Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MD55Europäische Rote Liste: Vulnerable

Mediterrane zandgemeenschappen van het lager circalitoraal (MD55) – bedreigde diversiteit op de zeebodem

MD55 is de EUNIS-code voor gemeenschappen van mediterraan lager circalitoraal zand. Dit mariene habitat strekt zich uit tot 200 m waterdiepte en wordt gedomineerd door ongewervelde dieren zoals polychaeten, neteldieren, tweekleppigen en stekelhuidigen. Het staat op de Europese Rode Lijst van habitats als 'Vulnerable' (kwetsbaar), voornamelijk door bodemvisserij. Het is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn.

Einordnung

Originalbezeichnung
Communities of Mediterranean lower circalittoral sand
EUNIS
MD55
EU-28
Vulnerable
EU-28+
Vulnerable

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: MD55
  • Naam: Gemeenschappen van mediterraan lager circalitoraal zand (Communities of Mediterranean lower circalittoral sand)
  • Verspreiding: Uitsluitend in de Middellandse Zee (biogeografische regio MED)
  • Habitat: Fijne zanden of slibarme fijne zanden op diepten van ca. 80–200 m
  • Soortensamenstelling: Dierlijke organismen overheersen – polychaeten, neteldieren, kreeftachtigen, tweekleppigen, stekelhuidigen
  • Rode-Lijststatus: Vulnerable (kwetsbaar) – beoordeeld in het kader van de Europese Rode Lijst van habitats voor EU28 en EU28+
  • Habitatrichtlijnbescherming: Het habitattype is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn; er zijn geen gegevens over de staat van instandhouding volgens Artikel 17.
  • Belangrijkste bedreiging: Bodemvisserij (sleepnetvisserij op de zeebodem) en andere visserijactiviteiten die de zeebodem verstoren
  • Bijzonderheid: Het lager circalitoraal markeert de dieptegrens voor meercellige algen; diergemeenschappen bepalen dit grotendeels algvrije habitat.

EUNIS-typologie: MD55 – Mediterrane gemeenschappen in het lager circalitoraal

De EUNIS-classificatie (European Nature Information System) plaatst het habitattype MD55 onder de mariene habitats van de Middellandse Zee. De afkorting „MD“ staat voor mariene habitats van de Middellandse Zee (Mediterranean). De code MD55 beschrijft de gemeenschappen van mediterraan lager circalitoraal zand – een diepte-etage die ook wel lower circalittoral wordt genoemd.

Ligging en sediment: Het habitat komt voor op een diepte van ongeveer 80 meter tot maximaal 200 meter. Het sediment bestaat uit fijne zanden of uit niet-cohesieve, slibarme fijne zanden. De sedimentatie is hier constant, maar de waterbeweging is vergeleken met ondiepere zones duidelijk minder. Daardoor heerst er een voor diepzee-omstandigheden stabiel milieu, waarin karakteristieke diergemeenschappen tot ontwikkeling kunnen komen.

Licht en algenarmoede: Het lager circalitoraal markeert de overlevingsgrens voor meercellige autotrofe algen – onder de fotische zone domineren niet plantaardige, maar dierlijke organismen. Dat onderscheidt dit habitat fundamenteel van de ondiepere circalitorale of infralitorale zones, waar algenbossen en zeegrasvelden voorkomen.

EUNIS-verwijzingen: In de huidige databank wordt MD55 gekoppeld aan projectcode A5.27 van de Rode Lijst (MEDA5.27). De precieze overeenkomst wordt met „≈“ (ongeveer gelijk) aangeduid, omdat de EUNIS-typologie en de Rode-Lijstclassificatie licht verschillende afbakeningen gebruiken. Binnen de mariene habitatgroep is MD55 dus eenduidig verankerd als mediterraan subtype van circalitorale zandbodems.


Europese Rode Lijst: classificatie als kwetsbaar en criteria

De Europese Rode Lijst van habitats (European Red List of Habitats), beschikbaar gesteld door het Europees Milieuagentschap (EEA) in 2022, beoordeelt MD55 voor de EU28-landen alsook voor de uitgebreide EU28+-regio uniform als Vulnerable (kwetsbaar).

Beoordelingsgrondslag: De categorie „Vulnerable“ geeft aan dat het habitattype in zijn hele verspreidingsgebied aan een hoge bedreiging blootstaat. Concrete criteria (bijv. oppervlakteafname of kwalitatieve verslechtering) worden in de gebruikte brongegevens niet expliciet genoemd. De classificatie steunt echter op de beoordeelde gevoeligheid voor menselijke activiteiten – met name visserij met bodemsleepnetten.

Kwaliteitsindicatoren volgens de bron: Er bestaan op dit moment geen uniform overeengekomen kwaliteitsindicatoren voor dit habitat. Als mogelijke benaderingen worden daarom zowel biotische als abiotische standaardindicatoren uit het mariene milieu gehanteerd. Een potentieel geschikte, specifieke indicator is het al dan niet aanwezig zijn van karakteristieke, commercieel benutte soorten – een maat voor de visserij-impact.

De Rode-Lijstbeoordeling is puur wetenschappelijk-normatief en niet gelijk te stellen met juridisch bindende gevolgen zoals de aanwijzing van beschermde gebieden. Ze fungeert echter wel als een wetenschappelijke oproep tot actie voor natuurbescherming.


Habitatrichtlijn: geen Bijlage I-status, geen rapportageplicht

Het habitattype MD55 is niet opgenomen in Bijlage I van de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG). Evenmin zijn er specifieke dier- of plantensoorten van Bijlage II of IV aan gekoppeld die in de brongegevens worden genoemd.

Consequentie: Er geldt geen rapportageplicht volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn. Dat betekent dat de EU-lidstaten geen specifieke beoordelingen van de staat van instandhouding voor dit habitattype hoeven over te leggen. De waarde in SOURCE_DATA voor „article17_status“ is dan ook leeg. De biogeografische regio MED, waar MD55 voorkomt, omvat de hele Middellandse Zee, maar op EU-niveau zijn er geen geaggregeerde instandhoudingsgegevens beschikbaar.

Hoewel MD55 niet onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn valt, blijft het habitat onderdeel van de Europese biodiversiteitsstrategie. Maatregelen voor het mariene milieu (zoals de Kaderrichtlijn Mariene Strategie of de aanwijzing van mariene beschermde gebieden) kunnen ook ten gunste van deze zandgemeenschappen werken.


Habitat en biodiversiteit: zachte bodem, kleurrijke dierenwereld

Het bijzondere aan het lager circalitorale zand is de dominantie van dierlijke soorten. Omdat meercellige, fotosynthetische algen zich hier nauwelijks kunnen handhaven, vormt het sediment een door dieren opgebouwde en bewoonde levensplek.

Veelvoorkomende diergroepen:

  • Polychaeten (borstelwormen) zoals de prachtige zeeringworm Aphrodite aculeata (zeemuis)
  • Neteldieren (Cnidaria) – hiertoe behoort de zeeveder Pennatula phosphorea, die op zachte bodems oprijst
  • Amphipoda (vlokreeften) en andere kleine kreeftachtigen
  • Tweekleppigen (Bivalvia), waaronder de hartschelp Acanthocardia paucicostata, de Sint-Jakobsschelp Pecten jacobeus en de tere Parvicardium roseum
  • Stekelhuidigen (Echinodermata), bijv. zeekomkommers als Oerstergrenia digitata en Holothuria forskali alsook de zeester Anseropoda placenta

Een karakteristieke soortengemeenschap van deze zachte bodems is in de volgende tabel samengevat.

Soort (wetenschappelijk)Nederlandse naam (indien bekend)GroepRol / bijzonderheid
Pennatula phosphoreaZeevederNeteldierVormt veerachtige kolonies in het sediment
Aphrodite aculeataZeemuisPolychaetGrote, bont iriserende worm
Acanthocardia paucicostataHartschelpTweekleppigeKenmerkend voor fijne zanden
Pecten jacobeusSint-JakobsschelpTweekleppigeBekende, commercieel benutte soort
Parvicardium roseumTweekleppigeKleine zandschelp
Oerstergrenia digitataZeekomkommerIndicator voor fijne, weinig verstoorde bodems
Holothuria forskaliForskals zeekomkommerZeekomkommerGrotere, algemene zeekomkommer
Anseropoda placentaZeesterAfgeplatte zeester van zachte bodems

De opsomming volgt de gegevens uit de Europese Rode Lijst en is niet volledig.


Bedreigingen: bodemvisserij als hoofdgevaar

In de officiële brongegevens zijn geen expliciete bedreigingsfactoren opgenomen. De habitatbeschrijving zelf bevat echter een duidelijke aanwijzing: het habitat kan worden aangetast door visserijactiviteiten, met name bodemvisserij (sleepnetvisserij op de zeebodem). Deze mobiele, bodemberoerende vangsttechniek doorklieft het sediment, vernietigt de complexe diergemeenschappen en verstoort de stabiele fijnzandstructuur.

Andere potentiële, maar niet gedocumenteerde stressoren kunnen zijn:

  • Verontreiniging (bijv. aanvoer van verontreinigende stoffen die zich op de zeebodem ophopen)
  • Verankering van schepen op diepten die normaal gesproken niet worden beïnvloed
  • Sedimentverdichting of -verplaatsing door baggerwerkzaamheden (zelden op 80–200 m diepte)

Omdat het lager circalitoraal zich zeer langzaam herstelt, werken verstoringen langdurig door. Het verlies van typische soorten – juist de commercieel benutte schelpdieren en grote zeekomkommers – is een waarschuwingssignaal voor de afnemende habitatkwaliteit.


Kwaliteit en monitoring: ontbreken van uniforme indicatoren

Zoals in het gedeelte over de Rode Lijst is vermeld, bestaan er geen breed overeengekomen kwaliteitsindicatoren. In de praktijk worden vaak zowel biotische als abiotische standaardindicatoren gebruikt om de toestand van mariene habitats te beschrijven:

  • Biotisch: soortenrijkdom, talrijkheid van karakteristieke soorten, biomassa van de bodemfauna
  • Abiotisch: sedimentsamenstelling, zuurstofgehalte, temperatuur, concentraties verontreinigende stoffen

De classificatie als kwetsbaar is niet gebaseerd op regelmatige monitoringresultaten, maar op deskundigenkennis over de verspreiding en de intensiteit van de visserij. Voor dit niet-Bijlage I-habitat is systematische monitoring wettelijk niet verplicht. Vrijwillige waarnemingsprogramma's of regionale zeebeschermingscampagnes kunnen echter waardevolle gegevens opleveren.


Betekenis voor het ecosysteem van de Middellandse Zee

De gemeenschappen van het lager circalitoraal zand spelen een belangrijke ecologische rol:

  • Voedselweb: Ze vormen een levensbasis voor talrijke op de bodem levende vissen, kreeftachtigen en inktvissen, die op hun beurt commercieel belangrijk zijn.
  • Sedimentstabiliteit: Kokervervaardigende polychaeten en tweekleppigen stabiliseren de bodem en beïnvloeden de nutriëntenkringloop.
  • Herstel en herkolonisatie: Ongestoorde zandvlakten dienen als reservoir voor de regeneratie van aangrenzende, sterker benutte zeegebieden.

Hun bescherming draagt zo indirect bij aan het behoud van visbestanden en aan de veerkracht van het hele mediterrane ecosysteem.


Wat kunnen natuurbescherming, beleid en burgers doen?

Juridisch kader: Ook zonder Habitatrichtlijnbescherming bestaan er instrumenten zoals de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM), die uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand van de zeewateren moest realiseren. Voor de Middellandse Zee kunnen samenwerkingsprogramma's zoals het Actieplan voor de Middellandse Zee (UNEP/MAP) zeereservaten aanwijzen die het habitat omvatten.

Visserijbeheer: Een ruimtelijke en temporele inperking van bodemsleepnetvisserij in diepten beneden 80 m zou de meest effectieve afzonderlijke maatregel zijn. Visserijuitsluitingszones (No-take-zones) kunnen de druk doen afnemen.

Burgerparticipatie: Directe ingrijpmogelijkheden bestaan bij een diepzeehabitat niet. Toch kunnen consumenten kiezen voor duurzaam gevangen vis uit de Middellandse Zee en zo de vraag naar zo zacht mogelijke vangstmethoden bevorderen. Bewustwording over de verborgen biodiversiteit in het zand kan bovendien de maatschappelijke steun voor zeebeschermingsovereenkomsten versterken.


Tuin- en gemeentelijke context: niet 1-op-1 in de tuin, maar wel in het bewustzijn

De omstandigheden van het lager circalitoraal zand – duisternis, diep water, specifieke sedimenten – zijn niet na te bootsen in een eigen tuin of op gemeentelijk groen. Zelfs grote aquaria bereiken niet de stabiliteit en omvang van dit habitat. Een directe tuinrelatie is er dus niet.

Gemeenten in het Middellandse Zeegebied kunnen evenwel indirect bijdragen aan ontlasting door:

  • maatregelen tegen zeeverontreiniging te steunen
  • bij visserijbeheer op lokaal niveau duurzame vangsttechnieken te bevorderen
  • in onderwijsinstellingen te informeren over het belang van ook de minder zichtbare zeebodems

Daarmee wordt het habitat symbolisch in de verantwoordelijkheid van alle mediterrane aanliggende staten opgenomen, ook al kan niemand een zeeveder in een bloembed aanplanten.


FAQ

1. Wat betekent de EUNIS-code MD55?
MD55 duidt de gemeenschappen van mediterraan lager circalitoraal zand aan – een marien zachtebodems-habitat tot 200 meter diepte waarin dierlijke soorten als polychaeten en tweekleppigen domineren.

2. Is dit habitat beschermd via de Habitatrichtlijn?
Nee, MD55 staat niet op Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Er zijn daarom geen wettelijke beschermingsverplichtingen of rapportageplichten volgens Artikel 17.

3. Waarom is het habitat als 'Vulnerable' (kwetsbaar) geclassificeerd?
De Europese Rode Lijst van habitats classificeert het als kwetsbaar, omdat het vooral door bodemsleepnetvisserij zwaar wordt aangetast en er geen uniforme kwaliteitsindicatoren bestaan. Concrete criteria worden in de brongegevens niet genoemd.

4. Welke karakteristieke soorten komen er voor?
Typerend zijn de zeeveder Pennatula phosphorea, de polychaet Aphrodite aculeata (zeemuis), tweekleppigen als Acanthocardia paucicostata en Pecten jacobeus, zeekomkommers (Oerstergrenia digitata, Holothuria forskali) en de zeester Anseropoda placenta.

5. Kan dit habitat in Nederland of andere noordelijke EU-landen voorkomen?
Nee. MD55 is beperkt tot de Middellandse Zee (biogeografische regio MED). In de Noordzee of Oostzee is er geen EUNIS-toewijzing van dit type, aangezien het een zuiver mediterraan fenomeen is.

Häufige Fragen

Wat betekent de EUNIS-code MD55?

MD55 duidt de gemeenschappen van mediterraan lager circalitoraal zand aan – een marien zachtebodems-habitat tot 200 meter diepte waarin dierlijke soorten als polychaeten en tweekleppigen domineren.

Is dit habitat beschermd via de Habitatrichtlijn?

Nee, MD55 staat niet op Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Er zijn daarom geen wettelijke beschermingsverplichtingen of rapportageplichten volgens Artikel 17.

Waarom is het habitat als 'Vulnerable' (kwetsbaar) geclassificeerd?

De Europese Rode Lijst van habitats classificeert het als kwetsbaar, omdat het vooral door bodemsleepnetvisserij zwaar wordt aangetast en er geen uniforme kwaliteitsindicatoren bestaan. Concrete criteria worden in de brongegevens niet genoemd.

Welke karakteristieke soorten komen er voor?

Typerend zijn de zeeveder Pennatula phosphorea, de polychaet Aphrodite aculeata (zeemuis), tweekleppigen als Acanthocardia paucicostata en Pecten jacobeus, zeekomkommers (Oerstergrenia digitata, Holothuria forskali) en de zeester Anseropoda placenta.

Kan dit habitat in Nederland of andere noordelijke EU-landen voorkomen?

Nee. MD55 is beperkt tot de Middellandse Zee (biogeografische regio MED). In de Noordzee of Oostzee is er geen EUNIS-toewijzing van dit type, aangezien het een zuiver mediterraan fenomeen is.

Quellen