Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB441Europäische Rote Liste: n/aFFH-Anhang I: 1160

MB441: Levensgemeenschappen van detritische kustbodems in de Zee van Marmara (infralitoraal)

MB441 is volgens de EUNIS-classificatie de levensgemeenschap van detritische kustbodems in het onderste infralitoraal van de Zee van Marmara. De zeebodem bestaat daar uit een mengsel van grind, zand en schelpresten (vooral van mosselen) en wordt gekenmerkt door een tweelagige waterkolom met verschillend zoutgehalte. Karakteristiek zijn soorten als de brokkelster Ophiothrix fragilis, de gewone zeester Asterias rubens en de kolonievormende zakpijp Botryllus schlosseri. De Europese Rode Lijst van Habitats beoordeelt het type voor de EU28+ als 'Data Deficient' (onvoldoende gegevens). Rechtstreekse bescherming via de Habitatrichtlijn Bijlage I is er niet, maar er is een vage koppeling met habitattype 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen).

Einordnung

Originalbezeichnung
Communities of Marmara infralittoral (coastal) detritic bottoms
EUNIS
MB441
EU-28
n/a
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1160 – Large shallow inlets and bays

Het belangrijkste in het kort

De mariene biotoop MB441 beschrijft een habitat van het onderste infralitoraal (kustnabije zeebodem onder de laagwaterlijn) in de Zee van Marmara. De detritusbodems bestaan, afhankelijk van de kust, uit plaatselijk gesteentegruis, zand en veel schelpfragmenten (vooral van de mossel Mytilus galloprovincialis), waarvan de holtes vaak met slib zijn opgevuld. Een bijzonder kenmerk is de tweelagige waterkolom: een zoutarmere bovenlaag (Zwarte Zee) en een daaronder liggende zoutrijkere laag (Middellandse Zee).

Dit type is alleen bekend uit de Zwarte-Zeeregio (biogeografische regio 'BLS'), met name in de Zee van Marmara. Op de Europese Rode Lijst van Habitats staat het voor de EU28+ te boek als 'Data Deficient', wat betekent dat er onvoldoende gegevens zijn voor een bedreigingsclassificatie. In Bijlage I van de Habitatrichtlijn is het vaag gekoppeld aan type 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen).

De kenmerkende dier- en plantensoorten kunnen worden opgedeeld in een bovenste en onderste infralitoraal – met veel soorten die ook in andere zeegebieden voorkomen, zoals het roodwier Gracilaria verrucosa, de brokkelster Ophiothrix fragilis en de gewone zeester Asterias rubens.


EUNIS-profiel: MB441

KenmerkInhoud
EUNIS-codeMB441
EUNIS-naam(niet gespecificeerd in de brongegevens)
Wetenschappelijke naamCommunities of Marmara infralittoral (coastal) detritic bottoms
HabitatgroepMariene habitats (marine)
Biogeografische regioBLS (Zwarte-Zeeregio)
DieptezoneOnderste infralitoraal (ca. 20 m tot 40 m waterdiepte)
SubstraatDetritisch: grind, zand, schelpfragmenten (vnl. mossel), slib in holten
ZoutgehalteTweedelig: zoutarmere bovenlaag, zoutrijkere onderlaag
Kenmerkende soorten (selectie)Ophiothrix fragilis, Asterias rubens, Pagurus anachoretus, Botryllus schlosseri, Phallusia mamillata, Pteroeides spinosum
Habitatrichtlijn Bijlage I koppeling1160 – Grote ondiepe baaien en zeearmen (vaag, kwalificatie '#')
Europese Rode Lijst (EU28+)Data Deficient (DD)
Artikel 17-staat van instandhoudingniet gerapporteerd

De EUNIS-classificatie is het Europese referentiesysteem voor biotooptypen. MB441 valt binnen de categorie mariene detritusbodems en is endemisch voor de Zee van Marmara. Een officiële Nederlandse naam bestaat niet; de omschrijving luidt: levensgemeenschappen van de detritische infralitoraalbodems van de Zee van Marmara.


Europese Rode Lijst & Habitatrichtlijn

Rode Lijst van Europese habitats

De uitgebreide beoordeling van het Europees Milieuagentschap (EEA) voor de EU28+ (EU-28 plus geassocieerde landen) plaatst MB441 in de categorie Data Deficient (DD) – onvoldoende gegevens. Voor de EU28 alleen ontbreekt een beoordeling ('n/a'). Uit de brongegevens valt geen specifieke bedreiging af te leiden, omdat er geen gedocumenteerde gevaren zijn. Dat betekent niet dat de habitat niet bedreigd is, maar dat systematisch onderzoek ontbreekt.

Beschermingsstatus via de Habitatrichtlijn

MB441 is niet expliciet als afzonderlijk habitattype opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Wel wijst de EUNIS-database op een vage dwarsverbinding (kwalificatie '#') met type 1160 – Large shallow inlets and bays (Grote ondiepe baaien en zeearmen). Dit betekent dat de Zee van Marmara als ondiepe binnenzee met uitgestrekte baaien onder het brede FFH-type 1160 kan vallen. Gerichte bescherming van MB441 kan daarom alleen plaatsvinden in het kader van algemene beschermingsbepalingen voor mariene Natura 2000-gebieden. Een concrete staat van instandhouding volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn wordt voor dit type niet gerapporteerd.


Habitat en ecologie

Tweelagige waterkolom

De Zee van Marmara is een overgangsgebied tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee. Aan het oppervlak stroomt zoutarmer water uit de Zwarte Zee binnen (zoutgehalte ca. 18–22 ‰); daaronder ligt een zoutrijkere laag uit de Middellandse Zee (ca. 37–39 ‰). Voor het onderste infralitoraal – waar MB441 bij voorkeur voorkomt – is de zoutrijkere laag bepalend. Veel karakteristieke soorten zijn typische bewoners van de Middellandse Zee die een bovengemiddeld zoutgehalte verdragen.

Substraatvariatie

De zeebodem van deze habitat is niet uniform. Kustnabije rotsen en sedimentaanvoer bepalen het lokale substraat:

  • Gesteentegruis en zand uit verwerend omringend gesteente.
  • Schelpfragmenten van tweekleppigen en slakken, vooral van de wijdverbreide mossel Mytilus galloprovincialis.
  • Fijn sediment (slib) dat zich in holten tussen de grovere deeltjes afzet.

Deze mengeling creëert een microreliëf met tal van niches voor gravende, vastzittende en mobiele soorten.

Zonering van de levensgemeenschappen

De beschrijving onderscheidt een bovenste infralitorale laag (ondiepere, kustnabije zones) en een onderste infralitorale laag (dieper, vaak 30–40 m). Beide hebben eigen gidssoorten, terwijl sommige soorten zoals Asterias rubens overal voorkomen.


Kenmerkende soorten

De volgende soorten worden in de officiële habitatbeschrijving als kenmerkend voor MB441 genoemd. Ze zijn een belangrijke indicatie voor de kwaliteit van de habitat.

Bovenste infralitorale laag

  • Roodwier: Gracilaria verrucosa
  • Heremietkreeften: Pagurus anachoretus, Clibanarius erythropus
  • Brokkelster: Ophiothrix fragilis
  • Zeesterren: Astropecten irregularis (zandster), Astropecten spinulosus, Asterina gibbosa (kleine schildzeester), Marthasterias glacialis (ijsster), Asterias rubens (gewone zeester)
  • Porseleinkrabbetjes: Pisidia bluteli, Pisidia longimana
  • Zakpijp: Botryllus schlosseri (sterzakpijp)

Onderste infralitorale laag

  • Roodwier: Halymenia floresii
  • Zeeveren: Veretillum cynomorium, Pteroeides spinosum
  • Slak: Philine aperta
  • Zeester: Asterias rubens
  • Zeekomkommer: Ocnus planci
  • Zakpijpen: Ciona intestinalis (buiszakpijp), Phallusia mamillata (wratzakpijp)

Alle genoemde soorten zijn typisch voor mediterrane zeebodems en komen ook in de Egeïsche Zee of de westelijke Middellandse Zee voor. Hun gezamenlijke aanwezigheid in de bijzondere hydrografische situatie van de Zee van Marmara maakt MB441 tot een unieke, maar nauwelijks onderzochte habitat.


Geografische verspreiding in Europa

MB441 is uitsluitend gedocumenteerd in de biogeografische regio BLS (Zwarte Zee). Binnen deze regio is het beperkt tot de Zee van Marmara. Concrete landeninformatie ontbreekt in de brongegevens; de Zee van Marmara wordt volledig door Turkije omringd en de gegevens zijn afkomstig uit Europese mariene beoordelingen die ook de Zwarte Zee omvatten. In andere Europese zeeën (Noordzee, Oostzee, Atlantische Oceaan) komt dit type niet voor.


Betekenis voor de biodiversiteit

Detritische bodems gelden als hotspots van benthische biodiversiteit. De heterogeniteit van het substraat – grind, zand, schelpresten en slib – stimuleert zowel gravende organismen (schelpdieren, wormen) als epifauna (wieren, mosdiertjes, zakpijpen) en mobiele roofdieren (zeesterren, krabben). In de Zee van Marmara komen bovendien soorten uit twee aangrenzende mariene provincies (Zwarte Zee en Middellandse Zee) samen, wat de soortenrijkdom verder kan verhogen. Exacte cijfers over de soortenrijkdom van dit nauw begrensde type ontbreken echter.

Een bijzondere rol spelen de zeeveren (Veretillum cynomorium, Pteroeides spinosum) in de diepere laag. Deze neteldieren gelden veelal als indicatoren voor ongestoorde zachte bodems en reageren gevoelig op bodemsleepnetvisserij. Hun voorkomen in MB441 zou kunnen wijzen op tot nu toe nog weinig verstoorde gebieden.


Bedreiging en bescherming in de praktijk

Rode-Lijstclassificatie

De beoordeling 'Data Deficient' betekent dat er onvoldoende informatie is over verspreiding, oppervlakte of toestand van deze habitat om een uitspraak te kunnen doen over het risico op uitsterven.

Mogelijke bedreigingsfactoren

De brongegevens noemen geen specifieke bedreigingen voor MB441. In het algemeen worden mariene detritusbodems in het Middellandse Zeegebied bedreigd door:

  • Bodemberoerende visserij (sleepnetten) die de bodemstructuur verwoest
  • Toevoer van nutriënten en verontreinigingen uit rivieren (eutrofiëring, zuurstoftekort)
  • Scheepvaart en havenuitbreiding (sedimentverplaatsing)
  • Klimaatverandering (opwarming, verschuiving van zoutgehaltelagen)

Of en in welke mate MB441 hieronder lijdt, is bij gebrek aan monitoring onbekend. Binnen Natura 2000-gebieden die type 1160 beschermen zouden concrete instandhoudingsmaatregelen kunnen werken – een daarop toegesneden beheer bestaat volgens de huidige kennis echter niet.

Is er een relatie met tuin of gemeente?

Nee. MB441 is een puur mariene habitat op 20–40 m diepte die niet op het land kan worden nagebootst. Gemeenten in het stroomgebied van de Zee van Marmara kunnen echter via waterbescherming en de vermindering van nutriëntentoevoer indirect bijdragen aan het behoud van dergelijke habitats. Voor de eigen tuin of vijver valt dit type niet na te maken.


Onderzoek en monitoring

MB441 is wetenschappelijk nauwelijks bewerkt. Er zijn geen gestandaardiseerde kwaliteitsindicatoren en geen uniforme monitoring. De oorspronkelijke beschrijving stamt uit mariene inventarisaties die nog vóór de grootschalige invoering van EUNIS plaatsvonden. Toekomstig onderzoek moet:

  • De exacte ruimtelijke omvang in de Zee van Marmara in kaart brengen
  • Kenmerkende soorten en hun talrijkheid kwantitatief vaststellen
  • De invloed van de tweelagendynamiek (temperatuur, zuurstof) op de levensgemeenschappen analyseren
  • Referentiewaarden voor een gunstige staat van instandhouding vaststellen

Zolang deze basis ontbreekt, blijft de habitat een 'kennislacune' in het Europese mariene milieu.


Veelgestelde vragen (FAQ)

1. Wat zijn 'detritische bodems' in zee?
Detritische bodems zijn mengbodems van minerale deeltjes (zand, grind) en organische harde delen (bijv. mosselschelpen). De holten tussen de grove bestanddelen kunnen met fijner materiaal zoals slib zijn opgevuld. Ze bieden tal van microhabitats en zijn soortenrijk.

2. Waarom is de Zee van Marmara zo bijzonder voor deze habitat?
De Zee van Marmara kent een stabiele tweedeling van de waterkolom met verschillend zoutgehalte. Deze bijzondere hydrografische omstandigheden maken het mogelijk dat soorten uit de Middellandse Zee en de Zwarte Zee op korte afstand van elkaar voorkomen, en creëren in het onderste infralitoraal een specifiek milieu voor de detritische bodems.

3. Is MB441 wettelijk beschermd?
Het type staat niet rechtstreeks in Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Er bestaat echter een vage inhoudelijke koppeling met FFH-type 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen), zodat delen ervan in Natura 2000-gebieden theoretisch beschermd kunnen zijn. Een eigen rapportage over de staat van instandhouding is er echter niet.

4. Kan ik deze habitat ook in de Middellandse Zee of de Noordzee vinden?
Nee, volgens de beschikbare gegevens is MB441 endemisch voor de Zee van Marmara. In de Noordzee of de open Middellandse Zee bestaan andere, soms gelijkende detritische bodemtypen, die echter andere EUNIS-codes toegewezen hebben gekregen.

5. Waarom geldt de habitat als 'Data Deficient'?
De Europese Rode Lijst classificeert een habitat als Data Deficient wanneer er te weinig gegevens zijn over verspreiding, oppervlakte, kwaliteit of bedreigingsfactoren om een indeling in een bedreigingscategorie te rechtvaardigen. Voor MB441 ontbreken vooralsnog systematisch onderzoek en monitoring.


Bronnen

Alle gegevens zijn gebaseerd op het officiële datapakket van het Europees Milieuagentschap (EEA) voor de Europese Rode Lijst van Habitats 2022, aangevuld met de EUNIS-referentielijst. Waar geen waarde is opgegeven, wordt dit transparant vermeld.

Häufige Fragen

Wat zijn 'detritische bodems' in zee?

Detritische bodems zijn mengbodems van minerale deeltjes (zand, grind) en organische harde delen (bijv. mosselschelpen). De holten tussen de grove bestanddelen kunnen met fijner materiaal zoals slib zijn opgevuld. Ze bieden tal van microhabitats en zijn soortenrijk.

Waarom is de Zee van Marmara zo bijzonder voor deze habitat?

De Zee van Marmara kent een stabiele tweedeling van de waterkolom met verschillend zoutgehalte. Deze bijzondere hydrografische omstandigheden maken het mogelijk dat soorten uit de Middellandse Zee en de Zwarte Zee op korte afstand van elkaar voorkomen, en creëren in het onderste infralitoraal een specifiek milieu voor de detritische bodems.

Is MB441 wettelijk beschermd?

Het type staat niet rechtstreeks in Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Er bestaat echter een vage inhoudelijke koppeling met FFH-type 1160 (Grote ondiepe baaien en zeearmen), zodat delen ervan in Natura 2000-gebieden theoretisch beschermd kunnen zijn. Een eigen rapportage over de staat van instandhouding is er echter niet.

Kan ik deze habitat ook in de Middellandse Zee of de Noordzee vinden?

Nee, volgens de beschikbare gegevens is MB441 endemisch voor de Zee van Marmara. In de Noordzee of de open Middellandse Zee bestaan andere, soms gelijkende detritische bodemtypen, die echter andere EUNIS-codes toegewezen hebben gekregen.

Waarom geldt de habitat als 'Data Deficient'?

De Europese Rode Lijst classificeert een habitat als Data Deficient wanneer er te weinig gegevens zijn over verspreiding, oppervlakte, kwaliteit of bedreigingsfactoren om een indeling in een bedreigingscategorie te rechtvaardigen. Voor MB441 ontbreken vooralsnog systematisch onderzoek en monitoring.

Quellen