Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: E1.1Europäische Rote Liste: VulnerableFFH-Anhang I: 6210

Perennial rocky grassland of the Italian Peninsula – Overblijvend rotsgrasland van de Apennijnen

Het overblijvend rotsgrasland van het Italiaanse schiereiland (EUNIS E1.1e) is een open, door grassen, kruiden en dwergstruiken gedomineerd droog grasland op ondiepe kalkbodems van de Apennijnen. Dit habitattype staat op de Europese Rode Lijst als ‘Vulnerable’ (kwetsbaar) en valt als bijzondere verschijningsvorm onder het FFH-habitattype 6210 (kalkdroge graslanden).

Einordnung

Originalbezeichnung
Perennial rocky grassland of the Italian Peninsula
EUNIS
E1.1 – Inland sand and rock with open vegetation
EU-28
Vulnerable
EU-28+
Vulnerable
FFH-Anhang I
6210 – Semi-natural dry grasslands and scrubland facies on calcareous substrates (Festuco-Brometalia) (* important orchid sites)

Het belangrijkste in het kort

  • EUNIS-code: E1.1 (Inland sand and rock with open vegetation), subeenheid E1.1e
  • Benaming: Perennial rocky grassland of the Italian Peninsula – overblijvend rotsgrasland van het Italiaanse schiereiland
  • Ligging: Endemisch op het Apennijns Schiereiland, van de noordelijke tot de zuidelijke Apennijnen, met inbegrip van vindplaatsen op Sicilië
  • Vegetatie: Open, kruidenrijke droge graslanden met dwergstruiken; overgang tussen gematigde droge graslanden en mediterrane garigues
  • Bodems: Ondiepe kalkverweringsbodems (Leptosolen) tussen rotsrichels
  • Rode Lijst EU: Vulnerable (kwetsbaar)
  • FFH-Annex I: 6210 – Halfnatuurlijke droge graslanden en struweelfacies op kalkhoudende substraten (Festuco-Brometalia) (* bijzondere bestanden met opmerkelijke orchideeën)
  • Staat van instandhouding (Art. 17): in de beschikbare brongegevens niet vermeld
  • Belangrijkste bedreigingen: stopzetting van extensieve begrazing, verbossing, bebossing (vooral met dennen)

Wat is het overblijvend rotsgrasland van het Italiaanse schiereiland?

Dit biotooptype is een open, overblijvend droog grasland met een karakteristieke mengeling van grassen, kruiden en lage struiken. Het groeit op rotsachtige, ondiepe kalkstandplaatsen in het binnenland van het Italiaanse schiereiland en vormt ecologisch gezien een overgang tussen de gematigde droge graslanden van Midden-Europa en de mediterrane garigues.

In de EUNIS-classificatie is het habitat ondergebracht bij de eenheid E1.1 (Inland sand and rock with open vegetation) en wordt het daar als subtype E1.1e gevoerd. De officiële Engelse benaming luidt Perennial rocky grassland of the Italian Peninsula.

Structuurbepalende kenmerken

  • Hemikryptofyten (overblijvende grassen en kruiden) overheersen, vooral op vlakkere hellingen met een dichtere vegetatie.
  • Dwergstruiken en andere chamefyten treden sterker op de voorgrond op steilere hellingen.
  • Therofyten (eenjarigen) en geofyten komen voor op verstoorde plekken, maar zijn geen bestandsvormend element.
  • Een opmerkelijk aandeel endemische plantensoorten kenmerkt dit biotoop.

Leefgebied: bodems, klimaat en verspreiding

Geologische en bodemkundige basis

Het rotsgrasland groeit op carbonaatgesteenten (vooral kalksteen), die ondiepe Leptosolen vormen. Afhankelijk van de verschijningsvorm gaat het om Lithic, Skeletic, Rendzic, Calcaric of Dolomitic Leptosols. De bodems komen vaak als eilanden tussen kale rotspartijen voor en zijn voedselarm en goed doorlatend.

Bijzonderheid: Een speciale vorm van dit leefgebied (vegetatieverbond Alyssion bertolonii) is gebonden aan serpentiniet- en ofiolithsubstraten met een neutrale tot alkalische pH en komt uitsluitend voor in Toscane, Ligurië en Piëmont.

Klimatologische indeling

De bestanden gedijen van het supramediterrane tot in het mesotemperate klimaatbereik, waarbij het zwaartepunt van de verspreiding in het mesotemperate en submediterrane gebied ligt. Hier valt de neerslag seizoensgebonden en zijn de zomers warm-droog, wat de ontwikkeling van deze ijle graslanden bevordert.

Verspreiding

Het voorkomen is endemisch voor het Italiaanse schiereiland. Het strekt zich uit over de hele Apennijnenketen – van de Ligurische en Toscaans-Emiliaanse Apennijnen in het noorden tot in Calabrië en de Monti Sicani op Sicilië. Buiten Italië komt dit biotooptype niet voor.

Aanvulling voor de thuis- of gemeenschapstuin: De extreme standplaatseisen (ondiepe rotskoppen, kalkbodems, begrazing) laten zich in een tuin of op gemeentegrond niet natuurgetrouw nabootsen. Enkele elementen – zoals het gebruik van inheemse soorten van droge graslanden op schraal, stenig substraat – kunnen op geschikte plekken wel een natuurlijke inspiratie vormen.

Kenmerkende soorten en biodiversiteit

De soortensamenstelling is uitzonderlijk rijk en omvat veel endemische soorten. De volgende tabel toont een selectie van kenmerkende vaatplanten:

LevensvormVoorbeelden van kenmerkende soortenEndemische / regionale bijzonderheid
GrassenBromus erectus, Festuca inops, Stipa austroitalicaStipa etrusca alleen in dit habitat
Overblijvende kruidenArtemisia alba, Centaurea triumfetti, Eryngium amethystinumCentaurea ambigua, Crepis lacera
DwergstruikenSatureja montana, Thymus vulgaris, Globularia meridionalisThymus striatus var. ophioliticus (serpentijn-subtype)
SerpentijnspecialistenAlyssum bertolonii, Minuartia laricifolia subsp. ofioliticaUitsluitend in het Alyssion bertolonii

De lijst van kenmerkende vaatplanten is lang; ertoe behoren onder andere: Alyssoides utriculata, Asphodeline lutea, Coronilla valentina, Dianthus garganicus, Euphorbia spinosa, Genista desoleana, Iris pseudopumila, Jurinea mollis, Osyris alba, Phlomis fruticosa, Ruta graveolens, Salvia officinalis, Teucrium polium en Trinia glauca.

De biodiversiteit is nauw verbonden met het langdurige open blijven en extensieve begrazing. Wanneer het gebruik stopt, vestigen zich houtige gewassen die de lichtbehoeftige kruiden verdringen.

Bedreiging en beschermingsstatus

Europese Rode Lijst van habitats

In de European Red List of Habitats (beoordeling EU28 en EU28+) is het overblijvend rotsgrasland van het Italiaanse schiereiland als Vulnerable (kwetsbaar) geclassificeerd. De bedreiging vloeit vooral voort uit het staken van de traditionele weidegang, de daaropvolgende verbossing en plaatselijke bebossing met dennen.

Habitatrichtlijn en Annex I

Dit biotooptype is als bijzondere verschijningsvorm ondergebracht bij het FFH-habitattype 6210Semi-natural dry grasslands and scrubland facies on calcareous substrates (Festuco-Brometalia). Het kwalificatieteken ‘<’ in de brongegevens betekent dat het om een deelverzameling van dit Annex I-type gaat. Bij aanwezigheid van belangrijke orchideeënpopulaties geldt het habitat zelfs als prioritair habitat (code 6210*).

Staat van instandhouding volgens Artikel 17

De actuele staat van instandhouding volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn is in de beschikbare brongegevens niet vermeld. Voor een beoordeling op nationaal niveau moeten de Italiaanse FFH-rapporten worden geraadpleegd.

Factoren voor een gunstige staat van instandhouding

De vakkundige beoordeling definieert verschillende indicatoren voor een goede habitatkwaliteit:

  • Langdurige openheid van de standplaats – geen noemenswaardige beschaduwing door houtgewassen
  • Geen vestiging van struiken en bomen – verbossing met een bedekking van minder dan 10 %
  • Extensieve begrazing door vee (schapen, geiten) als vervanging voor de vroegere begrazing door wilde dieren
  • Hoge biodiversiteit met veel kenmerkende planten
  • Aanwezigheid van zeldzame en endemische soorten
  • Afwezigheid van hoogopschietende, nitrofiele, ruderale en uitheemse soorten

Het systeem reageert bijzonder gevoelig op nutriënteninput uit aangrenzende landbouwgebieden of atmosferische depositie, omdat de natuurlijke bodems extreem voedselarm zijn.

Beheer en instandhouding van de rotsgraslanden

Het duurzaam behoud hangt in doorslaggevende mate af van de voortzetting of herinvoering van extensieve begrazing. Zonder begrazing verloopt de natuurlijke successie snel:

  • Eerst breiden dwergstruiken en graspollen zich uit.
  • Later vestigen zich doornige struiken en loofbomen (Quercus pubescens, Ostrya carpinifolia).
  • In het eindstadium ontwikkelen zich lichte donzige eikenbossen of steeneiken-mengbossen die het open land verdringen.

In sommige regio’s is het biotoop door dennenbebossing actief vernietigd. Passende herstelmaatregelen worden in de brongegevens niet nader beschreven, maar het is bekend dat het kappen van de aangeplante bestanden en het hernemen van de begrazing het habitatareaal kunnen herstellen.

Aanbevelingen voor bescherming (afgeleid van de kwaliteitsindicatoren):

  • Veiligstellen van de nog open gebieden met langlopende beweidingsovereenkomsten
  • Geen bemesting, geen scheuren of omzetten van de grond
  • Eventueel verwijderen van opslaande houtgewassen in verbossende bestanden
  • Bijzondere aandacht voor de serpentijnstandplaatsen met hun unieke soorteninventaris

Betekenis voor Europa

Het overblijvend rotsgrasland van het Italiaanse schiereiland is een uniek Europees leefgebied dat vanwege zijn geografische beperktheid en soortenrijkdom een grote beschermingsverantwoordelijkheid draagt. De nauwe binding met de traditionele nomadische veeteelt maakt het tot een voorbeeld van een cultuurlandschap met hoge natuurwaarde. Het levert bovendien een belangrijke bijdrage aan het behoud van de Europese diversiteit aan droge graslanden en herbergt soorten die wereldwijd alleen hier voorkomen.

Häufige Fragen

Wat is het overblijvend rotsgrasland van het Italiaanse schiereiland precies?

Het is een open, overblijvend droog grasland met hemikryptofyten en dwergstruiken op ondiepe kalkbodems. Het biotoop vormt een overgang tussen gematigde droge graslanden en mediterrane garigues en komt alleen op het Italiaanse schiereiland voor (EUNIS E1.1e).

Waarom is dit leefgebied Europees bedreigd?

De classificatie als ‘Vulnerable’ in de Europese Rode Lijst is gebaseerd op het staken van de traditionele begrazing, de daaruit voortvloeiende verbossing en plaatselijke vernietiging door dennenbebossing.

Welke bijzondere plantensoorten komen in de rotsgraslanden voor?

Kenmerkend zijn veel endemische soorten zoals *Alyssum bertolonii*, *Centaurea ambigua*, *Stipa etrusca* en op serpentijn *Thymus striatus var. ophioliticus*. Begeleidende soorten zijn onder andere *Artemisia alba*, *Satureja montana*, *Globularia meridionalis* en *Phlomis fruticosa*.

Hoe wordt dit habitattype behouden?

Het langdurig openhouden vereist extensieve begrazing met schapen of geiten. Bemesting, scheuren en bebossing moeten achterwege blijven. Bij verbossing moet voorzichtig houtgewas worden verwijderd.

Onder welk FFH-habitattype valt het rotsgrasland?

Het wordt als deelverzameling ondergebracht bij het FFH-habitattype 6210 (halfnatuurlijke kalkdroge graslanden en hun struweelstadia), bij orchideeënrijkdom prioritair (6210*). De staat van instandhouding volgens artikel 17 is in de beschikbare gegevens niet vermeld.

Quellen