Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: F8.1Europäische Rote Liste: Vulnerable

Canarische droogstruik (EUNIS F8.1) – Leefgebied van succulenten en endemische soorten

De Canarische droogstruik (EUNIS F8.1) is een open struiklandschap van stam-succulente wolfsmelkgewassen (Tabaibales, Cardonales) en hardbladige struiken. Hij komt voor in de droge tot woestijnachtige laaglanden van de Canarische Eilanden. De Europese Rode Lijst van habitats classificeert hem als 'Vulnerable' (kwetsbaar). Er is geen bescherming via de Habitatrichtlijn (Bijlage I), en de staat van instandhouding is in de voorliggende brongegevens niet aangegeven.

Einordnung

Originalbezeichnung
Canarian xerophytic scrub
EUNIS
F8.1 – Canary Island xerophytic scrub
EU-28
Vulnerable
EU-28+
Vulnerable

Het belangrijkste in één oogopslag

  • Habitattype: Open droogstruweel van stamsucculenten (vooral Euphorbia) en hardbladige struiken
  • EUNIS-code: F8.1 (Canary Island xerophytic scrub)
  • Verspreiding: Uitsluitend op de Canarische Eilanden, met zwaartepunt in de laaglanden van Lanzarote en Fuerteventura en op zuidhellingen van de overige eilanden
  • Bedreiging: “Vulnerable” (kwetsbaar) volgens de Europese Rode Lijst van habitats (EU28 & EU28+)
  • Habitatrichtlijn Bijlage I: Niet opgenomen
  • Staat van instandhouding (Artikel 17): In de beschikbare brongegevens niet vermeld
  • Typische planten: Euphorbia canariensis, Euphorbia balsamifera, Kleinia neriifolia, Dracaena draco, talrijke eilandendemische soorten

Wat is de Canarische droogstruik?

De Canarische droogstruik (EUNIS F8.1) is een open, laagblijvend struiklandtype dat wordt gedomineerd door stamsucculente en bladsucculente planten. De dominante soorten behoren vaak tot het geslacht Euphorbia (wolfsmelk). De bewoners van de Canarische Eilanden onderscheiden twee karakteristieke verschijningsvormen:

  • Tabaibales (van “Tabaiba”): bestanden waarin succulente Euphorbia-soorten zoals Euphorbia balsamifera of Euphorbia lamarckii overheersen.
  • Cardonales (van “Cardón”): bestanden waarin de kandelaarvormige Euphorbia canariensis domineert.

Naast de wolfsmelkgewassen komen er andere succulenten (bijvoorbeeld Kleinia neriifolia) en een groot aantal endemische hardbladige struiken voor. Het habitat wordt beschouwd als een soort “droog tegenhanger” van de mediterrane scrub, maar bevat veel zelfstandige floristische elementen met verwantschap aan aride gebieden in Afrika.

EUNIS-classificatie en typologie

Het habitat is in het Europees Natuur Informatie Systeem (EUNIS) ingedeeld onder code F8.1 met de naam “Canary Island xerophytic scrub”. Het behoort tot hoofdgroep F (Heide, struwelen en toendra), subgroep F8 (Thermofiele struwelen en macchia).

De omschrijving onderscheidt twee hoogtezones:

  1. Onderste zone – Succulentenstruweel
    • Laagste delen op rotsbodems en extreem droge standplaatsen (Lithosolen).
    • Domination van stamsucculenten, zeer geringe bedekking door andere groeivormen.
  2. Hogere zone – Xerofytisch hardbladig struweel
    • Iets hoger gelegen, vochtiger standplaatsen met beter ontwikkelde bodems.
    • Overheersing van Rhamnus crenulata en Olea europaea subsp. canariensis; sterkere affiniteit met mediterrane ecosystemen.

De overgangen tussen beide subtypes zijn geleidelijk. Kenmerkend voor beide is het voorkomen op vulkanische gesteentebodems met een zeer dunne humuslaag.

Rode-Lijststatus en bedreiging

De Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats) beoordeelt de Canarische droogstruik zowel voor EU28 als voor EU28+ als:

BeoordelingsniveauCategorie
EU28Vulnerable (kwetsbaar)
EU28+Vulnerable (kwetsbaar)

De precieze criteria voor de indeling zijn in de voorliggende brongegevens niet aangegeven. De bedreiging vloeit voort uit een lange gebruiksgeschiedenis: door begrazing door geiten, bebouwing en de uitbreiding van stedelijke gebieden is de droogstruik sterk teruggedrongen en versnipperd. Secundair leidt verstoring tot de vestiging van stikstofminnende ruderale soorten van de gemeenschap Forsskaoleo-Rumicetalia lunariae, die de oorspronkelijke vegetatie verdringen.

Habitatrichtlijn en beschermingsstatus

De Canarische droogstruik is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) als habitattype van communautair belang. Daarom geldt er geen verplichting tot rapportage volgens Artikel 17 van de richtlijn. Een Europese staat van instandhouding op grond van Artikel 17 wordt niet bijgehouden; de bijbehorende gegevens ontbreken in de beschikbare brongegevens.

Vanuit natuurbehoudsoogpunt is het habitat niettemin van groot belang, vooral vanwege het extreem hoge aandeel eilandendemische soorten en de functie als relict van een tropisch-aride flora in Europa. Beschermingsmaatregelen kunnen alleen op het niveau van de regionale overheid van de Canarische Eilanden of via nationale Spaanse regelgeving worden genomen.

Habitat en karakteristieke soortenrijkdom

Standplaatscondities

De Canarische droogstruik groeit onder semiaride tot aride klimaatomstandigheden met geringe en onregelmatige neerslag. De bodems bestaan meestal uit rotsachtige Lithosolen zonder noemenswaardige organische laag. Vaak gaat het om lavavelden of verweerde vulkanische as. De vegetatie is uitstekend aangepast aan periodieke droogte en hoge zonnestraling.

Typische plantengemeenschap

De karakteristieke soortenlijst omvat meer dan 80 vaatplantensoorten, die bijna alle tot de Canarische Eilanden beperkt of er endemisch zijn. De volgende tabel toont een selectie van bepalende elementen:

GroepVoorbeelden (wetenschappelijke naam)
Stamsucculente Euphorbia-soortenEuphorbia canariensis, E. handiensis, E. balsamifera, E. lamarckii, E. regis-jubae
Bladsucculenten en overige succulentenKleinia neriifolia, Ceropegia fusca, Caralluma burchardii
Endemische struikenRhamnus crenulata, Maytenus canariensis, Juniperus turbinata subsp. canariensis
Opvallende begeleidersDracaena draco (Canarische drakenbloedboom), Olea europaea subsp. canariensis (wilde Canarische olijf)
Dwergstruiken en kruidenTaeckholmia pinnata, Micromeria varia, Herniaria canariensis

Een volledige lijst van karakteristieke soorten is in de brongegevens opgenomen. Deze onderstreept de uitzonderlijke endemische rijkdom, die de Canarische droogstruik ook vanuit evolutionair oogpunt bijzonder maakt.

Hoe herkent men een intact bestand?

De Europese Rode Lijst noemt twee kwaliteitsindicatoren voor een gunstige staat van instandhouding:

  • Afwezigheid van stikstofminnende en niet-inheemse soorten – met name het ontbreken van soorten van ruderale gemeenschappen die na verstoring binnendringen.
  • Voorkomen en talrijkheid van endemische succulente struiken – een hoog aandeel typische Euphorbia’s en andere stamsucculenten geldt als teken van een nagenoeg natuurlijke toestand.

Praktisch gezien: waar over grote oppervlakten Euphorbia canariensis, Euphorbia balsamifera of Kleinia neriifolia groeien, zonder dat brandnetels, melden of andere stikstofminnende planten overheersen, kan men uitgaan van een relatief intacte droogstruik.

Bedreigingen en bescherming

Belangrijkste bedreigingen

Uit de beschrijvingen in de brongegevens zijn de volgende bedreigingen af te leiden (een formele lijst van bedreigingen ontbreekt):

  1. Historische en huidige begrazing – vrij grazende geiten hebben gedurende eeuwen de vegetatie uitgedund en herstel verhinderd.
  2. Inname van oppervlakte – bebouwing en infrastructurele projecten, vooral in de kustnabije laaglanden, vernietigen de droogstruik direct.
  3. Eutrofiëring en ruderalisatie – toevoer van nutriënten (bijvoorbeeld door afval of landbouw) bevordert nitrofiele onkruiden die de concurrentiezwakke succulenten verdringen.
  4. Klimaatverandering – langere droogteperioden en extreme weersomstandigheden kunnen de van nature al aride standplaatsen extra belasten.

Beschermings- en herstelmaatregelen

In de voorliggende brongegevens worden geen concrete herstelstrategieën genoemd. Bekend is echter dat enkele vindplaatsen binnen Canarische natuurgebieden liggen (bijv. Nationaal Park Timanfaya op Lanzarote, Natuurpark Jandía op Fuerteventura). Beschermingsstrategieën zouden kunnen omvatten:

  • Beheersing van geitenbegrazing en uitsluiting van kwetsbare kerngebieden
  • Herstel van verlaten bebouwde terreinen
  • Bestrijding van invasieve nitrofiele soorten
  • Voorlichting over de betekenis van de Tabaibales en Cardonales

Omdat het habitat geen onderdeel uitmaakt van een Europees monitoringsysteem, hangt de effectiviteit af van de beoordelingen door regionale instanties.

Veelgestelde vragen (FAQ)

  1. Wat is de Canarische droogstruik?
    De Canarische droogstruik (EUNIS F8.1) is een open habitat van stamsucculente wolfsmelkgewassen en hardbladige struiken, dat de droge laaglanden van de Canarische Eilanden kenmerkt. Lokaal wordt onderscheid gemaakt tussen Tabaibales (door Euphorbia’s gedomineerd type) en Cardonales (gedomineerd door Euphorbia canariensis).

  2. Waar komt dit habitat voor?
    Uitsluitend op de Canarische Eilanden. Zwaartepunten zijn de oostelijke eilanden Lanzarote en Fuerteventura, evenals de zuidhellingen van de overige eilanden (Tenerife, Gran Canaria, La Gomera, La Palma, El Hierro).

  3. Is het habitat bedreigd?
    Ja, de Europese Rode Lijst van habitats classificeert de Canarische droogstruik als “Vulnerable” (kwetsbaar). Belangrijkste oorzaken zijn begrazing, bebouwing en de toename van nitrofiele planten.

  4. Valt de Canarische droogstruik onder de bescherming van de Habitatrichtlijn?
    Nee. Het habitat is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn en kent daarom geen rapportageverplichting volgens Artikel 17.

  5. Welke typische plantensoorten kenmerken dit habitat?
    Zeer karakteristiek zijn stamsucculente Euphorbia’s zoals Euphorbia canariensis, Euphorbia balsamifera, Euphorbia lamarckii en Euphorbia handiensis, maar ook de Canarische drakenbloedboom (Dracaena draco), Kleinia neriifolia, Rhamnus crenulata en vele andere endemische struiken en kruiden.

Bronnen

Häufige Fragen

Wat is de Canarische droogstruik?

De Canarische droogstruik (EUNIS F8.1) is een open habitat van stamsucculente wolfsmelkgewassen en hardbladige struiken, dat de droge laaglanden van de Canarische Eilanden kenmerkt. Lokaal wordt onderscheid gemaakt tussen Tabaibales (door Euphorbia’s gedomineerd type) en Cardonales (gedomineerd door Euphorbia canariensis).

Waar komt dit habitat voor?

Uitsluitend op de Canarische Eilanden. Zwaartepunten zijn de oostelijke eilanden Lanzarote en Fuerteventura, evenals de zuidhellingen van de overige eilanden (Tenerife, Gran Canaria, La Gomera, La Palma, El Hierro).

Is het habitat bedreigd?

Ja, de Europese Rode Lijst van habitats classificeert de Canarische droogstruik als “Vulnerable” (kwetsbaar). Belangrijkste oorzaken zijn begrazing, bebouwing en de toename van nitrofiele planten.

Valt de Canarische droogstruik onder de bescherming van de Habitatrichtlijn?

Nee. Het habitat is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn en kent daarom geen rapportageverplichting volgens Artikel 17.

Welke typische plantensoorten kenmerken dit habitat?

Zeer karakteristiek zijn stamsucculente Euphorbia’s zoals Euphorbia canariensis, Euphorbia balsamifera, Euphorbia lamarckii en Euphorbia handiensis, maar ook de Canarische drakenbloedboom (Dracaena draco), Kleinia neriifolia, Rhamnus crenulata en vele andere endemische struiken en kruiden.

Quellen