Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MB642Europäische Rote Liste: Data DeficientFFH-Anhang I: 1160

Pontisch infralittoraal terrigeen slib (EUNIS MB642) – Habitat in de Zwarte Zee

Het Pontisch infralittoraal terrigeen slib (EUNIS MB642) is een marien habitat van de Zwarte Zee, bestaande uit modder en zandige modder in ondiep kustwater. Er worden twee subtypen onderscheiden: een door borstelwormen (polychaeten) gedomineerd subtype en een door mosselen gedomineerd subtype (deze laatste ontbreekt in de Zee van Marmara). Op de Europese Rode Lijst van habitats staat het als 'Data Deficient' (onvoldoende gegevens). Het habitat is gekoppeld aan Habitatrichtlijn Bijlage I-type 1160 (Grote ondiepe inhammen en baaien).

Einordnung

Originalbezeichnung
Pontic infralittoral terrigenous muds
EUNIS
MB642
EU-28
Data Deficient
EU-28+
Data Deficient
FFH-Anhang I
1160 – Large shallow inlets and bays

Pontisch infralittoraal terrigeen slib (EUNIS MB642)

In het kort

  • Habitattype: mariene, ondiepe slibbodems (terrigeen slib) in de Zwarte Zee.
  • EUNIS-code: MB642 – een geclassificeerd zeebodemhabitat volgens het European Nature Information System.
  • Rode Lijst: op Europees niveau beoordeeld als „Data Deficient“ (onvoldoende gegevens) – een bedreigingsinschatting is momenteel niet mogelijk.
  • Habitatrichtlijn: nauw verbonden met het Bijlage I-habitattype 1160 („Grote ondiepe inhammen en baaien“).
  • Karakteristieke soorten: onder andere de borstelwormen Melinna palmata, Heteromastus filiformis en Aricidea claudiae en de mosselen Mytilus galloprovincialis en Mytilaster lineatus.
  • Biogeografische regio: uitsluitend de mariene Zwarte Zeeregio (BLS).
  • Artikel-17-rapportage: in de gebruikte brongegevens is geen actuele staat van instandhouding opgenomen.

Deze feiten zijn gebaseerd op het datapakket van de Europese Rode Lijst van habitats 2022, aangevuld met gegevens van het Europees Milieuagentschap (EEA).


Wat is een Pontisch infralittoraal terrigeen slibgebied?

Het Pontisch infralittoraal terrigeen slibgebied is een zeebodemhabitat in de ondiepe kustzone (infralittoraal). De term „pontisch“ is afgeleid van de antieke naam van de Zwarte Zee – Pontus Euxinus – en onderstreept dat dit biotooptype uitsluitend in de Zwarte Zee en aangrenzende zeegebieden voorkomt. „Terrigeen“ betekent dat het sediment voornamelijk bestaat uit fijnkorrelige deeltjes die vanaf het land worden aangevoerd – in tegenstelling tot zuiver mariene, organogene afzettingen.

Kenmerkend zijn zachte bodems van slib (mud) en zandig slib (sandy mud) met een specifieke diergemeenschap. Er worden twee subeenheden onderscheiden:

  1. Door polychaeten gedomineerd terrigeen slib – de levensgemeenschap wordt bepaald door borstelwormen.
  2. Door mosselen gedomineerd terrigeen slib – hier overheersen mosselen van de geslachten Mytilus en Mytilaster. Dit subtype ontbreekt in de Zee van Marmara, maar komt in andere delen van de Zwarte Zee voor.

Als kwaliteitskenmerk dienen zowel biotische (bv. aanwezigheid van karakteristieke soorten) als abiotische parameters zoals waterkwaliteit en sedimentsamenstelling. Er bestaan geen uniforme, Europa-breed erkende kwaliteitsindicatoren voor dit habitat. In Natura 2000-gebieden kunnen echter locatiespecifieke referentiewaarden zijn vastgesteld.


EUNIS-classificatie: MB642

Het European Nature Information System (EUNIS) kent dit habitat de code MB642 toe. In de systematiek van mariene biotopen behoort het tot de groep van infralittorale sedimenten. De EUNIS-databank van de EEA voert dit type als onderdeel van de Zwarte Zee-biotopen en koppelt het aan de Rode-Lijst-eenheid A5.33 (projectcode BLSA5.33).

In de EUNIS-crosswalks is een „≈“-kwalificatie opgenomen. Dat betekent dat de indeling niet volledig overeenkomt, maar dat de EUNIS-code de best passende equivalent van het Rode-Lijst-type is.


Europese Rode Lijst van habitats: Data Deficient

In het kader van de Europese Rode Lijst van habitats (EU28 en EU28+) is het Pontisch infralittoraal terrigeen slib als „Data Deficient“ (DD) geclassificeerd. Deze categorie wordt toegekend wanneer de beschikbare informatie onvoldoende basis biedt voor een indeling in een van de bedreigingscategorieën (van LC tot CR).

De beoordeling vond plaats voor zowel de EU-28-landen als voor het uitgebreide gebied EU28+ (dat extra landen zoals Turkije of Oekraïne omvat). In beide gevallen werd de gegevenssituatie als ontoereikend beoordeeld. Dit betekent: er ontbreken grootschalige verspreidingsgegevens, trendanalyses of informatie over concrete bedreigingen om een betrouwbare Rode-Lijst-beoordeling te kunnen maken.


Habitatrichtlijn en Bijlage I: code 1160

Het habitat is via een crosswalk verbonden met het Habitatrichtlijn Bijlage I-type 1160 – Grote ondiepe inhammen en baaien (Large shallow inlets and bays). De kwalificatie van deze crosswalk is met „#“ gemarkeerd, wat in de databank een gedeeltelijke of specifieke overeenkomst aangeeft.

Concreet betekent dit: niet alle verschijningsvormen van habitattype 1160 komen overeen met het Pontisch infralittoraal terrigeen slib, en omgekeerd vertegenwoordigt dit biotooptype slechts een specifiek geval binnen het ruime Habitatrichtlijntype 1160. Toch is de koppeling relevant voor de wettelijke bescherming en de rapportage volgens de Habitatrichtlijn.


Staat van instandhouding volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn

In het kader van de Habitatrichtlijnrapportage conform artikel 17 worden voor Bijlage I-habitattypen staten van instandhouding op biogeografisch niveau gerapporteerd. Voor het hier behandelde biotooptype bevatten de voorliggende brongegevens geen informatie over de staat van instandhouding. Het datapakket van het Europees Milieuagentschap heeft deze waarde niet ingevuld, zodat geen uitspraak over „gunstig“ of „ongunstig“ kan worden gedaan.


Biogeografische verspreiding

De enige in de brongegevens vermelde biogeografische regio is BLS – Mariene Zwarte Zeeregio. Het gaat hier dus om een strikt begrensd endemisch habitat van de Zwarte Zee. Lijsten van landen zijn niet in de dataset opgenomen; de exacte verdeling langs de kuststaten wordt niet nader uitgesplitst. Voor concrete ruimtelijke planningen moeten daarom regionale studies en nationale karteringen worden geraadpleegd.


Karakteristieke soorten en ecologische betekenis

Als karakteristieke soorten voor het Pontisch infralittoraal terrigeen slibgebied worden in de officiële brongegevens de volgende ongewervelde dieren genoemd:

  • Melinna palmata – een kokerworm uit de familie Terebellidae
  • Heteromastus filiformis – een in het sediment gravende borstelworm (Capitellidae)
  • Aricidea claudiae – een kleine borstelworm van de familie Paraonidae
  • Mytilus galloprovincialis – de mediterrane mossel
  • Mytilaster lineatus – een kleine brakwatersmossel

Deze soorten vormen de biologische basisstructuur van de twee subtypen. In de door polychaeten gedomineerde variant treden vooral de eerstgenoemde wormen massaal op, terwijl in het door mosselen gedomineerde subtype de beide mosselsoorten bestandsvormend zijn. Zij dragen wezenlijk bij aan de stabilisatie van het sediment, de filtering van nutriënten en als voedselbasis voor vissen en vogels.

Let op: de hier genoemde soorten zijn karakteristiek en niet te beschouwen als officiële, wettelijk beschermde „typische soorten“ in de zin van Bijlage I. Deze laatste zijn in de databron niet apart aangeduid.


Kwaliteitsindicatoren en bescherming

Noch de Europese Rode Lijst, noch de EUNIS-databank definiëren eenvormige kwaliteitsindicatoren voor MB642. In de brondata wordt gesteld:

„There are no commonly agreed indicators of quality for this habitat, although particular parameters may have been set in certain situations e.g. protected features within Natura 2000 sites, where reference values have been determined and applied on a location-specific basis.“

Mogelijke indicatoren die ter plaatse kunnen worden gebruikt, omvatten:

  • de aanwezigheid van de karakteristieke soorten,
  • parameters voor waterkwaliteit (zuurstof, troebelheid, nutriëntengehalte),
  • trofische indices die de structuur en functie van het habitat weergeven.

Bedreigingen en herstelmaatregelen zijn in de voorliggende brongegevens niet geconcretiseerd. Algemeen bekende stressoren voor vergelijkbare mariene zachtebodems – zoals eutrofiëring, bodemsleepnetvisserij of kustverharding – kunnen niet automatisch op dit specifieke biotooptype worden overgedragen zolang geen gedocumenteerde bewijzen voorhanden zijn.


Betekenis voor de mens en mogelijke tuingerelateerdheid

Als puur marien, onderwaterhabitat is het Pontisch infralittoraal terrigeen slibgebied niet na te bootsen in tuinen of gemeenten. Het gaat om een natuurlijk zeebodemtype dat nauw verbonden is met de specifieke omstandigheden van de Zwarte Zee. De relatie met „grote ondiepe inhammen en baaien“ benadrukt het belang van natuurlijke kustecosystemen – deze kunnen via indirecte beschermingsmaatregelen op het land (vermindering van nutriëntenbelasting, aangepaste bebouwing) worden ondersteund.


Steekkaart: Pontisch infralittoraal terrigeen slib (MB642)

KenmerkGegeven
EUNIS-codeMB642
HabitatnaamPontic infralittoral terrigenous muds (Pontisch infralittoraal terrigeen slib)
Rode-Lijst-categorie EU28/28+Data Deficient (DD) – onvoldoende gegevens
Habitatrichtlijn Bijlage I-code1160 – „Large shallow inlets and bays“ (Grote ondiepe inhammen en baaien)
Habitatrichtlijn-crosswalk-kwalificatie„#“ (gedeeltelijke/specifieke overeenkomst)
Artikel-17-staat van instandhoudingniet aangegeven in de voorliggende brongegevens
Biogeografische regio(’s)Mariene Zwarte Zeeregio (BLS)
Subtypen1. Door polychaeten gedomineerd slib2. Door mosselen gedomineerd slib (ontbreekt in de Zee van Marmara)
Karakteristieke soortenMelinna palmataHeteromastus filiformisAricidea claudiaeMytilus galloprovincialisMytilaster lineatus
KwaliteitsindicatorenGeen Europees uniforme; evt. gebiedsspecifieke referentiewaarden in Natura 2000
Bedreigingenniet genoemd in de brongegevens
Hersteladviezenniet opgenomen in de brongegevens

FAQ

1. Wat zijn pontische infralittorale terrigene slikgebieden precies?

Het zijn mariene zeebodemhabitats bestaande uit modder en zandige modder in het ondiepe kustwater van de Zwarte Zee. De toevoeging „pontisch“ verwijst naar de Zwarte Zee, „terrigeen“ naar de door het land aangevoerde oorsprong van het sediment. Twee subtypen worden onderscheiden naar de dominerende diergroep (borstelwormen respectievelijk mosselen).

2. Welke soorten bepalen dit habitat?

Kenmerkend zijn onder andere de borstelwormen Melinna palmata, Heteromastus filiformis en Aricidea claudiae en de mosselen Mytilus galloprovincialis en Mytilaster lineatus. In het door polychaeten gedomineerde subtype overheersen de wormen, in het andere de mosselen.

3. Onder welk Habitatrichtlijntype valt dit biotoop?

Het Pontisch infralittoraal terrigeen slib is gekoppeld aan het Bijlage I-type 1160 (Grote ondiepe inhammen en baaien). De koppeling is met „#“ gemarkeerd, het betreft dus een specifieke, niet volledig dekkende overeenkomst.

4. Waarom geldt het habitat als „Data Deficient“?

De Europese Rode Lijst van habitats classificeert het als onvoldoende gegevens (DD). Er zijn te weinig gegevens over verspreiding, trends en concrete bedreigingen om een betrouwbare bedreigingscategorie vast te stellen.

5. In welke biogeografische regio komt het voor?

Volgens de brongegevens alleen in de mariene Zwarte Zeeregio (BLS). Gegevens over afzonderlijke landen zijn niet in de gebruikte dataset opgenomen.


Bronnen

Alle gegevens zijn afkomstig uit het door de EEA bewerkte datapakket van de Europese Rode Lijst van habitats 2022 en de gelinkte officiële EUNIS- en Habitatrichtlijndatabases. Ontbreken gegevens in de brongegevens, dan is dit in de tekst vermeld.

Häufige Fragen

Wat zijn pontische infralittorale terrigene slikgebieden precies?

Het zijn mariene zeebodemhabitats bestaande uit modder en zandige modder in het ondiepe kustwater van de Zwarte Zee. De toevoeging „pontisch“ verwijst naar de Zwarte Zee, „terrigeen“ naar de door het land aangevoerde oorsprong van het sediment. Twee subtypen worden onderscheiden naar de dominerende diergroep (borstelwormen respectievelijk mosselen).

Welke soorten bepalen dit habitat?

Kenmerkend zijn onder andere de borstelwormen Melinna palmata, Heteromastus filiformis en Aricidea claudiae en de mosselen Mytilus galloprovincialis en Mytilaster lineatus. In het door polychaeten gedomineerde subtype overheersen de wormen, in het andere de mosselen.

Onder welk Habitatrichtlijntype valt dit biotoop?

Het Pontisch infralittoraal terrigeen slib is gekoppeld aan het Bijlage I-type 1160 (Grote ondiepe inhammen en baaien). De koppeling is met „#“ gemarkeerd, het betreft dus een specifieke, niet volledig dekkende overeenkomst.

Waarom geldt het habitat als „Data Deficient“?

De Europese Rode Lijst van habitats classificeert het als onvoldoende gegevens (DD). Er zijn te weinig gegevens over verspreiding, trends en concrete bedreigingen om een betrouwbare bedreigingscategorie vast te stellen.

In welke biogeografische regio komt het voor?

Volgens de brongegevens alleen in de mariene Zwarte Zeeregio (BLS). Gegevens over afzonderlijke landen zijn niet in de gebruikte dataset opgenomen.

Quellen