Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MC122Europäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1170

MC122: Stekelhuidigen- en korstgemeenschappen op matig geëxponeerd gesteente van het bovenste circallitoraal in de Atlantische Oceaan

MC122 (EUNIS-code) is een marien habitattype in het bovenste circallitoraal van de Noordoost-Atlantische Oceaan. Op matig aan golven blootgesteld gesteente groeien vooral stekelhuidigen (Echinodermata) en korstvormende organismen. Het biotooptype is op de Europese Rode Lijst geclassificeerd als ‘Data Deficient’ (onvoldoende gegevens) en valt onder het FFH-habitattype 1170 ‘Riffen’.

Einordnung

Originalbezeichnung
Echinoderms and crustose communities on moderate energy Atlantic upper circalittoral rock
EUNIS
MC122
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1170 – Reefs

Het belangrijkste in het kort

Het EU-biotooptype MC122 – volledige naam Echinoderms and crustose communities on moderate energy Atlantic upper circalittoral rock – is een door stekelhuidigen en korstorganismen gedomineerd leefgebied op de zeebodem van de Noordoost-Atlantische Oceaan. Het bevindt zich in de bovenste circalittorale zone, waar het licht sterk afneemt en dierlijke aangroeisels overheersen. De rotsachtige ondergrond is hier blootgesteld aan een matige golfenergie, dus niet extreem ruw, maar ook niet volledig rustig.

Op de Europese Rode Lijst van habitats (EU28 / EU28+) wordt het type aangemerkt als „Data Deficient“ (DD) – er zijn te weinig gegevens om een bedreigingscategorie vast te stellen. Binnen het netwerk van beschermde gebieden valt het onder bijlage I-code 1170 „Riffen“ van de Habitatrichtlijn, maar voor het subtype MC122 zijn geen eigen staat-van-instandhoudingsgegevens gerapporteerd conform artikel 17.

Dit artikel vat de beschikbare feiten uit officiële Europese bronnen samen, legt de ecologische rol uit en wijst op de hiaten in de gegevens – zonder ongefundeerde beweringen.

EUNIS-classificatie en indeling

MC122 is een eigen code binnen de EUNIS-habitatclassificatie (European Nature Information System). De EUNIS-typologie dient om biotooptypen in heel Europa uniform te beschrijven.

KenmerkWaarde
EUNIS-codeMC122
Volledige naamEchinoderms and crustose communities on moderate energy Atlantic upper circalittoral rock
HiërarchieM – Mariene habitats / MC – Circalittorale rotsen en andere harde substraten / MC1 – Circalittorale rotsen / MC12 – Atlantische bovenste circalittorale rotsen
Biogeografische regioNEA (Noordoost-Atlantische Oceaan)
Rode Lijst-categorie (EU28+)Data Deficient (onvoldoende gegevens)
Bijlage I (Habitatrichtlijn)1170 – Riffen
Staat van instandhouding (art. 17)in de beschikbare brongegevens niet vermeld (geen specifiek rapport voor MC122)

De aanduiding „upper circalittoral“ wijst op het bovenste gedeelte van het circallitoraal – de diepteonderafdeling onder de met algen begroeide infralittorale zone, meestal tussen ongeveer 15 en 40 m diep. In dit gebied dringt nog maar heel weinig licht door (< 1 % van het oppervlaktestraling), waardoor macroalgen grotendeels terugtreden en dierlijke aangroeigemeenschappen gaan overheersen.

Ecologie en leefgebied

Standplaatsomstandigheden

Dit habitattype ontstaat op massief gesteente of grote rotsblokken in een dieptebereik dat nog wordt beïnvloed door matige waterbeweging. De matige blootstelling aan energie voorkomt extreme mechanische belasting, maar zorgt wel voor voldoende stroming en deeltjesaanvoer.

Typische fysische factoren:

  • Zoutgehalte: volledig marien (ca. 35 ‰)
  • Temperatuur: gematigd Atlantisch
  • Diepte: circa 15 tot 40 m, bovenste circallitoraal
  • Licht: sterk gedempt; geen uitgestrekte algenbegroeiing meer
  • Substraat: vast gesteente, grote blokken
  • Blootstelling: matig energetisch („moderate energy“)

Levensgemeenschappen

De naam van het habitattype verwijst naar beide dominante elementen:

  1. Stekelhuidigen (Echinodermata) – hiertoe behoren zee-egels, zeesterren en slangsterren. Als grazers (zee-egels) of roofdieren (zeesterren) beïnvloeden ze de structuur van de gemeenschap in hoge mate. Vaak gaat het om soorten als Echinus esculentus (eetbare zee-egel) of Asterias rubens (gewone zeester), maar een precieze soortenlijst is niet in de officiële brongegevens opgenomen.

  2. Korstvormende gemeenschappen – hieronder verstaat men vastzittende, meestal korstvormig groeiende organismen. Dit kunnen kalkroodalgen (Corallinaceae, bv. Lithothamnion), mosdiertjes (Bryozoa) of korstanemonen zijn. Ze bedekken de rots als een levende laag en vergroten de structurele diversiteit.

Andere typische begeleiders zijn sponzen (Porifera), zakpijpen (Ascidiacea) en hydroïdpoliepen. Het samenspel van grazers en vastzittende filteraars vormt een stabiel, soortenrijk rotsrif-ecosysteem.

Belangrijk: De in deze paragraaf genoemde voorbeelden zijn gebaseerd op algemene ecologische kennis over de Atlantische circalittorale zone. De Europese Rode Lijst van habitats geeft voor MC122 geen officiële lijst van typische soorten; de vermeldingen kunnen dus niet worden opgevat als bevestigde soortvoorkomens uit de brongegevens.

Rode-Lijst-beoordeling: Data Deficient

De Europese Rode Lijst van habitattypen is in 2016 gepubliceerd en in 2022 geactualiseerd door het Europees Milieuagentschap (EEA). Ze beoordeelt de bedreiging van biotooptypen voor het grondgebied van de EU28 en EU28+ (inclusief buurlanden).

Voor MC122 kwam de werkgroep mariene experts tot de volgende conclusie:

  • Rode-Lijst-categorie (EU28): Data Deficient (DD)
  • Rode-Lijst-categorie (EU28+): Data Deficient (DD)
  • Beoordelingsgrondslag: De beschikbare gegevens zijn onvoldoende om het type in een bedreigingsklasse (LC, NT, VU, EN, CR) in te delen.

Dat betekent: het ontbreekt aan vlakdekkende inventarisaties, betrouwbare trends of kwantitatieve criteria zoals areaalafname of kwaliteitsverlies. „Data Deficient“ wil niet zeggen dat het biotooptype niet bedreigd is; het betekent dat een wetenschappelijk onderbouwde uitspraak op dit moment niet mogelijk is.

Redenen voor de DD-status kunnen zijn:

  • Mariene habitats zijn over het algemeen moeilijk in kaart te brengen, vooral op grotere diepten.
  • Het subtype MC122 wordt niet in alle nationale karteringsprogramma’s als aparte eenheid onderscheiden.
  • Gegevens over langetermijnveranderingen ontbreken grotendeels.

Bijlage I-toewijzing onder de Habitatrichtlijn

De Habitatrichtlijn (92/43/EEG) somt in bijlage I natuurlijke en halfnatuurlijke habitattypen van communautair belang op, waarvoor speciale beschermingszones moeten worden aangewezen.

MC122 valt onder bijlage I-code 1170, die samenvattend als „Riffen“ wordt aangeduid. Riffen omvatten volgens de interpretatie van de Europese Commissie zowel biogene (bv. koudwaterkoraalriffen) als geogene rifstructuren – dus rotsriffen waarop hardebodemgemeenschappen voorkomen.

Belangrijke punten:

  • De opname in bijlage I is niet specifiek voor MC122; MC122 is een subtype binnen 1170.
  • De lidstaten rapporteren in het kader van de Habitatrichtlijn (artikel 17) over de staat van instandhouding van „1170 Riffen“ in hun respectieve biogeografische regio’s.
  • Omdat MC122 slechts een deel van dit brede type is, worden geen individuele gegevens op subtypeniveau verzameld. Er is daarom voor MC122 geen eigen artikel 17-staat van instandhouding beschikbaar.
  • De vermelding van 1170 in de brongegevens is voorzien van de kwalificator „#“ (interpretatief afgeleid uit de totale context).

Bedreigingen en risicobeoordeling

In de officiële brongegevens van de Europese Rode Lijst staan voor MC122 geen specifieke bedreigingen vermeld. Deze leemte houdt rechtstreeks verband met de status „Data Deficient“. Zonder voldoende gegevens kunnen concrete bedreigingen noch de omvang ervan met zekerheid worden benoemd.

Toch kunnen uit de algemene ecologische context mogelijke bedreigingsfactoren voor leefgebieden van het bovenste circallitoraal in de Noordoost-Atlantische Oceaan worden afgeleid:

  • Bodemberoerende visserij: Bordentrawls en dreggen kunnen rotsbodems fysiek beschadigen en de aangroeigemeenschappen vernietigen. De effecten zijn op harde substraten echter vaak minder goed gedocumenteerd dan op zachte bodems.
  • Zeeverontreiniging: Schadelijke stoffen, eutrofiëring en microplastics kunnen de gevoelige filteraars onder de korstorganismen schaden.
  • Invasieve soorten: Geïntroduceerde soorten kunnen de samenstelling van de gemeenschap veranderen, bijvoorbeeld door concurrentie of predatie.
  • Klimaatverandering: Temperatuurstijging, oceaanverzuring en veranderde stormintensiteit kunnen de abiotische omstandigheden verschuiven. Met name kalkvormende korsten (kalkroodalgen) reageren gevoelig op een dalende pH.

Belangrijke opmerking: Deze factoren worden niet door de brongegevens voor MC122 gestaafd en dienen slechts ter algemene duiding. Voor een gefundeerde bedreigingsanalyse zijn gerichte inventarisaties en een monitoringprogramma noodzakelijk.

Betekenis voor de biodiversiteit

Circalittorale rotsriffen zoals MC122 gelden als hotspots van mariene biodiversiteit.

  • De nauwe verwevenheid van grazers (stekelhuidigen) en vastzittende filteraars (korstorganismen) creëert een fijnmazig habitatmozaïek.
  • Stekelhuidigen zijn vaak sleutelsoorten: zee-egels kunnen bijvoorbeeld de benthische algenbiomassa beheersen en daarmee indirect de samenstelling van de levensgemeenschap sturen.
  • De korstvormende organismen vergroten het bewoonbare oppervlak en dienen op hun beurt als voedsel of schuilplaats voor mobiele soorten.
  • Veel vissoorten gebruiken de rotsspleten en begroeiingen als kraamkamer of toevluchtsoord.

Omdat MC122 slechts een subtype binnen het gehele bovenste circallitoraal is, valt de eigen bijdrage aan de biodiversiteit lastig af te grenzen. De structurele overeenkomst met andere rotsriffen wijst evenwel op een groot regionaal belang in de Noordoost-Atlantische Oceaan.

Wat betekent „Data Deficient“ voor het natuurbehoud?

De DD-status is een waarschuwingssignaal, geen geruststelling. Het betekent:

  • Geen beschermingsstatus uitsluitend op basis van de Rode Lijst – de lijst kent geen eigen verantwoordelijkheid toe, er kan niet van worden uitgegaan dat bedreiging afwezig is, maar deze kan evenmin worden uitgesloten.
  • Onderzoeksbehoefte – de monitoring van mariene biotooptypen moet worden verbeterd om betrouwbare trends te verkrijgen. Voor MC122 ontbreken vlakdekkende inventarisaties, waardoor noch een gunstige noch een ongunstige staat van instandhouding kan worden afgeleid.
  • Geen specifieke herstelmaatregelen – zolang de concrete aantastingen niet bekend zijn, kunnen geen op maat gesneden beheerplannen worden opgesteld. De bescherming verloopt indirect via de algemene bescherming van 1170 „Riffen“ in Natura 2000-gebieden.

Herstelmogelijkheden

De brongegevens bevatten geen specifieke aanwijzingen voor herstel van MC122. Algemene strategieën voor het herstel van circalittorale rotshabitats omvatten:

  • Vermindering van bodemberoerende visserij in kwetsbare gebieden
  • Verbetering van de waterkwaliteit (verontreinigende stoffen, nutriënten)
  • Aanwijzing van mariene beschermingsgebieden met strikte gebruiksbeperkingen
  • Actief herstel door het aanbrengen van substraten (zeer zeldzaam, tot nu toe nauwelijks uitvoerbaar)

Vanwege de leemten in de gegevens blijven alle overwegingen speculatief. Een verbetering van de gegevensbasis is voorwaarde voor elke doelgerichte maatregel.

Verklarende woordenlijst

  • EUNIS: European Nature Information System, classificatiesysteem voor habitattypen in Europa.
  • Circallitoraal: Dieptezone in zee, die aansluit op het infralittoraal en tot de lichtgrens van de fotosfeer reikt; gekenmerkt door sterk afnemend licht en dominantie van dierlijke organismen.
  • Stekelhuidigen: Echinodermen (zee-egels, zeesterren, slangsterren, zeekomkommers, haarsterren).
  • Crustose: korstvormig groeiend, hier meestal betrekking hebbend op kalkroodalgen of mosdiertjes.
  • Bijlage I (Habitatrichtlijn): Lijst van natuurlijke habitattypen van communautair belang waarvoor beschermingsgebieden moeten worden aangewezen.
  • Artikel 17 (Habitatrichtlijn): Verplichting voor de lidstaten om elke zes jaar te rapporteren over de staat van instandhouding van de typen van bijlage I.

Tabel: sneloverzicht beschermingscategorieën

AttribuutInvulling
EUNIS-codeMC122
EU-Rode Lijst-bereikEU28, EU28+
Rode Lijst-statusData Deficient (DD)
Rode Lijst-criteriumniet vermeld (DD)
Bijlage I-code Habitatrichtlijn1170 (Riffen)
Staat van instandhouding art. 17 (MC122)niet beschikbaar
Biogeografische regioNEA (Noordoost-Atlantische Oceaan)
Landeninformatieniet in brongegevens opgenomen
Typische soorten (officieel)niet in brongegevens opgenomen
Specifieke bedreigingenniet in brongegevens opgenomen
Herstelaantekeningenniet in brongegevens opgenomen

FAQ

1. Wat is het habitattype MC122?

MC122 is een marien biotooptype in het bovenste circallitoraal van de Noordoost-Atlantische Oceaan. Het omvat door stekelhuidigen en korstvormende organismen gedomineerde gemeenschappen op matig aan golven blootgesteld gesteente. Het is officieel opgenomen in de EUNIS-classificatie.

2. Waarom staat MC122 op de Europese Rode Lijst als „Data Deficient“?

De Rode-Lijst-beoordeling uit 2022 concludeert dat er voor het habitattype onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een bedreigingscategorie af te leiden. Betrouwbare informatie over verspreiding, oppervlaktetrends en ecologische kwaliteit ontbreekt.

3. Hoort MC122 bij de beschermde habitats van de Habitatrichtlijn?

Ja. MC122 valt onder het habitattype van bijlage I, code 1170 „Riffen“. Het wordt daar echter niet als zelfstandig subtype onderscheiden; de rapportage onder de Habitatrichtlijn heeft betrekking op het gehele type 1170. Een specifieke staat van instandhouding voor MC122 conform artikel 17 is daarom niet aanwezig.

4. In welke zeegebieden komt MC122 voor?

De enige in de brongegevens genoemde biogeografische regio is NEA – Noordoost-Atlantische Oceaan. Meer gedetailleerde landeninformatie is in de door het EEA beschikbaar gestelde datasets niet opgenomen.

5. Welke typische soorten komen in MC122 voor?

De officiële brongegevens bevatten geen lijst met typische soorten. Op basis van de habitatnaam overheersen stekelhuidigen (zoals zee-egels en zeesterren) en korstvormige organismen (bv. kalkroodalgen en mosdiertjes) de levensgemeenschap. Zonder nader onderzoek zijn concrete soortnamen niet bevestigbaar.

Häufige Fragen

Wat is het habitattype MC122?

MC122 is een marien biotooptype in het bovenste circallitoraal van de Noordoost-Atlantische Oceaan. Het omvat door stekelhuidigen en korstvormende organismen gedomineerde gemeenschappen op matig aan golven blootgesteld gesteente.

Waarom staat MC122 op de Europese Rode Lijst als „Data Deficient“?

Omdat er onvoldoende gegevens over verspreiding, trends en kwaliteit beschikbaar zijn om een bedreigingscategorie af te leiden. Dit is de officiële status van 2022 voor de EU28 en EU28+.

Hoort MC122 bij de beschermde habitats van de Habitatrichtlijn?

Ja, via bijlage I-code 1170 „Riffen“. Aangezien MC122 slechts een subtype is, wordt de staat van instandhouding niet afzonderlijk op dit niveau gerapporteerd volgens artikel 17.

In welke zeegebieden komt MC122 voor?

De brongegevens noemen de biogeografische regio NEA (Noordoost-Atlantische Oceaan). Landeninformatie is niet beschikbaar.

Welke typische soorten komen in MC122 voor?

De officiële datasets bevatten geen soortenlijsten. De naam duidt op een dominantie van stekelhuidigen en korstorganismen, zoals zee-egels, zeesterren en kalkroodalgen, maar bevestigde soortgegevens ontbreken.

Quellen