Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB25Europäische Rote Liste: Near ThreatenedFFH-Anhang I: 1170

Infralittorale biogene habitats in de Middellandse Zee: coralligene bioconcreties (EUNIS MB25)

Coralligene bioconcreties zijn biogene harde bodems die in het infralittoraal van de Middellandse Zee worden opgebouwd door kalkvormende roodalgen onder zwakke lichtomstandigheden. Ze behoren tot het FFH-habitattype 'Riffen' (code 1170) en worden op Europees niveau als 'Near Threatened' (gevoelig) beoordeeld.

Einordnung

Originalbezeichnung
Infralittoral biogenic habitats in the Mediterranean - corralligenous bioconcretions
EUNIS
MB25
EU-28
Near Threatened
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1170 – Reefs

Het belangrijkste in het kort

Coralligene bioconcreties zijn door organismen opgebouwde harde bodems (biogeen) in het ondiepe, maar lichtarme infralittoraal van de Middellandse Zee. De belangrijkste bouwmeesters zijn kalkafzettende roodalgen. Deze complexe, holenrijke structuren herbergen een uitzonderlijke diversiteit aan algen, sponzen, neteldieren, weekdieren, stekelhuidigen en vissen en worden daarom beschouwd als 'hotspots' van de mediterrane biodiversiteit. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn (Bijlage I) als 'Riffen' (code 1170) en staan op de huidige Europese Rode Lijst van habitats voor de EU28 als Near Threatened (gevoelig). Voor de uitgebreide EU28+-regio luidt de beoordeling echter Data Deficient vanwege ontoereikende gegevens.

EUNIS-classificatie: MB25

Het Europees Natuurinformatiesysteem EUNIS kent aan dit habitat de code MB25 toe. De officiële naam is: Infralittoral biogenic habitats in the Mediterranean – corralligenous bioconcretions.

EUNIS deelt mariene habitats hiërarchisch in. MB25 staat voor een specifiek type van het infralittoraal (de permanent overstroomde ondiepwaterzone) waarvan het substraat vrijwel uitsluitend door de groei en kalkafzetting van organismen wordt gevormd. Het gaat hier niet om tropische koraalriffen, maar om biogene concreties die hoofdzakelijk door korstvormende kalkroodalgen worden opgebouwd. Deze algen hebben gedempt licht nodig; daarom komen de habitats alleen voor op steile wanden, in diepe kanalen of op overhangende gedeelten.

Rode Lijst: Near Threatened (EU28)

De Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats) beoordeelt het uitsterfrisico van habitats. Voor het hier beschreven habitat zijn twee ruimtelijke beoordelingen beschikbaar:

  • EU28 (de 28 EU-lidstaten): Near Threatened (NT) – het habitat staat op het punt om in een bedreigde categorie te worden ingedeeld, maar is momenteel niet direct bedreigd.
  • EU28+ (EU28 plus andere Europese landen): Data Deficient (DD) – de beschikbare gegevens zijn ontoereikend voor een onderbouwde risicoanalyse.

Het criterium voor de indeling is niet in de brongegevens vermeld. De beoordeling heeft betrekking op de mariene regio van de Middellandse Zee (biogeografische regio MED). Bedreigingsfactoren worden in de brondataset niet expliciet genoemd. Typische bedreigingen voor dit habitat zijn echter in het algemeen mechanische vernietiging (bijv. door sleepnetvisserij, ankers), sedimentatie, vervuiling en invasieve soorten, maar deze zijn voor deze dataset niet afzonderlijk verzameld.

Relatie met de Habitatrichtlijn: Bijlage I – Riffen (code 1170)

Volgens de Habitatrichtlijn (92/43/EEG) behoort dit habitat tot de natuurlijke habitattypen van communautair belang waarvoor speciale beschermingszones moeten worden aangewezen. De kruisverwijzing in de brongegevens luidt:

  • Bijlage I-code: 1170
  • Bijlage I-naam: Riffen (Reefs)

Het FFH-habitattype 1170 omvat zowel biogene riffen (inclusief de coralligene concreties) als geogene riffen. Voor de rapportage volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn moeten de EU-lidstaten de staat van instandhouding van de in hun wateren voorkomende habitattypen beoordelen. In de onderliggende brongegevens is geen artikel 17-staat van instandhouding opgenomen; het betreft een uitsluitend uit de Rode Lijst afgeleide dataset. De feitelijke nationale beoordelingen voor de Middellandse Zee kunnen per land en referentieperiode verschillen.

Habitat en geografische verspreiding

Coralligene bioconcreties zijn uitsluitend tot de Middellandse Zee beperkt (biogeografische regio MED). Ze komen voor in het infralittoraal, de zone van het lagere getijdengebied tot ongeveer 30–40 meter diepte, waar nog voldoende licht voor benthische algen aanwezig is. Omdat de bouwende kalkroodalgen echter geen vol daglicht verdragen, komen de concreties alleen op sterk beschaduwde locaties voor:

  • bijna verticale rotswanden
  • diep ingesneden kanalen en grotten
  • overhangen en kleine uitsteeksels

De structuren zijn meestal zeer compact en bezitten een hoge driedimensionale complexiteit – met holten, spleten en overhangen die op hun beurt aan talrijke diergroepen een leefgebied bieden. In de verdiepingen verzamelt zich ook zacht sediment, waardoor zich hier gravende organismen kunnen vestigen.

Biodiversiteit en kenmerkende levensgemeenschappen

De soortenlijst van de brondataset onderstreept de enorme biodiversiteit van deze habitats. De structurele opbouw kan in verschillende ecologische niches worden onderverdeeld, die elk door karakteristieke soortengroepen worden bewoond:

  • Bovenzijde van de concreties: levende kalkroodalgen (bouwersoorten) en andere algen
  • Boven- en onderzijde, holten: filtervoeders (sponzen, neteldieren, mosdiertjes)
  • In het kalkgesteente: borende organismen (bijv. bepaalde sponzen, tweekleppigen)
  • Met sediment gevulde kamers: zachte bodemfauna

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de in de brondataset vermelde groepen organismen met enkele typische vertegenwoordigers (de volledige lijst omvat enkele honderden soorten).

GroepVoorbeelden van kenmerkende soorten
Roodalgen (Rhodophyta)Mesophyllum expansum, Lithophyllum stictaeforme, Peyssonnelia rosa-marina, Kallymenia feldmannii
Bruinwieren (Phaeophyta)Dictyopteris lucida, Laminaria rodriguezii, Cystoseira zosteroides
Groenwieren (Chlorophyta)Halimeda tuna, Flabellia petiolata, Palmophyllum crassum
Sponzen (Porifera)Axinella polypoides, Spongia lamella, Petrosia ficiformis, Agelas oroides
Neteldieren (Cnidaria)Corallium rubrum (rode edelkoraal), Eunicella cavolini (hoornkoraal), Paramuricea clavata
Stekelhuidigen (Echinodermata)Ophiothrix fragilis (brokkelster), Echinus melo (meloenzee-egel)
Mosdiertjes (Bryozoa)Pentapora fascialis, Smittina cervicornis, Reteporella grimaldii
Kreeftachtigen (Crustacea)Homarus gammarus (Europese zeekreeft), Palinurus elephas (gewone langoustine)
Weekdieren (Mollusca)Charonia lampas (tritonshoorn), Lithophaga lithophaga (zeedadel), Felimare picta
Zakpijpen (Tunicata)Microcosmus sabatieri, Cystodytes dellechiajei
VissenEpinephelus marginatus (bruine tandbaars), Scorpaena scrofa (rode schorpioenvis), Anthias anthias

De samenstelling varieert afhankelijk van diepte, stroming en sedimentatiesnelheid. Zo domineren aan sterk door stroming beïnvloede wanden Eunicella cavolini en Alcyonium acaule, terwijl bij hoge sedimentlast de roodalg Peyssonnelia rosa-marina en het groenwier Flabellia petiolata overheersen.

Kwaliteitsindicatoren

Voor de toestandsbeoordeling van coralligene bioconcreties zijn verschillende indicatoren voorgesteld, die in de brongegevens worden opgesomd:

  • Biotische bedekking en soortenrijkdom van opvallende soorten
  • Percentage bedekking van verschillende benthische levensgemeenschappen: korstvormende kalkroodalgen, niet-kalkige korstvormende algen en dieren, grasachtige algen, sediment
  • Kenmerken van borende soorten
  • Bedekkingsgraad van afzonderlijke soorten
  • Percentage necrose (afgestorven weefsel)
  • Percentage bedekking door mosdiertjes en slib
  • Bedekking van de bouwersoorten

Deze parameters maken een gedifferentieerde beoordeling mogelijk of een coralligeen rif intact en functioneel is dan wel reeds beschadigd werd.

Bescherming en staat van instandhouding

Aangezien het een in Bijlage I van de Habitatrichtlijn opgenomen habitattype betreft (‘Riffen’, code 1170), zijn de EU-lidstaten verplicht beschermde gebieden aan te wijzen en de staat van instandhouding te monitoren. De bestaande indeling op de Rode Lijst (Near Threatened voor EU28) wijst erop dat dit habitat op de grens van bedreiging staat, maar dat de gegevens geen acute bedreiging aantonen.

Een concreet artikel 17-beoordelingsresultaat (bijv. gunstig, ontoereikend, slecht) is niet in de brongegevens opgenomen. Om betrouwbare uitspraken over de toestand in afzonderlijke mediterrane landen te verkrijgen, moeten de nationale FFH-rapportages van die landen worden geraadpleegd. In het algemeen kan gesteld worden dat coralligene bioconcreties door directe mechanische invloeden en indirecte factoren zoals klimaatverandering (opwarming, verzuring) bedreigd kunnen worden.

Opmerking voor de natuurvriendelijke tuin: Coralligene bioconcreties zijn een puur marien, structureel zeer complex habitat dat niet in een tuin kan worden nagebootst. Als burger kun je echter door bewuste consumptie (geen souvenirs van koraal kopen, steun aan organisaties voor zeebescherming) bijdragen aan de bescherming van deze habitats.

Häufige Fragen

Wat zijn coralligene bioconcreties precies?

Coralligene bioconcreties zijn biogene harde bodems die worden opgebouwd door kalkafzettende roodalgen. Ze groeien in het infralittoraal van de Middellandse Zee op lichtarme plaatsen zoals steile wanden en overhangen, en vormen complexe, holenrijke structuren.

Wat is de bedreigingsstatus van deze habitats?

Op de Europese Rode Lijst van habitats voor de EU28 worden ze als Near Threatened (gevoelig) geclassificeerd. Voor de uitgebreide EU28+-regio is de beoordeling Data Deficient, omdat er onvoldoende gegevens zijn voor een onderbouwde inschatting.

Welke Habitatrichtlijn-categorie hebben coralligene bioconcreties?

Ze vallen onder het bijlage I-habitattype 1170 'Riffen' van de Habitatrichtlijn. Lidstaten moeten voor dit type beschermde gebieden aanwijzen en de staat van instandhouding monitoren.

Waar komen deze habitats precies voor?

Uitsluitend in de Middellandse Zee (biogeografische regio MED). Ze zijn beperkt tot de infralittorale zone en komen alleen voor op steile wanden, in diepe kanalen of onder overhangen, waar het licht voor de opbouwende kalkroodalgen gedempt is.

Welke soorten zijn typisch voor coralligene bioconcreties?

Typisch zijn talrijke kalkroodalgen (bijv. *Mesophyllum expansum*) en een rijke fauna van sponzen (*Axinella polypoides*), hoornkoralen (*Eunicella cavolini*), mosdiertjes (*Pentapora fascialis*) en vissen zoals de tandbaars (*Epinephelus marginatus*).

Quellen