Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MC55Europäische Rote Liste: Near ThreatenedFFH-Anhang I: 1110; 1160

MC55 – Levensgemeenschappen van het mediterrane zeer ondiepe circalittoraal op fijn zand

Het habitattype MC55 omvat levensgemeenschappen van het mediterrane zeer ondiepe circalittoraal op schone fijnzandbodems vanaf ongeveer 15–20 m diepte. Gekenmerkt door tweekleppigen, borstelwormen, zee-egels en vissen, is het volgens de Europese Rode Lijst als 'Near Threatened' (gevoelig) beoordeeld en valt het onder de Habitatrichtlijn-typen 1110 (zandbanken) en 1160 (grote ondiepe baaien en zeearmen).

Einordnung

Originalbezeichnung
Communities of Mediterranean very shallow circalittoral fine sand
EUNIS
MC55
EU-28
Near Threatened
EU-28+
Near Threatened
FFH-Anhang I
1110; 1160 – Sandbanks which are slightly covered by sea water all the time; Large shallow inlets and bays

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: MC55 – Communities of Mediterranean very shallow circalittoral fine sand
  • Habitat: Schone, fijne zandbodems in het zeer ondiepe circalittoraal (vanaf ca. 15–20 m diepte) aan open kusten of in stromingsrijke kanalen van zeebaaien
  • Karakteristieke soorten: Tweekleppigen zoals Tellina pulchella, Spisula subtruncata, Chamelea gallina; borstelwormen Aricidea cerrutii, Prionospio caspersi; zee-egel Echinocardium cordatum; beenvis Trachinus draco
  • Bedreiging (Rode Lijst): Near Threatened (gevoelig) op de Europese Rode Lijst van habitats
  • Habitatrichtlijn-bescherming: Beschermd via de bijlage I-typen 1110 (permanent met zeewater overdekte zandbanken) en 1160 (grote ondiepe baaien en zeearmen)
  • Biogeografische regio: Uitsluitend mediterraan (MED)
  • Staat van instandhouding volgens Artikel 17: In de beschikbare brongegevens niet vermeld

EUNIS-code MC55: Plaats binnen de Europese habitattypologie

De code MC55 maakt deel uit van het EUNIS Habitat Classification System, het Europese classificatieschema voor natuurlijke en halfnatuurlijke habitats. Hij beschrijft de levensgemeenschappen van het mediterrane zeer ondiepe circalittoraal op fijn zand („Communities of Mediterranean very shallow circalittoral fine sand“). Het betreft een marien biotooptype dat de bovenste zone van het circalittoraal inneemt – dat deel van de zeebodem dat begint onder de goed doorgelichte infralittorale zone en waar het plantenleven sterk afneemt.

De aanduiding „very shallow“ (zeer ondiep) benadrukt dat dit habitat al voorkomt op dieptes van slechts 15 tot 20 meter, wat voor circalittorale omstandigheden uitzonderlijk gering is. Het is een bouwsteen van de uitgebreide mariene EUNIS-hiërarchie en dient deskundigen, overheden en natuurbeschermingsprojecten als uniform referentiepunt.

Habitat en standplaatsomstandigheden

MC55 koloniseert schone, fijne zandbodems – substraten zonder noemenswaardige organische lagen of slibcomponenten. Voorkomens zijn er zowel aan open kusten als in getij-beïnvloede, stromingsrijke kanalen van zeebaaien. Bepalend is een permanente waterbedekking van minstens 15–20 meter, waardoor de bodem beschermd is tegen sterke oppervlaktegebonden verstoringen.

Vergeleken met de daarboven gelegen infralittorale zandbodems is dit habitat stabieler: schommelingen in temperatuur en zoutgehalte zijn geringer doordat het diepere water minder door weerswisselingen en zoetwatertoevoer wordt beïnvloed. Dit bevordert een soortenrijke, maar kwetsbare bodemfauna (infauna), die hoofdzakelijk in het sediment leeft.

Soortendiversiteit en karakteristieke soorten

De levensgemeenschap bestaat uit een breed scala aan holtedieren (Cnidaria), stekelhuidigen (Echinodermata), borstelwormen (Polychaeta) en tweekleppigen (Bivalvia). De brongegevens noemen de volgende karakteristieke soorten, die als typisch voor het intacte habitat gelden:

Soort (wetenschappelijk)GroepNederlandse naam
Tellina pulchellaTweekleppigenElegante platschelp
Spisula subtruncataTweekleppigenStompe strandschelp
Chamelea gallinaTweekleppigenVenusschelp
Aricidea cerrutiiBorstelwormen
Prionospio caspersiBorstelwormen
Scolelepis squamosusBorstelwormen
Echinocardium cordatumZee-egelsHartegel
Trachinus dracoBeenvissenGrote pieterman

De genoemde tweekleppigen en borstelwormen leven ingegraven in het zand en vormen de basis van het voedselweb. De hartegel woelt het sediment om en beïnvloedt zo de zuurstofvoorziening van de bodem. De giftige pieterman is een typische roofvis van deze ondiepe zandbodems.

Ecologische betekenis

Het biotooptype MC55 fungeert als toevluchtsoord voor talrijke ongewervelde soorten en als opgroeigebied voor vissen. De stabiele fijnzandmatrix biedt:

  • Bufferwerking tegen temperatuur- en saliniteitsschommelingen,
  • Paai- en larvenhabitat voor benthische en pelagische organismen,
  • Voedselbasis voor mobiele predatoren zoals beenvissen en kreeftachtigen.

Een intact bestand kenmerkt een gezond, weinig belast marien milieu. Wetenschappelijk worden zowel biotische indicatoren (aanwezigheid van de karakteristieke soorten) als abiotische parameters (zuurstofgehalte, korrelgrootteverdeling) gebruikt voor kwaliteitsbeoordeling. Bovendien kan het voorkomen van commercieel benutte soorten (bijv. venusschelpen) wijzen op een goede habitatkwaliteit.

Verspreiding in Europa

Het habitattype is opgenomen in de mediterrane biogeografische regio (MED). Dat betekent dat het zwaartepunt in het Middellandse-Zeegebied ligt. Concrete landenlijsten zijn in de gebruikte brongegevens niet opgenomen. Doorgaans strekt MC55 zich langs de Middellandse Zeekusten uit in de betreffende dieptezone – zowel langs vastelandskusten als bij eilanden.

Rode-Lijststatus en bedreigingen

De Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats) beoordeelt het biotooptype MC55 zowel voor de EU28 als voor EU28+ als Near Threatened (gevoelig). Dit betekent dat het op de drempel staat om in een bedreigingscategorie te worden ingedeeld, maar momenteel nog niet direct wordt bedreigd.

De beoordeling berust op de algemene achteruitgang van de toestand van fijnzandhabitats in de Middellandse Zee. Hoewel de brongegevens geen specifieke bedreigingsfactoren opsommen, noemen zij als mogelijke aantasting visserijactiviteiten, met name bodemtrawlvisserij (trawling) en baggervisserij (dredging). Deze mechanische ingrepen vernietigen de kwetsbare bodemstructuur en decimeren de karakteristieke soorten.

Habitatrichtlijn en beschermingsstatus

Het habitattype MC55 geniet bescherming via de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) – echter niet als eigenstandig type, maar door toewijzing aan twee bijlage I-habitattypen:

  • 1110 – Sandbanks which are slightly covered by sea water all the time (permanent met zeewater overdekte zandbanken)
  • 1160 – Large shallow inlets and bays (grote ondiepe baaien en zeearmen)

De kruisverwijzing (crosswalk) laat zien dat MC55 onder beide categorieën kan vallen, afhankelijk van de precieze ligging en uitprating. Daardoor hebben lidstaten de verplichting om gunstige staat van instandhouding voor deze overkoepelende typen te waarborgen en aantastingen te monitoren.

Staat van instandhouding volgens Artikel 17

De staat van instandhouding conform artikel 17 van de Habitatrichtlijn – dus de officiële beoordeling door de lidstaten – is voor dit specifieke EUNIS-type in de beschikbare brongegevens niet vermeld. Dit betekent niet dat hij onbekend is, maar dat de gebruikte datasets (European Red List of Habitats 2022 in de bewerkte EEA-versie) geen directe koppeling met de artikel-17-rapportage bevatten. Voor een regiogerichte inschatting zouden de nationale rapporten van de mediterrane kuststaten geraadpleegd moeten worden.

Belang voor de mens en aandachtspunten voor kustgemeenten

Een directe vertaling van dit mariene habitat naar tuinen of gemeentelijk groen is uiteraard niet mogelijk. Toch kunnen ook landgerichte maatregelen bijdragen aan het behoud:

  • Bewustwording over het belang van ongestoorde fijnzandbodems voor de kust
  • Ondersteuning van duurzame visserijpraktijken en vermijden van schadelijke schelpdiervisserij
  • Gemeentelijke planning die in kustnabijheid nutriënten- en sedimentaanvoer minimaliseert
  • Bescherming van ondiepwaterzones, die als buffer fungeren voor de diepere circalittorale gebieden

Met name gemeenten aan de Middellandse-Zeekust kunnen via monitoring en ruimtelijke planning indirect bijdragen aan het behoud van MC55, door rekening te houden met de staat van instandhouding van de als beschermingsschild dienende Habitatrichtlijntypen 1110 en 1160.

FAQ

Vraag 1: Wat is de EUNIS-code MC55?

MC55 is de Europese habitatcode voor „Communities of Mediterranean very shallow circalittoral fine sand“ – de levensgemeenschap die in de Middellandse Zee voorkomt op schone fijnzandbodems op dieptes van ongeveer 15 tot 20 meter.

Vraag 2: Welke status heeft dit habitat op de Europese Rode Lijst?

Het habitat wordt als Near Threatened (gevoelig) beoordeeld – zowel in de EU28 als in de uitgebreide beoordeling EU28+.

Vraag 3: Onder welk Habitatrichtlijntype valt MC55?

MC55 is geen zelfstandig Habitatrichtlijntype, maar wordt gedekt door de bijlage I-categorieën 1110 (permanent overdekte zandbanken) en 1160 (grote ondiepe baaien en zeearmen).

Vraag 4: Welke soorten zijn karakteristiek voor dit biotooptype?

Typisch zijn tweekleppigen zoals Tellina pulchella, Spisula subtruncata en Chamelea gallina, de borstelwormen Aricidea cerrutii, Prionospio caspersi en Scolelepis squamosus, de zee-egel Echinocardium cordatum (hartegel) en de beenvis Trachinus draco (grote pieterman).

Vraag 5: Waar in Europa komt MC55 voor?

Het habitat is beperkt tot de mediterrane biogeografische regio (MED). Concrete landen zijn in de gebruikte brongegevens niet opgenomen.

Bronnen

Häufige Fragen

Wat is de EUNIS-code MC55?

MC55 is de Europese habitatcode voor „Communities of Mediterranean very shallow circalittoral fine sand“ – de levensgemeenschap die in de Middellandse Zee voorkomt op schone fijnzandbodems op dieptes van ongeveer 15 tot 20 meter.

Welke status heeft dit habitat op de Europese Rode Lijst?

Het habitat wordt als Near Threatened (gevoelig) beoordeeld – zowel in de EU28 als in de uitgebreide beoordeling EU28+.

Onder welk Habitatrichtlijntype valt MC55?

MC55 is geen zelfstandig Habitatrichtlijntype, maar wordt gedekt door de bijlage I-categorieën 1110 (permanent overdekte zandbanken) en 1160 (grote ondiepe baaien en zeearmen).

Welke soorten zijn karakteristiek voor dit biotooptype?

Typisch zijn tweekleppigen zoals Tellina pulchella, Spisula subtruncata en Chamelea gallina, de borstelwormen Aricidea cerrutii, Prionospio caspersi en Scolelepis squamosus, de zee-egel Echinocardium cordatum (hartegel) en de beenvis Trachinus draco (grote pieterman).

Waar in Europa komt MC55 voor?

Het habitat is beperkt tot de mediterrane biogeografische regio (MED). Concrete landen zijn in de gebruikte brongegevens niet opgenomen.

Quellen