Mosselbanken op Pontische circalittorale terrigenige slikbodems (MC241)
Mosselbanken op Pontische circalittorale terrigenige slikbodems (EUNIS-code MC241) zijn mariene habitats gedomineerd door de Middellandse Zeemossel (Mytilus galloprovincialis). Ze komen voor in beschutte estuaria, zeebaaien, open kusten en offshore gebieden van de Zwarte Zee en koloniseren typisch slibrijk gemengd sediment. De habitat geldt volgens de Europese Rode Lijst van habitats als 'bedreigd' (Endangered) en wordt toegewezen aan het FFH-Bijlage I-type 1170 (Riffen).
Einordnung
- Originalbezeichnung
- Mussel beds on Pontic circalittoral terrigenous muds
- EUNIS
- MC241
- EU-28
- Endangered
- EU-28+
- Endangered
- FFH-Anhang I
- 1170 – Reefs
Het belangrijkste in het kort
- EUNIS-code MC241: „Mussel beds on Pontic circalittoral terrigenous muds“ (Mosselbanken op Pontische circalittorale terrigenige slikbodems).
- Dominerende soort: Middellandse Zeemossel Mytilus galloprovincialis.
- Voorkomen: Uitsluitend in de biogeografische regio van de Zwarte Zee (BLS), in estuaria, zeebaaien, aan open kusten en offshore.
- Europese Rode Lijst (EU28 en EU28+): Endangered (bedreigd).
- FFH-Bijlage I: Toegewezen aan habitattype 1170 „Riffen“ (als subeenheid).
- Er bestaan geen uniform vastgestelde kwaliteitsindicatoren; locatiespecifieke referentiewaarden kunnen in Natura 2000-gebieden worden toegepast.
- Voor de Artikel-17-staat van instandhouding zijn in de voorliggende brongegevens geen gegevens beschikbaar.
Steekkaart in één oogopslag
| Kenmerk | Gegevens |
|---|---|
| EUNIS-code | MC241 |
| EUNIS-benaming | in de voorliggende brongegevens niet vermeld |
| Officiële habitatnaam | Mussel beds on Pontic circalittoral terrigenous muds |
| Europese Rode Lijst – Categorie | Endangered (bedreigd) |
| Geldigheidsbereik Rode Lijst | Europese Rode Lijst van habitats: EU28 en EU28+ |
| FFH-Bijlage-I-code | 1170 (Riffen) |
| FFH-Bijlage-I-benaming | Riffen (Reefs) |
| Artikel-17-staat van instandhouding | In de voorliggende brongegevens niet vermeld |
| Biogeografische regio's | Zwarte Zee (BLS) |
| Kenmerkende soorten | Mytilus galloprovincialis (Middellandse Zeemossel) |
| Landenlijst | In de voorliggende brongegevens niet vermeld |
EUNIS-classificatie en vakinhoudelijke duiding
De code MC241 behoort tot de EUNIS-habitattypologie, het Europees geharmoniseerde systeem voor de beschrijving van natuurlijke en halfnatuurlijke levensgemeenschappen. Het mariene habitattype wordt officieel aangeduid als Mussel beds on Pontic circalittoral terrigenous muds – in het Nederlands: Mosselbanken op Pontische circalittorale terrigenige slikbodems.
De term circalittoraal verwijst naar het onderste deel van het continentaal plat, gelegen onder de goed doorlichte zone maar nog boven de diepzee. Terrigenig betekent dat het sediment vanaf het land is aangevoerd en meestal fijnkorrelig en slibrijk is. Juist deze slibrijke, met mosselkluiten doorspekte zeebodem typeert het biotooptype.
De EUNIS-referentiegegevens plaatsen MC241 uitdrukkelijk als marien habitat (groep Marien). De dominerende en kenmerkende soort is de Middellandse Zeemossel (Mytilus galloprovincialis), die dichte banken vormt en zo de hele levensgemeenschap bepaalt.
Europese Rode Lijst: Categorie „Endangered“
De Europese Rode Lijst van habitats beoordeelt de staat van instandhouding van habitattypen op EU28-niveau en daarbuiten (EU28+). Voor MC241 luidt de classificatie Endangered (bedreigd).
Een notering op deze lijst betekent dat het habitattype in zijn voortbestaan wordt bedreigd en zonder passende beschermings- en instandhoudingsmaatregelen een hoog risico loopt op verdere achteruitgang of verdwijning. De exacte criteria (A–E) die tot deze classificatie hebben geleid, worden in de voorliggende brongegevens niet uitgesplitst. De classificatie is gebaseerd op de kennisstand van de EU-brede Rode-Lijstbeoordeling van 2022.
FFH-Bijlage I: Toewijzing aan de „Riffen“ (1170)
Habitat MC241 wordt vanuit natuurbeschermingsoogpunt toegewezen aan het Bijlage-I-habitattype 1170 – Riffen van de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG). De kruisverwijzing in de brongegevens draagt de toevoeging „<“, wat aangeeft dat MC241 een specifiekere, aan het algemene riftype ondergeschikte verschijningsvorm is. Concreet: mosselbanken van Mytilus galloprovincialis op slibbodems van de Zwarte Zee worden als bijzondere vorm van een rifhabitat beschouwd en vallen daarmee onder de beschermingsstatus van Bijlage I.
Riffen zijn volgens de definitie van de Habitatrichtlijn biogene of geogene harde substraten die in het mariene milieu een bijzondere soortenrijkdom bevorderen. Biogene riffen – zoals deze mosselbanken – ontstaan door schelpen en levende dieren die blijvend harde structuren op de zeebodem vormen. Daarom worden ze als beschermingswaardig habitattype aangemerkt.
Habitat en kenmerkende eigenschappen
Mosselbanken van dit type komen voor in een breed scala aan hydrologische situaties: van beschutte estuaria en zeebaaien over open kusten tot ver uit de kust gelegen, offshore mariene gebieden. De sleutel tot hun voorkomen ligt minder in de expositie dan in het sedimenttype: door de stabiliserende werking van de mosselen op het substraat zijn slibrijke gemengde sedimenten de typische ondergrond.
Het levende geraamte wordt gevormd door de Middellandse Zeemossel (Mytilus galloprovincialis). De mosselen hechten zich met byssusdraden aan elkaar en aan sedimentdeeltjes en creëren zo een driedimensionaal, op hard substraat gelijkend oppervlak op de anders zachte zeebodem. De banken kunnen zowel afzonderlijk als grootschalig voorkomen.
In en tussen de mosselkluiten leeft een diverse begeleidende fauna (epibiota en infauna). De brongegevens beschrijven dit algemeen: „A diverse range of epibiota and infauna often exists in these communities“, maar noemen geen concrete soorten buiten de sleutelmossel. Doorgaans omvat de dierlijke begeleidingsgemeenschap verschillende kreeftachtigen, slakken, borstelwormen en kleine vissen.
Kwaliteitsindicatoren voor deze habitat zijn niet Europees uniform vastgesteld. De gegevensbron vermeldt: „There are no commonly agreed indicators of quality for this habitat“. In concrete beschermde gebieden – bijvoorbeeld binnen Natura 2000 – kunnen echter locatiespecifieke referentiewaarden voor waterkwaliteit, bezettingsdichtheid van de mosselen of het voorkomen van verstoringsgevoelige soorten worden gehanteerd.
Verspreiding in Europa: Zwarte Zee
De biogeografische verspreiding is eenduidig beperkt tot de mariene regio van de Zwarte Zee (BLS). Andere Europese zeegebieden zoals de Oostzee, de Middellandse Zee of de Noordoost-Atlantische Oceaan worden in de brongegevens niet als verspreidingsgebied vermeld.
Omdat de landenlijst in de voorliggende gegevenstabel ontbreekt, kunnen geen concrete oeverstaten worden afgeleid, maar het voorkomen strekt zich waarschijnlijk uit langs de kusten van Bulgarije, Roemenië, Oekraïne, Rusland, Georgië en Turkije in het Zwarte Zeegebied. Deze landenspecifieke toewijzing maakt echter geen deel uit van de officiële classificatie en wordt hier niet als gegarandeerd vermeld.
Staat van instandhouding en bedreiging volgens Artikel 17
In tegenstelling tot de classificatie op de Europese Rode Lijst is voor dit habitattype geen Artikel-17-staat van instandhouding beschikbaar. De brongegevens bevatten geen resultaat uit de rapportageperiode 2013–2018 of latere cycli. Dat betekent: een officiële beoordeling op het niveau van de EU-lidstaten conform de Habitatrichtlijn Artikel 17 is niet uitgevoerd of niet in de gebruikte gegevens geharmoniseerd.
Het is mogelijk dat afzonderlijke lidstaten rifhabitat 1170 in hun nationale rapportages beschouwen, maar daarbij de bijzondere subeenheid MC241 niet afzonderlijk aangeven. Het ontbreken van gegevens mag niet als „gunstige staat“ worden geïnterpreteerd, maar wijst veeleer op een gegevenshiaat.
Ecologische betekenis en biodiversiteit
Mosselbanken zoals MC241 verhogen de structurele complexiteit op zachte bodems aanzienlijk en fungeren daardoor als biodiversiteitshotspots. Ze bieden hard substraat voor aangroeiorganismen (epibiota), terwijl de door de mosselen gevormde holtes en het omringende sediment door gravende en woelende soorten (infauna) worden bewoond.
Als biogene rifbouwers vervullen de mosselen bovendien belangrijke ecologische functies in het kust- en platzeemilieu:
- Sedimentstabilisatie: De banken voorkomen verplaatsing van fijne slibdeeltjes.
- Waterfiltratie: Mosselen filteren grote hoeveelheden water en onttrekken plankton en zwevende stoffen.
- Nutriëntencyclus: Ze geven opgeloste nutriënten vrij en bevorderen zo de productiviteit van benthische levensgemeenschappen.
Hoewel de gegevens geen soortenlijst noemen, is de habitattypische soortenrijkdom in vergelijkbare studies goed gedocumenteerd. De brongegevens bevestigen: „A diverse range of epibiota and infauna often exists in these communities.“
Betekenis voor gemeenten en tuinbezitters
Een rechtstreekse vertaling naar tuinen of gemeentelijk groen is bij dit volledig mariene habitat uitgesloten. Het biotooptype MC241 komt uitsluitend voor onder het wateroppervlak op natuurlijke, terrestrisch niet toegankelijke zeebodems van de Zwarte Zee.
Voor kustgemeenten en marien beleid is het habitat niettemin relevant: gemeenten langs de Zwarte Zee kunnen indirect worden beïnvloed wanneer kustbouwwerken, scheepvaart, boomkorvisserij of verontreinigende stoffen de mosselbanken voor hun kust aantasten. Omdat gemeenschappelijke kwaliteitsindicatoren ontbreken, zijn lokale beschermingsinspanningen in het bijzonder afhankelijk van locatiespecifieke inventarisaties.
De opname van het habitat in de Rode Lijst en de koppeling aan de FFH-rifbescherming onderstreept het belang voor de natuurbescherming – zonder dat hieruit directe inrichtingsadviezen voor de tuinbouw kunnen worden afgeleid.
FAQ
1. Wat zijn mosselbanken op Pontische circalittorale terrigenige slikbodems?
Het zijn mariene habitats in de Zwarte Zee die worden gedomineerd door de Middellandse Zeemossel (Mytilus galloprovincialis) en typisch voorkomen op slibrijke, van land aangevoerde sedimenten in het onderste platgebied (circalittoraal). EUNIS-code: MC241.
2. Welke soort bepaalt dit habitat?
Kenmerkende en tevens structuurbepalende soort is de Middellandse Zeemossel Mytilus galloprovincialis. Zij vormt dichte banken en maakt zo de vestiging van een soortenrijke begeleidingsfauna mogelijk.
3. Wat is de Rode-Lijstclassificatie?
De Europese Rode Lijst van habitats (EU28 en EU28+) voert het habitat als Endangered (bedreigd). Exacte classificatiecriteria zijn in de gebruikte dataset niet uitgesplitst.
4. Aan welk FFH-habitattype is MC241 toegewezen?
Het habitat wordt als bijzondere subeenheid toegewezen aan het Bijlage-I-type 1170 (Riffen). De koppeling geeft aan dat MC241 tot de riffen in de zin van de Habitatrichtlijn behoort.
5. In welke biogeografische regio komt dit habitat voor?
MC241 is uitsluitend vermeld voor de mariene biogeografische regio van de Zwarte Zee (BLS). Andere Europese zeegebieden worden in de brongegevens niet als verspreidingsgebied opgegeven.
Häufige Fragen
Wat zijn mosselbanken op Pontische circalittorale terrigenige slikbodems?
Het zijn mariene habitats in de Zwarte Zee die worden gedomineerd door de Middellandse Zeemossel (Mytilus galloprovincialis) en typisch voorkomen op slibrijke, van land aangevoerde sedimenten in het onderste platgebied. EUNIS-code: MC241.
Welke soort bepaalt dit habitat?
Kenmerkende soort is de Middellandse Zeemossel Mytilus galloprovincialis. Zij vormt dichte banken en creëert de structurele basis van het biotooptype.
Wat is de Rode-Lijstclassificatie?
De Europese Rode Lijst van habitats (EU28 en EU28+) classificeert het habitat als Endangered (bedreigd).
Aan welk FFH-habitattype is MC241 toegewezen?
Het is als subeenheid toegewezen aan het Bijlage-I-type 1170 (Riffen). De koppeling luidt <, d.w.z. MC241 vormt een specifiekere verschijningsvorm van het rifhabitat.
In welke biogeografische regio komt dit habitat voor?
MC241 is uitsluitend vermeld voor de mariene biogeografische regio van de Zwarte Zee (BLS).