Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB14CEuropäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1170

MB14C – Pontisch lager infralittoraal rotshabitat met aanzienlijke bedekking door sciafiele algen

Het habitat MB14C (Pontisch lager infralittoraal rots) is een marien leefgebied in het lager infralittoraal van de Zwarte Zee. Het wordt gedomineerd door sciafiele (schaduwminnende) macroalgen en valt onder het FFH-habitattype riffen (1170). De Europese Rode Lijst van Habitats classificeert het als ‘Data Deficient’ (onvoldoende gegevens); een beoordeling volgens Artikel 17 is niet beschikbaar in de bronbestanden.

Einordnung

Originalbezeichnung
Pontic lower infralittoral rock, with significant cover of sciaphilic algae
EUNIS
MB14C
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1170 – Reefs

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: MB14C
  • Habitatnaam (Engels): Pontic lower infralittoral rock, with significant cover of sciaphilic algae
  • FFH-bijlage I: 1170 (Riffen)
  • Europese Rode Lijst: Data Deficient (onvoldoende gegevens)
  • Biogeografische regio: BLS (Zwarte Zee / Pontus)
  • Staat van instandhouding (Artikel 17): niet vermeld in de beschikbare brongegevens
  • Typische soorten: Schaduwminnende roodalgen zoals Phyllophora crispa, bruinwieren van het geslacht Ectocarpus, korstvormende roodalgen en tolhorens.

EUNIS-typologie en leefgebied

Het Europese habitatclassificatiesysteem EUNIS plaatst het biotooptype MB14C in de groep MB1 – Infralittoraal rots. Infralittoraal betekent dat het leefgebied permanent onder water ligt en nog voldoende licht ontvangt voor benthische algen. De toevoeging ‘lower infralittoral’ (lager infralittoraal) geeft het diepere, lichtarmere deel van deze zone aan – vaak enkele meters onder de laagwaterlijn, waar de lichtintensiteit al merkbaar afneemt.

Het kenmerk van MB14C is de dominante begroeiing met sciafiele (schaduwminnende) algen op een rotsachtige ondergrond. Sciafiele soorten zijn aangepast aan geringe lichthoeveelheden en vormen hier vaak dichte, soortenrijke matten of korsten. Anders dan in ondiepere, zongerichte rotsgebieden ontbreken sterk beschaduwde, groot uitgegroeide bruinwieren (bijv. Fucaceae).

De sterke afhankelijkheid van onderwatertopografie en waterkwaliteit maakt dit biotooptype tot een typisch zeebodemleefgebied, dat niet met tuinsituaties te vergelijken is. Een 1:1-nabootsing is in een tuin niet mogelijk; hooguit kunnen in aquaria met de juiste koel- en lichttechniek vergelijkbare algengemeenschappen worden gehouden, maar dat valt buiten de natuurbehoudcontext.


Rode Lijst en bedreiging

De Europese Rode Lijst van Habitats (2022) beoordeelt MB14C voor de EU28 en EU28+ unaniem als „Data Deficient” (DD). Dit betekent dat de beschikbare gegevens uit het gehele Europese verspreidingsgebied onvoldoende zijn voor een gefundeerde inschatting van het uitsterfrisico.

Concrete bedreigingsfactoren worden in de bronbestanden niet genoemd. Aangezien het een lichtbeperkt rotshabitat van het lager infralittoraal betreft, kunnen menselijke belastingen zoals

  • vertroebeling van het water door sedimentaanvoer (bijv. uit rivieren of kustbouw),
  • eutrofiëring die epifytische algenbloei bevordert,
  • mechanische vernietiging door bodemsleepnetten of ankers,
  • invasieve soorten

potentieel negatieve effecten hebben, ook al worden ze niet expliciet genoemd in de classificatietabel.


Habitatrichtlijn en beschermingsstatus

Het biotooptype wordt toegewezen aan het Bijlage-I-habitattype „1170 riffen” van de Habitatrichtlijn. Riffen in de zin van de FFH-definitie omvatten zowel biogene riffen (bijv. van kalkroodalgen of schelpen) als geogene harde substraten met karakteristieke aangroeigemeenschappen – daartoe behoort ook MB14C.

CategorieInformatie
EUNIS-codeMB14C
Europese Rode Lijst (EU28/EU28+)Data Deficient
FFH-bijlage-I-code1170 Riffen
Artikel-17-rapportage (2013–2018)Niet opgenomen in de beschikbare brongegevens
Natura 2000-contextKwaliteitsindicatoren kunnen locatiespecifiek in Natura 2000-gebieden zijn gedefinieerd

Een Europese staat van instandhouding volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn wordt in de gebruikte dataset niet vermeld. Waarschijnlijk komt dat doordat de beoordeling voor het mariene domein vaak plaatsvindt op het niveau van de brede categorie „riffen”, maar niet voor afzonderlijke EUNIS-subtypes.


Kenmerkende soorten en biodiversiteit

De levensgemeenschap wordt gedomineerd door sciafiele macroalgen. Vooral roodalgen komen veel voor, die met speciale pigmenten het zwakke licht efficiënt kunnen benutten. Korstvormende algen van de geslachten Hildenbrandia, Lithothamnion en Lithophyllum vormen een dicht dek op de rots. Als geassocieerde grazer treedt de tolhoren Gibbula sp. op.

Wetenschappelijke naamGroep/Type
Phyllophora crispaRoodalg (Kroesbladroodalg)
Apoglossum ruscifoliumRoodalg
Gelidium spinosumRoodalg
Zanardinia typusBruinwier
Polysiphonia elongataRoodalg (Buizewier)
Antithamnion cruciatumRoodalg
Lomentaria clavellosaRoodalg
Nereia filiformisBruinwier
Ectocarpus spp.Bruinwier (Draadvormig wier)
Hildenbrandia spp.Korstvormende roodalg
Lithothamnion spp.Kalkroodalg (Corallinaceae)
Lithophyllum spp.Kalkroodalg
Gibbula sp.Tolhoren (Gastropode)

De lijst is afkomstig uit de EUNIS-beschrijving. Voor de meeste van deze soorten zijn geen Nederlandse standaardnamen gangbaar; daarom worden hoofdzakelijk wetenschappelijke namen gebruikt.


Biogeografische verspreiding – Waar ligt MB14C?

Het leefgebied is uitsluitend toegewezen aan de biogeografische regio BLS (Zwarte Zee). De Zwarte Zee is een nevenzee van de Middellandse Zee met bijzondere hydrografische eigenschappen: onder ongeveer 150–200 m diepte is het zuurstofloos en vrijwel levenloos, zodat al het benthische leven beperkt blijft tot de doorlichte kustzone.

Specifieke landennamen ontbreken in de onderliggende dataset. Op grond van de geografische ligging mag echter worden uitgegaan van voorkomen langs de rotskusten van alle aanliggende staten van de Pontus, waaronder Bulgarije, Roemenië, Oekraïne, Georgië, Turkije en Rusland. Zonder nationale karteringen is geen uitspraak mogelijk over de werkelijke verspreidingsstatus in afzonderlijke landen – een reden waarom de Rode Lijst Data Deficient is.


Indicatoren voor de habitatkwaliteit

De EUNIS-beschrijving benadrukt dat er geen algemeen erkende kwaliteitsindicatoren voor MB14C bestaan. In Natura 2000-gebieden kunnen echter lokale referentiewaarden zijn vastgesteld, zoals:

  • Aanwezigheid en bedekkingsgraad van karakteristieke roodalgen,
  • Aandeel korstvormende kalkroodalgen,
  • Lichtbeschikbaarheid (als maat voor vertroebeling),
  • Nutriëntenconcentratie in de waterkolom.

Omdat het habitat afhankelijk is van constant lage lichtomstandigheden, zou een blijvende toename van de vertroebeling (bijv. door bouwprojecten) de sciafiele algen doen terugdringen ten gunste van vertroebelingsongevoeligere soorten en de habitatstructuur degraderen.


Veelgestelde vragen (FAQ)

1. Wat betekent EUNIS MB14C?

MB14C is een code van het Europese habitatclassificatiesysteem EUNIS. Het staat voor ‘Pontic lower infralittoral rock, with significant cover of sciaphilic algae’ – een rotshabitat in het diepere, lichtarme kustgebied van de Zwarte Zee, bedekt met schaduwminnende algen.

2. Waar komt dit leefgebied in Europa voor?

Uitsluitend in de biogeografische regio BLS (Zwarte Zee). De exacte landen worden niet vermeld in de beschikbare brongegevens, maar geschikte harde substraten bevinden zich langs de rotskusten van alle Pontusaanliggers.

3. Is MB14C beschermd door Europese natuurbeschermingswetgeving?

Ja, indirect. Het biotooptype wordt toegewezen aan het habitattype van Bijlage I, 1170 (riffen) van de Habitatrichtlijn. Riffen zijn in heel Europa beschermd en moeten in Natura 2000-gebieden behouden blijven. Een specifieke staat van instandhouding volgens Artikel 17 is voor de subcategorie MB14C niet afzonderlijk gerapporteerd.

4. Waarom is de bedreigingscategorie ‘Data Deficient’?

De Europese gegevens over verspreiding, oppervlakte en ontwikkeling van het leefgebied zijn onvoldoende voor een betrouwbare Rode Lijst-classificatie. Zonder systematische karteringen in de aanliggende staten kunnen trends niet worden beoordeeld.

5. Welke typische soorten kenmerken het habitat?

Karakteristiek zijn sciafiele roodalgen zoals Phyllophora crispa, Apoglossum ruscifolium, Gelidium spinosum en Polysiphonia elongata, bruinwieren zoals Zanardinia typus en Ectocarpus spp. en korstvormende rood- en kalkroodalgen. Een typisch grazer is de tolhoren Gibbula sp.


Häufige Fragen

Wat betekent EUNIS MB14C?

MB14C is een code van het Europese habitatclassificatiesysteem EUNIS. Het staat voor ‘Pontic lower infralittoral rock, with significant cover of sciaphilic algae’ – een rotshabitat in het diepere, lichtarme kustgebied van de Zwarte Zee, bedekt met schaduwminnende algen.

Waar komt dit leefgebied in Europa voor?

Uitsluitend in de biogeografische regio BLS (Zwarte Zee). De exacte landen worden niet vermeld in de beschikbare brongegevens, maar geschikte harde substraten bevinden zich langs de rotskusten van alle Pontusaanliggers.

Is MB14C beschermd door Europese natuurbeschermingswetgeving?

Ja, indirect. Het biotooptype wordt toegewezen aan het habitattype van Bijlage I, 1170 (riffen) van de Habitatrichtlijn. Riffen zijn in heel Europa beschermd en moeten in Natura 2000-gebieden behouden blijven. Een specifieke staat van instandhouding volgens Artikel 17 is voor de subcategorie MB14C niet afzonderlijk gerapporteerd.

Waarom is de bedreigingscategorie ‘Data Deficient’?

De Europese gegevens over verspreiding, oppervlakte en ontwikkeling van het leefgebied zijn onvoldoende voor een betrouwbare Rode Lijst-classificatie. Zonder systematische karteringen in de aanliggende staten kunnen trends niet worden beoordeeld.

Welke typische soorten kenmerken het habitat?

Karakteristiek zijn sciafiele roodalgen zoals Phyllophora crispa, Apoglossum ruscifolium, Gelidium spinosum en Polysiphonia elongata, bruinwieren zoals Zanardinia typus en Ectocarpus spp. en korstvormende rood- en kalkroodalgen. Een typisch grazer is de tolhoren Gibbula sp.

Quellen