Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MC128; MC223Europäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1170

Mosselbanken op matig bewogen Atlantische circalitorale rots – EUNIS MC128/MC223

Mosselbanken op matig bewogen Atlantische circalitorale rots (EUNIS MC128/MC223) vormen een marien habitat met een hoge biologische filtratiecapaciteit. Ze komen voor op rotsbodems op 10–70 m diepte en herbergen veel zeldzame ongewervelden en vissen. Volgens de Europese Rode Lijst is de bedreigingsstatus niet beoordeeld (Data Deficient).

Einordnung

Originalbezeichnung
Mussel beds on moderate energy Atlantic circalittoral rock
EUNIS
MC128; MC223
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1170 – Reefs

Het belangrijkste in het kort

  • Het biotooptype omvat mosselbanken en door ongewervelden gedomineerde rotsbodems op matig bewogen circalitorale rots.
  • EUNIS-codes: MC128 en MC223.
  • Voorkomend in het noordoostelijk Atlantisch gebied en het noordwestelijk Zwarte Zeegebied, voornamelijk op 10–70 m waterdiepte.
  • Dominantie van de blauwe mossel Mytilus galloprovincialis of andere benthische soorten zoals mosdiertjes, sponzen en zakpijpen.
  • Uitzonderlijk filtratievermogen: één vierkante meter filtert 31–170 m³ zeewater per dag.
  • Belangrijk opgroeigebied en voedselbron voor commercieel benutte vissoorten.
  • Europese Rode Lijst: Data Deficient (onvoldoende gegevens).
  • Habitatrichtlijn Bijlage I-code: 1170 (riffen).
  • De staat van instandhouding volgens Artikel 17 is niet in de brongegevens vermeld.
  • Kwaliteitsindicatoren voor Roemenië omvatten een mosselbiomassa ≥ 6 kg/m² en bedekkingsgraden.

Wat is het biotooptype – definitie en EUNIS-classificatie

Mosselbanken op matig bewogen Atlantische circalitorale rots zijn een marien habitat dat in de Europese biotoopclassificatie EUNIS onder de codes MC128 en MC223 wordt geregistreerd. Het behoort tot de groep van circalitorale harde substraten. Circalitoraal verwijst naar het deel van de zeebodem dat begint onder de zone van fotofiele planten – dus waar het licht niet meer volstaat voor macroscopische algen en zeegrassen – en reikt tot de grens van de rotsbodem, voordat sedimenten overheersen.

Het habitat wordt gekenmerkt door rotsen die blootstaan aan een matige stromingsenergie. De waterdiepte varieert naargelang de geografische ligging en de lichtinval. Op het noordwestelijk plat van de Zwarte Zee komen de bestanden doorgaans voor tussen 10–15 m en 30–70 m diepte. De bovengrens wordt bepaald door de ondergrens van de algenflora, de ondergrens door de diepte waarop nog rotsriffen aanwezig zijn.

Kenmerkend voor dit biotooptype is de dominantie van mosselen – met name de blauwe mossel Mytilus galloprovincialis. Daarnaast kunnen ook andere sessiele, dus vastzittende, ongewervelden de structuur bepalen, zoals mosdiertjes (Bryozoa), korstvormende sponzen, kolonies zakpijpen (Tunicaten) of hydroïdpoliepen.


Verspreiding en biogeografische regio's

Volgens de Europese Rode Lijst van habitats is het biotooptype toegewezen aan de biogeografische regio NEA (Noordoost-Atlantische Oceaan). De gedetailleerde beschrijving uit de EEA-dataset heeft echter betrekking op bestanden op het noordwestelijk Zwarte Zeeplat, een randgebied van de Atlantische Oceaan. Deze discrepantie komt doordat de EUNIS-code oorspronkelijk voor de Atlantische Oceaan is vastgesteld, maar de inventarisaties en indicatorwaarden afkomstig zijn uit de Zwarte Zee voor de Roemeense kust. Concrete landenlijsten of dekkende kaarten ontbreken in de voorliggende brongegevens; deze kunnen via de EUNIS-databank worden opgezocht.

Het habitat is afhankelijk van natuurlijke harde substraten – rotskusten, onderzeese riffen en steile wanden, die door matige stromingen worden omspoeld. Sedimentbodems horen er niet bij.


Ecologisch belang

Mosselbanken op circalitorale rotsen zijn een reservoir van biologische diversiteit en een hoogproductieve dienstverlener in zee.

Filtratie en zelfreiniging
Eén vierkante meter van een door Mytilus galloprovincialis bevolkt oppervlak kan tussen 31 en 170 m³ zeewater per dag filteren. De zogenaamde klaringssnelheid bedraagt 1,3–7,1 m³ per vierkante meter per uur. Deze filtratie draagt in belangrijke mate bij aan de zelfreiniging van het ecosysteem en verbindt benthische (bodemgebonden) en pelagische (openwater) processen – experts spreken van benthisch-pelagische koppeling.

Biomassa en productie
De biologische productie van dit habitat ligt doorgaans op 6 kg versgewicht per vierkante meter, maar kan onder gunstige omstandigheden oplopen tot meer dan 10 kg/m². Een hoge productie voedt complexe voedselwebben die tot ver buiten de rotsen doorwerken in andere habitats.

Opgroeigebied en toevluchtsoord voor vis
De dichte mosselbanken en bijbehorende ongewervelde bestanden fungeren als paai-, opgroei- en schuilplaats voor veel commercieel belangrijke vissoorten. Tegelijk bieden ze leefgebied aan zeldzame en beschermde ongewervelden die uitsluitend in dit habitat voorkomen.


Kenmerkende soorten

De soortensamenstelling varieert afhankelijk van de lokale omstandigheden en het subtype. De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste dominantievormen.

DominantietypeKenmerkende soorten / groepen
MosselbankMytilus galloprovincialis (blauwe mossel) – dikwijls bedekking ≥50 %
Korsten en tapijtenMosdiertjes (Bryozoa), korstsponzen (bijv. Dysidea sp.), koloniale zakpijpen (Botryllus schlosseri)
Verticale wanden / ruggenVertakte sponzen (Halichondria sp., Haliclona sp.), solitaire zakpijpen (Molgula manhattensis, Ascidiella aspersa, Ciona intestinalis)
Hydroïdpolieptapijten en -schermenSoms aanzienlijke bestanden van grotere hydroïdpoliepen zoals Obelia longissima

In de Roemeense kwaliteitsindicatoren worden uitdrukkelijk de toestand van de mosselen en de ongewervelde bestanden beoordeeld (zie volgende paragraaf).


Kwaliteitsindicatoren (voorbeeld Roemenië)

Voor de beoordeling van de gunstige staat van instandhouding heeft Roemenië concrete drempelwaarden vastgelegd. Ze dienen als richtsnoer voor een intact habitat.

IndicatorDrempelwaarde (Roemenië)
Bedekking Mytilus galloprovincialis (in het gedomineerde subtype)≥ 50 %
Bedekking van ongewervelde korsten, tapijten en schermen (in het gedomineerde subtype)≥ 80 %
Mediane schelplengte van Mytilus galloprovincialis≥ 50 mm
Levend biomassa van Mytilus galloprovincialis (waar dominant)≥ 6 kg/m²

Deze waarden gelden voor het subtype met dominante mosselen dat in de Zwarte Zee overheerst. Voor subtypen met andere ongewervelde dominanties (korsten en tapijten) geldt een bedekkingsgraad van ten minste 80 %.


Bedreiging en beschermingsstatus

Europese Rode Lijst van habitats

Het biotooptype is in de Europese Rode Lijst (EU28 en EU28+) beoordeeld met de categorie „Data Deficient” (onvoldoende gegevens). Dit betekent dat er op het moment van de evaluatie onvoldoende betrouwbare informatie beschikbaar was om een indeling in een bedreigingscategorie (bijv. „bedreigd”) te maken. Een uitsterfrisico kan dus niet worden bevestigd noch uitgesloten.

Habitatrichtlijn (Bijlage I)

Mosselbanken op matig bewogen Atlantische circalitorale rots vallen onder het Habitatrichtlijn-habitattype 1170 (riffen) van bijlage I. Riffen zijn in heel Europa strikt beschermde mariene habitats waarvoor de lidstaten beschermde gebieden moeten aanwijzen en een gunstige staat van instandhouding nastreven.

Staat van instandhouding volgens Artikel 17

In de beschikbare brongegevens is de actuele staat van instandhouding volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn niet vermeld. Dit wijst erop dat er voor dit specifieke biotooptype geen geaggregeerde EU-brede beoordeling voorligt of dat de gegevens in de nationale rapporten niet afzonderlijk zijn uitgesplitst.

Bedreigingen en herstel

Specifieke bedreigingsfactoren en herstelbenaderingen zijn niet gedocumenteerd in de gebruikte datasets. In het algemeen kunnen rotsbiotopen in het circalitoraal worden aangetast door bodemsleepnetvisserij, eutrofiëring, invasieve soorten en klimaatverandering. Omdat deze informatie echter geen onderdeel is van de brondataset, worden algemene uitspraken achterwege gelaten. Dit hiaat onderstreept de beoordelingsstatus „Data Deficient”.


Relevantie voor burgers, tuinen en gemeenten

Hoewel dit biotooptype een zuiver marien habitat is, kan een basiskennis van zijn filterfunctie het bewustzijn voor zeemilieubescherming vergroten. Vanuit de eigen tuin valt een dergelijk rotshabitat uiteraard niet rechtstreeks na te bootsen. Gemeenten kunnen echter indirect bijdragen aan de bescherming door nutriëntenbelasting vanuit rioolwaterzuiveringsinstallaties en landbouw te verminderen – een lage eutrofiëring stabiliseert namelijk het zelfreinigend vermogen van de mosselbanken en handhaaft hun functie voor visbestanden.


FAQ – Veelgestelde vragen

  1. Wat zijn mosselbanken op matig bewogen Atlantische circalitorale rots?
    Het gaat om een marien habitat op rotsen op ongeveer 10–70 m diepte, gedomineerd door de mossel Mytilus galloprovincialis of andere ongewervelde dieren. EUNIS-codes: MC128 en MC223.

  2. Welk Habitatrichtlijn-habitattype betreft dit biotoop?
    Het biotoop maakt deel uit van het Bijlage I-habitattype 1170 (riffen) en is daarmee in heel Europa beschermd.

  3. Welk ecologisch belang hebben deze mosselbanken?
    Eén vierkante meter filtert dagelijks 31–170 m³ zeewater, bindt nutriënten en produceert tot 10 kg biomassa per m². Ze dienen als opgroeigebied en voedselgebied voor veel commercieel benutte vissen.

  4. Wat is de bedreigingsstatus?
    In de Europese Rode Lijst van habitats is het type als „Data Deficient” geclassificeerd. Er zijn onvoldoende gegevens voor een bedreigingsbeoordeling.

  5. Waar komen deze mosselbanken in Europa voor?
    De biogeografische toewijzing vermeldt de Noordoost-Atlantische Oceaan. De gedetailleerde beschrijving en kwaliteitsindicatoren zijn afkomstig van het noordwestelijk Zwarte Zeeplat voor Roemenië. Exacte landenlijsten ontbreken in de brondataset.


Bronnen en verdere links

Häufige Fragen

Wat zijn mosselbanken op matig bewogen Atlantische circalitorale rots?

Het gaat om een marien habitat op rotsen op ongeveer 10–70 m diepte, gedomineerd door de mossel *Mytilus galloprovincialis* of andere ongewervelde dieren. EUNIS-codes: MC128 en MC223.

Welk Habitatrichtlijn-habitattype betreft dit biotoop?

Het biotoop maakt deel uit van het Habitatrichtlijn Bijlage I-habitattype 1170 (riffen) en is daarmee in heel Europa beschermd.

Welk ecologisch belang hebben deze mosselbanken?

Eén vierkante meter filtert dagelijks 31–170 m³ zeewater, bindt nutriënten en produceert tot 10 kg biomassa per m². Ze dienen als opgroeigebied en voedselgebied voor veel commercieel benutte vissen.

Wat is de bedreigingsstatus?

In de Europese Rode Lijst van habitats is het type als „Data Deficient” geclassificeerd. Er zijn onvoldoende gegevens voor een bedreigingsbeoordeling.

Waar komen deze mosselbanken in Europa voor?

De biogeografische toewijzing vermeldt de Noordoost-Atlantische Oceaan. De gedetailleerde beschrijving en kwaliteitsindicatoren zijn afkomstig van het noordwestelijk Zwarte Zeeplat voor Roemenië. Exacte landenlijsten ontbreken in de brondataset.

Quellen