Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB1239Europäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1160; 1170

Faunal communities on low energy marine Atlantic infralittoral rock – Leefgebied onder de getijdenzone

Het habitattype MB1239 omvat door dieren gedomineerde rotslevensgemeenschappen in het ondiepe, goed doorlichte deel van de Atlantische Oceaan (infralitoraal) in zeer beschutte, golfarme baaien. Het valt onder de Habitatrichtlijn-typen ‘Grote, ondiepe inhammen en baaien’ (1160) en ‘Riffen’ (1170), maar is op de Europese Rode Lijst beoordeeld als Data Deficient (onvoldoende gegevens). Een beoordeling van de staat van instandhouding volgens Artikel 17 is momenteel niet beschikbaar.

Einordnung

Originalbezeichnung
Faunal communities on low energy marine Atlantic infralittoral rock
EUNIS
MB1239
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1160; 1170 – Large shallow inlets and bays; Reefs

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: MB1239
  • Naam: Faunal communities on low energy marine Atlantic infralittoral rock (Faunagemeenschappen op zwak bewogen rots in het Atlantische infralitoraal)
  • Leefgebiedtype: Mariner, permanent onder water staande rots in het ondiepe, goed doorlichte kustgebied (infralitoraal) met geringe golfenergie
  • Europese Rode Lijst: Data Deficient (onvoldoende gegevens) – zowel voor de EU28 als voor de EU28+-beoordeling
  • Habitatrichtlijn-Annex I: Aan dit habitattype zijn de beschermde typen 1160 (Large shallow inlets and bays) en 1170 (Reefs) toegewezen
  • Staat van instandhouding (Artikel 17): in de beschikbare brongegevens niet vermeld

Dit mariene habitattype omvat diergemeenschappen („faunal communities“) die in beschutte, stromingsarme delen van de Noordoost-Atlantische Oceaan op harde ondergrond in het ondiepe, permanent overstroomde kustzeegebied leven. Omdat de gegevensbasis voor een betrouwbare inschatting van de bedreiging niet toereikend is, blijft de Rode-Lijststatus „Data Deficient“.


Wat gaat er schuil achter EUNIS-code MB1239?

Het Europese habitatclassificatiesysteem EUNIS (European Nature Information System) verdeelt zeebodems en de daarop levende gemeenschappen in een groot aantal eenheden. MB1239 staat voor een heel specifiek deel van de rotsbiotopen op het Atlantische plat: door het dierlijk leven gedomineerde oppervlakken op zwak bewogen („low energy“) gesteente in de infralitorale zone.

Het infralitoraal strekt zich uit van de onderste laagwaterlijn tot de diepte waar nog voldoende licht doordringt voor benthische algen (en het daarmee samenhangende dierlijk leven) – in heldere Atlantische wateren vaak tot 20 of 30 meter. In tegenstelling tot algenrijke rotshabitats, die vaak onder andere codes vallen, zijn het hier de dierlijke organismen die de ruimtelijke structuur van de levensgemeenschap bepalen. De toevoeging „low energy“ duidt op een beschutte ligging: extreem rustige zeebaaien, fjorden of diep in de kust ingesneden lagunes, waar zelfs zware stormen nauwelijks bodemverstoring veroorzaken.

De term „Faunal communities“ benadrukt dat niet één enkele soort, maar het geheel van vele diergroepen het biotooptype bepaalt. Het gaat dus om de hele bodemlevende diergemeenschap (epifauna) op hard substraat.


Kenmerken van de levensgemeenschap

Aangezien de bronnen geen concrete soortenlijst bevatten, kunnen slechts algemene kenmerken van deze diergemeenschap worden beschreven. In dergelijke beschutte rotszones vestigen zich doorgaans vastzittende filtervoeders, die profiteren van de rustige, voedselrijke stroming. Tot de regelmatig aangetroffen groepen behoren:

  • sponzen (Porifera),
  • mosdiertjes (Bryozoa),
  • zakpijpen (Ascidiacea),
  • zachte koralen (bijv. dodemansduim – Alcyonium digitatum),
  • hydroidpoliepen,
  • kokerwormen (bijv. Sabellaria of Serpulidae),
  • zeeanemonen.

Welke soorten precies het biotooptype bepalen, hangt sterk af van de geografische breedte, het zoutgehalte en het substraat. In de beschikbare brongegevens zijn echter geen typische soorten vastgelegd, zodat het genoemde overzicht als algemene indicatie moet worden beschouwd en niet als een officiële lijst van indicatorsoorten.

Doordat de stroming gering is, zinken fijne zweefdeeltjes neer op de rotsoppervlakken, wat weer gunstig is voor de dieren die met dergelijke sedimentbedekking overweg kunnen. Veel sponzen of mosdiertjes kunnen sedimentdeeltjes actief afstoten of inbouwen. Tegelijkertijd is de begroeiing door meerjarige grootwieren (bijv. Laminaria) op deze zeer beschutte locaties vaak beperkt, omdat de voor kelpwouden kenmerkende krachtige waterbeweging ontbreekt.


Bedreiging en Europese Rode Lijst

De European Red List of Habitats beoordeelt elk marien biotooptype volgens gestandaardiseerde criteria. Voor MB1239 is het resultaat zowel binnen de EU28 als voor de uitgebreide EU28+-regio:

BeoordelingsniveauCategorie Rode Lijst
EU28Data Deficient (DD)
EU28+Data Deficient (DD)

„Data Deficient“ betekent: er zijn onvoldoende betrouwbare gegevens over de verspreiding, de oppervlakteontwikkeling of de kwaliteit van het leefgebied om een indeling in een van de bedreigingscategorieën (bijv. „Least Concern“, „Vulnerable“) te kunnen maken. Dat is voor een marien, moeilijk toegankelijk habitat niet ongebruikelijk. De status wijst echter op dringende onderzoeksbehoefte: zonder solide inventarisaties is noch een verslechteringstrend te herkennen, noch kunnen gerichte beschermingsmaatregelen worden afgeleid.

Een Artikel 17-beoordeling (rapportageverplichting van de lidstaten op grond van de Habitatrichtlijn) is voor deze specifieke EUNIS-code niet in onze gegevens opgenomen. Het leefgebied wordt indirect gedekt via de geassocieerde Annex I-typen 1160 en 1170 (zie volgende paragraaf), waarvan de staat van instandhouding op biogeografisch niveau in de nationale rapportages is vastgelegd.


Habitatrichtlijn en beschermingsstatus

Hoewel MB1239 een zuiver beschrijvende EUNIS-code is, vormt het een onderdeel van de levensruimtetypen die via de Habitatrichtlijn (92/43/EEG) beschermd zijn. Concreet is het aan twee Annex I-codes toegewezen:

  • 1160 – Large shallow inlets and bays (Grote, ondiepe inhammen en baaien): Hiermee worden uitgestrekte zeebaaien met geringe diepte bedoeld, waarin de uitwisseling met de open zee beperkt is. In dergelijke baaien komen vaak zeer lage stroomsnelheden voor – precies de conditie die MB1239 kenmerkt.
  • 1170 – Reefs (Riffen): Onder rif verstaat de Habitatrichtlijn biogene of geogene harde substraten die vanaf de zeebodem omhoog steken. Ondiepe rotsriffen in het infralitoraal met geringe waterbeweging vallen eveneens onder dit type.

De toewijzing gebeurt met de kwalificatie „#“ (overlappend of als deelinterpretatie). Dat wil zeggen: niet elk gebied dat onder 1160 of 1170 valt, komt automatisch overeen met MB1239, maar omgekeerd is MB1239 een concrete verschijningsvorm binnen deze beschermde habitatcomplexen.

Voor de praktijk betekent dit: wanneer een lidstaat een Natura 2000-gebied aanwijst voor „Grote, ondiepe inhammen en baaien“ of voor „Riffen“ en daar de kenmerkende omstandigheden (ondiepe, stille rotsbodem, dominantie van dieren) aanwezig zijn, dan beschermt hij feitelijk ook het biotooptype MB1239.


Verspreiding en biogeografische regio

Volgens de Rode-Lijst-dataset is MB1239 uitsluitend toegewezen aan de mariene biogeografische regio NEA (North-East Atlantic, Noordoost-Atlantische Oceaan). Daartoe behoren de kustwateren vanaf het noorden van Portugal via de Golf van Biskaje, de Britse eilanden, het Kanaal, de Noordzee – met uitzondering van de Waddenzee –, de Noorse kust, IJsland en delen van de Arctische wateren, voor zover zij Atlantisch beïnvloed zijn. Een landenlijst is in de brongegevens niet opgenomen en het zou niet toelaatbaar zijn om op basis van de regionale aanduiding concrete nationale voorkomen af te leiden. Kenmerkend treft men zwak bewogen onderwaterrotsen echter aan in diep ingesneden fjorden, beschutte zeearmen („rias“) of tussen voorliggende eilanden die als golfbreker fungeren.


Belang voor de biodiversiteit

Door dieren gedomineerde rotsbiotopen van het infralitoraal zijn hotspots van mariene biodiversiteit. Anders dan zand- of slibbodems, die vaak soortenarm lijken, ontwikkelt zich op hard substraat in doorlichte, voedselrijke baaien een hoge driedimensionale structuurdiversiteit. Dieren groeien op en naast elkaar, vormen korsten, rechtopstaande stokken of matten. Deze biomatten bieden op hun beurt:

  • microhabitats voor kleine kreeftachtigen, slakken en wormen,
  • paai- en opgroeigebieden voor vissen,
  • voedselbron voor grotere roofdieren zoals zeesterren, krabben en op de bodem levende vissen.

Tegelijkertijd zijn zulke gemeenschappen gevoelig voor fysieke verstoring (bijv. bodemsleepnetten, ankers) en chemische belasting (nutriëntentoevoer, sedimentlasten). Omdat de waterbeweging gering is, worden ingebrachte stoffen nauwelijks verdund of weggespoeld, wat de kwetsbaarheid vergroot.


Wetenschappelijke en beschermingsbehoeften

De classificatie als Data Deficient is een duidelijk signaal. Voor een verantwoorde bescherming moeten ten minste de volgende gegevenslacunes worden gedicht:

  • kartering van de daadwerkelijke voorkomen in de NEA-wateren,
  • kwantitatieve inventarisatie van de geassocieerde diersoorten (welke soorten? welke dichtheden? welke dominantieverhoudingen?),
  • langetermijnmonitoring om trends in oppervlakte en kwaliteit te herkennen,
  • gevoeligheidsanalyse ten aanzien van visserij, aquacultuur, scheepvaart en nutriëntenbelasting.

Zolang deze basis ontbreekt, kan noch een gunstige, noch een ongunstige staat van instandhouding worden vastgesteld. Voor het nationale zeebeschermingsbeleid van de EU-landen betekent dit: eigen regionale onderzoeken zijn onmisbaar om de leemte op te vullen die de Europese totaalbeoordeling heeft moeten openlaten.


Praktische blik: kustbescherming, gemeenten en burgers

Ook al kan men een onderzeese rotsgemeenschap niet „planten“ of in een tuin nabootsen, de bescherming ervan raakt wel degelijk gemeentelijk handelen en maatschappelijke betrokkenheid:

  • Ruimtelijke ordening: In kustgemeenten die via bestemmingsplannen voor haveninstallaties of oeververstevigingen beslissen, kan rekening worden gehouden met de Habitatrichtlijn-bescherming voor 1160/1170 om ondiepe waterrotsen te sparen.
  • Toerisme en sport: Duikscholen, sportvissers en recreatieschippers moeten over gevoelige zones geïnformeerd zijn. Ankerverboden boven ondiepe rotsriffen met geringe waterbeweging beschermen de diergemeenschappen rechtstreeks.
  • Burgerwetenschap: Geïnteresseerde leken kunnen in citizen-science-projecten (bijv. fotodocumentatie tijdens duiken) bijdragen aan het verbeteren van de gegevensbasis – een directe bijdrage om de status „Data Deficient“ te overwinnen.
  • Educatie: Mariene natuurcentra en gemeentebesturen kunnen het belang van stille rotsbaaien in tentoonstellingen en rondleidingen overbrengen en zo het verantwoordelijkheidsgevoel voor de onzichtbare wereld onder het wateroppervlak versterken.

Conclusie

MB1239 is een typisch voorbeeld van een mariene habitatclassificatie-eenheid waarvan het ecologische belang in de Habitatrichtlijn door de toewijzing aan 1160 en 1170 wordt erkend, maar waarvan de feitelijke bedreigingsgraad wegens gebrek aan onderzoek in het duister blijft. Voor natuurgeïnteresseerden, gemeenten en zeebeschermingsauditors is dit biotooptype een aansporing hoe onvolledig de kennis over benthische levensgemeenschappen zelfs in goed onderzochte Europese zeegebieden nog is. Met elk nieuw betrouwbaar onderzoek kan van „data deficient“ een gefundeerde classificatie worden gemaakt – en daarop kunnen dan gerichte instandhoudingsmaatregelen worden gebaseerd.

Häufige Fragen

Wat betekent de EUNIS-code MB1239 precies?

MB1239 duidt door dieren gedomineerde rotsbanken aan in het ondiepe, permanent doorlichte kustzeegebied van de Noordoost-Atlantische Oceaan (infralitoraal) met zeer geringe golfenergie. De code komt uit de Europese habitatclassificatie EUNIS.

Waarom is dit leefgebied op de Rode Lijst als ‘Data Deficient’ ingedeeld?

Er zijn te weinig betrouwbare gegevens over verspreiding, oppervlakte en kwaliteit om een wetenschappelijke beoordeling van de bedreiging te kunnen maken. De indeling als ‘Data Deficient’ vraagt dan ook dringend om meer onderzoek.

Onder welke Habitatrichtlijn-typen valt dit biotooptype?

Het is toegewezen aan de Annex I-typen 1160 (Large shallow inlets and bays) en 1170 (Reefs). Dat betekent dat het biotooptype in beschermde gebieden van deze beide Habitatrichtlijn-leefgebieden mee wordt beschermd.

Welke dieren leven typisch op deze rotsen?

Een verbindende soortenlijst is niet beschikbaar. In dergelijke rustige, infralitorale rotshabitats treft men echter vaak sponzen, mosdiertjes, zakpijpen, zachte koralen en hydroidpoliepen aan. De precieze samenstelling varieert regionaal.

Hoe kan ik als burger bijdragen aan de bescherming van dit leefgebied?

Via burgerwetenschapsprojecten, bijvoorbeeld door het fotograferen en documenteren van onderwaterleven tijdens duiken, of door steun aan beschermingsmaatregelen in kustgemeenten die gericht zijn op het behoud van ondiepe rotsriffen.

Quellen