Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MC125Europäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1170; 1180

MC125 – Levensgemeenschappen op zacht Atlantisch circalittoraal gesteente

EUNIS MC125 – ook bekend als 'Communities on Atlantic soft circalittoral rock' – is een marien habitattype dat voorkomt in de Noordoost-Atlantische Oceaan. Het bevindt zich in troebel water op matig aan golven blootgesteld, zacht gesteente en wordt gedomineerd door borende schelpdieren zoals de gewone boormossel (Pholas dactylus). De Europese Rode Lijst van habitats (2022) classificeert het als 'Data Deficient', omdat het risico door gebrek aan voldoende gegevens niet kan worden beoordeeld.

Einordnung

Originalbezeichnung
Communities on Atlantic soft circalittoral rock
EUNIS
MC125
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1170; 1180 – Reefs

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: MC125
  • Naam: Levensgemeenschappen op zacht Atlantisch circalittoraal gesteente („Communities on Atlantic soft circalittoral rock“)
  • Habitat: Zeebodem met zacht gesteente in de Noordoost-Atlantische Oceaan, onder de goed verlichte zone (circalittoraal), meestal bij sterke troebelheid en gematigde getijdenstromingen
  • Typische soorten: Boormossels (vooral gewone boormossel Pholas dactylus), kokerwormen (Bispira volutacornis), boorsponzen (Cliona celata), mosdiertjes, krabben
  • Rode-Lijst-status: Data Deficient – gegevens ontoereikend voor een risicobeoordeling (EU28 en EU28+)
  • Habitatrichtlijn Bijlage I-verwijzing: Code 1170 (riffen) en 1180 (door gasuitstromingen gevormde onderzeese structuren)
  • Staat van instandhouding (Artikel 17): in de beschikbare brongegevens niet vermeld
  • Biogeografische regio: Noordoost-Atlantische Oceaan (NEA)
  • Kwaliteitsindicatoren: Er zijn geen uniforme, algemeen aanvaarde indicatoren vastgesteld. In beschermde gebieden kunnen lokaal referentiewaarden voor waterkwaliteit, soortensamenstelling of andere kenmerken worden gebruikt.

Wat is EUNIS MC125? – Definitie en indeling

Het biotooptype met code MC125 beschrijft een marien habitat dat is opgenomen in de EUNIS-classificatie (European Nature Information System). EUNIS deelt alle natuurlijke en halfnatuurlijke habitats van Europa in een uniform systeem in – van bossen via zoet water tot zeebodems. MC125 behoort tot de groep mariene rots- en hardbodembiotopen. De volledige Engelse naam luidt Communities on Atlantic soft circalittoral rock – in het Nederlands „Levensgemeenschappen op zacht Atlantisch circalittoraal gesteente”.

De term „circalittoraal” verwijst naar het deel van de zeebodem onder de eufotische zone, dus waar door watertroebelheid of grote diepte niet meer voldoende licht aanwezig is voor primaire productie door benthische algen. In dit geval kan deze zone al direct onder de laagwaterlijn beginnen, omdat het water extreem troebel is en nauwelijks licht doorlaat. Het substraat is zacht gesteente dat is blootgesteld aan gematigde golfwerking en matig sterke getijdenstromingen. Juist deze omstandigheden – troebel water, stroming, zacht gesteente – bepalen een karakteristieke soortengemeenschap.


Het typische habitat: troebele stromingsgeulen met zacht gesteente

De vestiging vindt plaats op matig aan golven blootgesteld hard substraat dat echter zacht genoeg is om door borende organismen te worden gekoloniseerd. Zulke zachte rotsformaties komen veel voor aan kusten van de Noordoost-Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld bij krijtrotsen, mergelbanken of kalkrijke zandstenen. De combinatie van sterke getijdendynamiek en troebelheid leidt ertoe dat de circalittorale zone direct op het getijdengebied kan aansluiten, zonder dat er een vlakke, goed verlichte algenzone ontstaat.

Op deze rotsen domineren niet algen, maar endolithische (in steen levende) boormossels en een soortenrijke begeleidende fauna van wormen, sponzen, mosdiertjes en krabben. Er zijn geen uitgestrekte kelpwouden; sporadisch kunnen bladachtige roodalgen opduiken.


Karakteristieke soorten – een door boormossels gedomineerd systeem

Het bijzondere aan dit habitat is de dominantie van mechanisch borende schelpdieren, in het bijzonder de gewone boormossel Pholas dactylus. Deze mosselsoort boort zich met behulp van haar getande schelp actief in zacht gesteente en leeft daar beschut tegen vijanden. De boorgaten blijven ook na het afsterven van de mosselen bestaan en vormen microhabitats voor andere dieren.

De Europese Rode Lijst van habitats (2022) noemt voor MC125 de volgende karakteristieke soorten:

GroepWetenschappelijke naamNederlandse naam / opmerking
Schelpdieren (Bivalvia)Pholas dactylusGewone boormossel – borend
Borstelwormen (Polychaeta)Bispira volutacornisKokerworm met opvallende kroon
Sponzen (Porifera)Cliona celataBoorspons – lost kalksteen op
Cliona viridisGroene boorspons
Suberites ficusVijgspons
Suberites carnosusVleesspons
Mosdiertjes (Bryozoa)Alcyonium coralloidesMosdiertje dat lijkt op zacht koraal
Kreeftachtigen (Crustacea)Necora puberFluwelen zwemkrab
Cancer pagurusNoordzeekrab
Zakpijpen (Ascidiacea)Polyclinum aurantiumOranjerode zakpijpkolonie

Bijkomende begeleidende soorten zijn andere boormossels zoals Barnea parva en de kokerbewonende borstelworm Polydora. Beide werden in de beschrijvende teksten als typisch genoemd, maar niet expliciet als karakteristiek in de officiële lijst opgenomen. Toch kunnen ze plaatselijk dominant zijn.

De sponzen van het geslacht Cliona zijn chemische boorders: ze lossen kalk uit het gesteente op en creëren een netwerk van holtes, die op hun beurt schuilplaatsen bieden voor kleine vissen en krabben. De roofzuchtige krabben Necora puber en Cancer pagurus gebruiken het gestructureerde substraat als jachtgebied.


Bedreiging: Europese Rode Lijst van habitats

De Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats, gepubliceerd door het Europees Milieuagentschap met stand 2022) beoordeelt het habitattype MC125 zowel in de EU28- als in de EU28+-uitbreiding als „Data Deficient” (gegevens ontoereikend). Dit betekent:

  • Er zijn niet voldoende kwantitatieve of ruimtelijk representatieve gegevens om het risico op bedreiging volgens de criteria van de Rode Lijst (zoals afname, verspreidingsgebied of kwaliteitsverandering) betrouwbaar in te schatten.
  • Een mogelijke bedreiging kan niet worden bevestigd noch uitgesloten.
  • Er is onderzoeksbehoefte om onderbouwde uitspraken te doen over de toestand en ontwikkeling van dit habitat.

De classificatie als „Data Deficient” is geen geruststelling – ze is veeleer een signaal dat dit onderwaterhabitat tot nu toe wetenschappelijk weinig aandacht heeft gekregen. Vooral in druk bevaren kustwateren of in de buurt van bodemsleepnetvisserij zou het aan drukfactoren blootgesteld kunnen zijn, zonder dat dit systematisch is gedocumenteerd.


Beschermingsstatus: Habitatrichtlijn en Bijlage I

Hoewel MC125 een puur marien EUNIS-type is, wordt het in de brongegevens van het Europees Milieuagentschap gekoppeld aan de Bijlage I-habitattypen van de Habitatrichtlijn:

  • 1170 (riffen) – harde substraten in zee, die een typische zonering vertonen en habitat bieden voor een veelheid aan soorten.
  • 1180 (door gasuitstromingen gevormde onderzeese structuren) – in de EUNIS-Rode Lijst eveneens aangeduid als „Reefs”; hierbij gaat het om speciale harde substraten die door ontsnappend gas zoals methaan worden gevormd en vaak een unieke fauna herbergen.

De koppeling met beide codes drukt uit dat zacht circalittoraal gesteente in brede zin als rifhabitat kan worden opgevat, mits het aan de nodige criteria voldoet. In nationale Natura 2000-gebieden kan MC125 daarom als beschermd goed in het kader van de Habitatrichtlijn-beheerplanning voorkomen. De concrete indeling hangt echter af van de specifieke ecologische omstandigheden ter plaatse.


Staat van instandhouding volgens Artikel 17

De EU-lidstaten rapporteren in het kader van Artikel 17 van de Habitatrichtlijn regelmatig over de staat van instandhouding van de in hun grondgebied voorkomende habitattypen. Voor MC125 is in de geëvalueerde brongegevens (Red-List-pakket 2022) geen concrete staat van instandhouding opgenomen. Dit kan verschillende oorzaken hebben:

  • Het biotooptype wordt niet afzonderlijk, maar alleen geaggregeerd in het kader van het Bijlage I-type „riffen” geregistreerd.
  • Er zijn niet voldoende nationale gegevens om een staat van instandhouding te melden.
  • Het verspreidingsgebied strekt zich uit over meerdere landen, maar een totaalbeeld ontbreekt.

Uit de biogeografische gegevens weten we dat MC125 uitsluitend voorkomt in de Noordoost-Atlantische regio (NEA) – dus bij de westkusten van Ierland, Groot-Brittannië, Frankrijk en het Iberisch Schiereiland en mogelijk in de Noordzee. Omdat het type aan troebele, stromingsrijke zachte rotsgebieden is gebonden, is de werkelijke verspreiding vermoedelijk kleinschalig en gefragmenteerd.


Kwaliteitsindicatoren en typische bedreigingen

Volgens de actuele gegevens zijn er geen algemeen overeengekomen kwaliteitsindicatoren voor MC125. In Natura 2000-gebieden kunnen standplaatspecifieke parameters worden vastgesteld, bijvoorbeeld:

  • Aanwezigheid en abundantie van karakteristieke boormosselsoorten
  • Waterkwaliteit (troebelheid, nutriëntengehalte)
  • Integriteit van de rotsondergrond
  • Natuurlijkheid van het stromingsregime

Bedreigingen worden in de bijbehorende Rode Lijst van habitats niet expliciet genoemd, wat vermoedelijk samenhangt met het gebrek aan gegevens. Potentiële bedreigingen kunnen echter zijn:

  • Mechanische vernietiging door bodemsleepnetten of ankers
  • Sedimenttoevoer door kustnabije bouwwerkzaamheden of het storten van baggerspecie
  • Eutrofiëring ten gevolge van landbouwafspoeling, die de troebelheid verder verhoogt en de soortensamenstelling verschuift
  • Klimaatverandering gerelateerde veranderingen in temperatuur en stromingspatronen

Aangezien er geen specifieke herstelmaatregelen (Restoration Notes) zijn gedocumenteerd, zou een beheer zich vooral richten op het vermijden van directe schade en het behoud van een goede waterkwaliteit.


Relevantie voor tuin en gemeente?

Anders dan bij terrestrische biotooptypen kan dit habitat niet in tuinen of gemeentelijke groenvoorzieningen worden nagebootst. Het gaat om een onderwaterhabitat dat afhankelijk is van getijden en specifiek substraat en alleen in natuurlijke mariene omgevingen kan bestaan. Gemeenten met zeekusten kunnen echter een bijdrage leveren door:

  • te zorgen voor een natuurvriendelijke havenontwikkeling en de bescherming van kustnabije zachte rotsgebieden,
  • de nutriëntenbelasting van kustwateren via waterzuiveringsinstallaties en regenwaterbeheer te verminderen,
  • bij de aanwijzing van beschermde zeegebieden rekening te houden met de eisen van hardbodemsamenlevingen.

Burgers kunnen indirect bijdragen aan het behoud van zulke verborgen habitats door mariene beschermingsinitiatieven te steunen en zich verantwoordelijk te gedragen bij het duiken of vissen.


Onderzoek en kennisleemten

De classificatie als „Data Deficient” maakt duidelijk dat systematische inventarisaties ontbreken. Onderzoeksinvalshoeken kunnen zijn:

  • Kartering van locaties met zacht gesteente met side-scan sonar of duikinventarisaties
  • Gestandaardiseerde registratie van de benthische soortensamenstelling en abundantie
  • Langetermijnmonitoring om veranderingen door omgevingsfactoren vast te leggen
  • Experimenteel onderzoek naar de gevoeligheid voor mechanische verstoring en sedimentbelasting

Tot nu toe wordt het type in geen enkel Europees monitoringprogramma als eigen eenheid gevoerd. Betere gegevens zijn de voorwaarde om de staat van instandhouding werkelijk te kunnen beoordelen en beschermingsmaatregelen evidence-based te kunnen plannen.


Samenvatting

MC125 is een weinig bekend, maar ecologisch fascinerend marien biotooptype. Het kenmerkt schaduwrijke, stromingsrijke zachte rotsbodems in de Noordoost-Atlantische Oceaan en wordt gedomineerd door borende schelpdieren en sponzen. De bedreiging ervan kan door gebrek aan gegevens niet worden ingeschat – een duidelijke opdracht aan het zeeonderzoek. Als onderdeel van de Bijlage I-habitats kan het in het beschermingsregime van Natura 2000 worden opgenomen, voor zover de lidstaten de betreffende vindplaatsen melden en in hun beheer meenemen.

Häufige Fragen

Wat wordt verstaan onder levensgemeenschappen op zacht Atlantisch circalittoraal gesteente?

Het gaat om het EUNIS-biotooptype MC125. Het beschrijft mariene levensgemeenschappen op matig aan golven blootgesteld, zacht gesteente in de Noordoost-Atlantische Oceaan. De zone begint vanwege sterke troebelheid vaak direct onder de laagwaterlijn en wordt gedomineerd door boormossels zoals Pholas dactylus.

Welke karakteristieke soorten leven in dit biotooptype?

Tot de karakteristieke soorten behoren de gewone boormossel (Pholas dactylus), de kokerworm Bispira volutacornis, de boorsponzen Cliona celata en Cliona viridis, de vijgspons Suberites ficus en de vleesspons Suberites carnosus, het mosdiertje Alcyonium coralloides, de fluwelen zwemkrab Necora puber en de Noordzeekrab Cancer pagurus, en de zakpijp Polyclinum aurantium.

Wat is de bedreigingsstatus van MC125 volgens de Europese Rode Lijst?

Het biotooptype wordt in de Europese Rode Lijst van habitats (EU28 en EU28+) als ‚Data Deficient‘ (gegevens ontoereikend) geclassificeerd. Er ontbreken voldoende gegevens om het uitsterfrisico te kunnen schatten.

Aan welk Bijlage I-habitattype van de Habitatrichtlijn wordt MC125 toegewezen?

In de brongegevens wordt MC125 gekoppeld aan de Habitatrichtlijn Bijlage I-codes 1170 (riffen) en 1180 (door gasuitstromingen gevormde onderzeese structuren). Beide worden als rifhabitats beschouwd.

In welke biogeografische regio komt dit habitattype voor?

De enige in de brongegevens aangegeven biogeografische regio is NEA – de Noordoost-Atlantische Oceaan. Landgegevens zijn niet beschikbaar.

Quellen