)

  • Ophiura ophiura – een slangster
  • Astropecten irregularis – de onregelmatige zeester, een frequente bewoner van zand- en gruisbodems
  • Anseropoda placenta – een platte, schijfvormige zeester

Zakpijpen (Ascidiacea)

  • Molgula oculata – een solitaire zakpijp
  • Polycarpa pomaria – vaak vingervormig vertakt
  • Microcosmus vulgaris – een robuuste zakpijp met een stevige mantel

Het voorkomen van deze soorten in voldoende abundantie duidt op een goede ontwikkeling van het biotooptype. Naast biotische indicatoren worden in de praktijk ook abiotische parameters (zoals sedimentsamenstelling, temperatuur, zuurstofgehalte) gebruikt om de habitatkwaliteit te beoordelen.


Classificatie volgens de Europese Rode Lijst

De Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats) evalueert het uitsterfrisico van biotooptypen op Europees niveau – vergelijkbaar met de Rode Lijst voor soorten. EUNIS MB45 wordt daarin als volgt beoordeeld:

KenmerkClassificatie
Rode-Lijst-categorieNear Threatened (NT) – potentieel bedreigd
ToepassingsgebiedEU28 en EU28+ (alle EU-lidstaten plus geassocieerde landen)
Beoordelingsjaar2022 (op basis van het EEA-gegevenspakket)
Criteriumin de voorliggende brongegevens niet genoemd

De classificatie „Near Threatened“ houdt in dat het habitat bij aanhoudende negatieve invloeden op afzienbare termijn in een bedreigingscategorie (Vulnerable of hoger) zou kunnen opschuiven, maar momenteel de drempelwaarden daarvoor nog niet overschrijdt. De precieze criteria – zoals een afname van het areaal of de kwaliteit – worden in het gepubliceerde materiaal niet afzonderlijk uitgesplitst.


Verhouding tot de Habitatrichtlijn en Artikel 17

Een veelvoorkomend misverstand bij mariene biotooptypen is het automatisch gelijkstellen van EUNIS-codes aan de bescherming van de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor EUNIS MB45 geldt:

  • Bijlage-I-code: niet aanwezig. Het biotooptype is niet vermeld in de bijlagen van de Habitatrichtlijn.
  • Artikel-17-staat-van-instandhouding: in de voorliggende brongegevens niet vermeld.

Dat betekent: EUNIS MB45 is geen „Habitatrichtlijn-type“. Er rust geen wettelijke verplichting op de lidstaten om dit specifieke biotoop in hun Natura 2000-netwerk afzonderlijk te monitoren of een gunstige staat van instandhouding te waarborgen. Wel kunnen de soorten van het habitat indirect profiteren van andere beschermingsinstrumenten (zoals de Kaderrichtlijn Mariene Strategie).


Geografische verspreiding

De verspreiding blijft volgens de beschikbare gegevens beperkt tot de mariene biogeografische regio „Mediterraan“ (MED). Het habitat komt uitsluitend voor in kustwateren van de Middellandse Zee. Concrete landenvermeldingen of een verspreidingskaart levert de gebruikte dataset niet.

Omdat de substraatsamenstelling sterk afhangt van lokale gesteenteformaties en benthische levensgemeenschappen, is het voorkomen gebonden aan vele aparte, vermoedelijk kleinschalige plekken langs de mediterrane kusten. Typische gebieden kunnen de zeewaartse delen van Posidonia-velden of rotsriffen zijn, waarvan de afzettingen de detritusbodem voeden.


Betekenis en bedreiging

Ondanks het ontbreken van gedetailleerde bedreigingslijsten in het bronmateriaal valt de ecologische betekenis van detritusbodems goed te schetsen. Het zijn:

  • Belangrijke leefgebieden voor op de bodem levende kreeftachtigen, stekelhuidigen en een grote diversiteit aan weekdieren.
  • Voedselgronden voor vissen van de lagere infralittorale zone.
  • Onderdeel van de benthische kringloop – ze remineraliseren organisch materiaal en fungeren als koolstofopslag.

De status „Near Threatened“ wijst op een algemene kwetsbaarheid. Vaak genoemde bedreigingen voor mediterrane detritusbodems zijn – zonder dat ze in de brongegevens van deze dataset expliciet worden genoemd – bodemsleepnetvisserij, sedimentverplaatsing door kustwerken, eutrofiëring en de opwarming van de Middellandse Zee. De ongelijke kennis over kwaliteitsindicatoren en verspreiding bemoeilijkt momenteel een nauwkeuriger beoordeling.


Wat betekent dit voor tuin en gemeente?

EUNIS MB45 is een puur marien habitat en kan vanzelfsprekend niet één-op-één naar een tuin of gemeentelijk groen worden vertaald. Toch is de kennis over dit biotooptype ook voor burgers en gemeentelijke actoren relevant:

  • Kustgemeenten in het Middellandse Zeegebied kunnen via hun planvorming (afvalwaterbeheer, bouwprojecten, toeristisch gebruik) de waterkwaliteit en sedimentdynamiek rechtstreeks beïnvloeden.
  • Zeebeschermingsverenigingen en milieueducatie kunnen de kenmerkende soorten (bijv. zeesterren, zakpijpen) aangrijpen om de diversiteit van de inheemse mediterrane fauna te belichten.
  • Aquaristiek en openbare aquaria kunnen habitatmodellen voor detritusbodems nabootsen, wat het begrip van de natuur dient zonder dat het natuurlijke habitat schade wordt berokkend.

Een nabootsing in de buitenruimte is vanwege de mariene omstandigheden (zout water, diepte, stroming) niet mogelijk.


Steekkaart EUNIS MB45 (tabel)

CriteriumWaarde
EUNIS-codeMB45
BenamingCommunities of Mediterranean infralittoral coastal detritic bottoms
Nederlandse benamingLevensgemeenschappen van mediterrane kustdetritusbodems (lagere infralittoraal)
Ecologische zoneMarien sublitoraal, zwaartepunt lagere infralittoraal
SubstraatDetritusrijk mengsel: gesteentegrind, schelpen, bryozoënresten, kalkalgfragmenten, wisselende zand-slibgehalten
Kenmerkende soortenSuberites domuncula, Paguristes eremita, Anapagurus laevis, Ophiura ophiura, Astropecten irregularis, Anseropoda placenta, Molgula oculata, Polycarpa pomaria, Microcosmus vulgaris
Rode-Lijst-categorie (EU)Near Threatened (NT)
Habitatrichtlijn Bijlage Iniet vermeld
Artikel 17-staat-van-instandhoudingin de voorliggende brongegevens niet vermeld
Biogeografische regio(s)MED (Mediterraan)
Voornaamste bronnenEuropean Red List of Habitats (EEA, 2022); EUNIS-databank

FAQ

1. Wat wordt er precies verstaan onder „detritische bodems“ in het infralittoraal?

Detritische bodems zijn onderwaterbodems die grotendeels bestaan uit fijngemaakt biologisch restmateriaal – bijvoorbeeld schelpen van weekdieren, skeletdelen van stekelhuidigen of brokjes kalkalg. In het lagere infralittoraal zijn ze vaak gemengd met zand en slib en bieden ze een structuurrijk oppervlak voor op de bodem levende soorten.

2. Waarom zijn de levensgemeenschappen van dit habitat als „Near Threatened“ geclassificeerd?

De Europese Rode Lijst van habitats 2022 typeert het type als potentieel bedreigd. Dat betekent dat het biotoop in oppervlakte of kwaliteit kan afnemen en bij aanhoudende belasting in een concrete bedreigingscategorie kan belanden. De exacte criteria zijn in de gepubliceerde dataset niet nader uitgesplitst, maar de gevoeligheid voor verstoringen zoals bodemsleepnetvisserij maakt die status aannemelijk.

3. Is het habitat beschermd via de Habitatrichtlijn?

Nee. EUNIS MB45 is geen habitattype van Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Er is geen toegekende Bijlage-I-code. Daarmee is er geen directe verplichting tot aanwijzing van beschermde gebieden of rapportage conform Artikel 17.

4. Welke typische soorten duiden op een goede habitatkwaliteit?

De kenmerkende soorten zijn op de bodem levende sponzen (Suberites domuncula), heremietkreeften (Paguristes eremita, Anapagurus laevis), stekelhuidigen (Ophiura ophiura, Astropecten irregularis, Anseropoda placenta) en zakpijpen (Molgula oculata, Polycarpa pomaria, Microcosmus vulgaris). Een rijk voorkomen wijst op een intacte detritusbodem.

5. In welke zeegebieden komt het habitat voor?

Volgens de beschikbare gegevens is het habitat beperkt tot de mariene biogeografische regio „Mediterraan“. Het komt dus uitsluitend voor in kustwateren van de Middellandse Zee. Een nauwkeurigere verdeling per land is in de gebruikte dataset niet opgenomen.


Bronnen en verdere informatie

Häufige Fragen

Wat wordt er precies verstaan onder „detritische bodems“ in het infralittoraal?

Detritische bodems zijn onderwaterbodems die grotendeels bestaan uit fijngemaakt biologisch restmateriaal – bijvoorbeeld schelpen van weekdieren, skeletdelen van stekelhuidigen of brokjes kalkalg. In het lagere infralittoraal zijn ze vaak gemengd met zand en slib en bieden ze een structuurrijk oppervlak voor op de bodem levende soorten.

Waarom zijn de levensgemeenschappen van dit habitat als „Near Threatened“ geclassificeerd?

De Europese Rode Lijst van habitats 2022 typeert het type als potentieel bedreigd. Dat betekent dat het biotoop in oppervlakte of kwaliteit kan afnemen en bij aanhoudende belasting in een concrete bedreigingscategorie kan belanden. De exacte criteria zijn in de gepubliceerde dataset niet nader uitgesplitst, maar de gevoeligheid voor verstoringen zoals bodemsleepnetvisserij maakt die status aannemelijk.

Is het habitat beschermd via de Habitatrichtlijn?

Nee. EUNIS MB45 is geen habitattype van Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Er is geen toegekende Bijlage-I-code. Daarmee is er geen directe verplichting tot aanwijzing van beschermde gebieden of rapportage conform Artikel 17.

Welke typische soorten duiden op een goede habitatkwaliteit?

De kenmerkende soorten zijn op de bodem levende sponzen (Suberites domuncula), heremietkreeften (Paguristes eremita, Anapagurus laevis), stekelhuidigen (Ophiura ophiura, Astropecten irregularis, Anseropoda placenta) en zakpijpen (Molgula oculata, Polycarpa pomaria, Microcosmus vulgaris). Een rijk voorkomen wijst op een intacte detritusbodem.

In welke zeegebieden komt het habitat voor?

Volgens de beschikbare gegevens is het habitat beperkt tot de mariene biogeografische regio „Mediterraan“. Het komt dus uitsluitend voor in kustwateren van de Middellandse Zee. Een nauwkeurigere verdeling per land is in de gebruikte dataset niet opgenomen.

Quellen