Naar hoofdinhoud springen
EUNIS: MA522; MA623Europäische Rote Liste: Near ThreatenedFFH-Anhang I: 1140; 1160

Zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten – biotooptype EUNIS MA522/MA623

Zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten (EUNIS-codes MA522 en MA623) zijn een Europees biotooptype van zeekusten, gevormd door ondergedoken bloeiende planten. De Europese Rode Lijst van biotopen classificeert het als 'Near Threatened' (gevoelig). Het biotooptype valt binnen de Habitatrichtlijn onder de bijlage I-habitats 1140 (slik- en zandplaten) en 1160 (grote ondiepe baaien en inhammen) en komt voor in de biogeografische regio Noordoost-Atlantische Oceaan (NEA).

Einordnung

Originalbezeichnung
Seagrass beds on Atlantic littoral sediments
EUNIS
MA522; MA623
EU-28
Near Threatened
EU-28+
Near Threatened
FFH-Anhang I
1140; 1160 – Mudflats and sandflats not covered by sea water at low tide; Large shallow inlets and bays

Het belangrijkste in het kort

Zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten zijn een marien biotooptype waarvan de bestanden in Europa als potentieel bedreigd worden beschouwd. In de EUNIS-classificatie worden ze onder de codes MA522 en MA623 gevoerd. De Europese Rode Lijst van biotopen (2022) beoordeelt het habitattype voor de EU28 en EU28+ als 'Near Threatened' (NT, gevoelig).

Deze levensgemeenschappen zijn via de Habitatrichtlijn gekoppeld aan de bijlage I-codes 1140 ('Slik- en zandplaten die bij eb niet onder water staan') en 1160 ('Grote ondiepe baaien en inhammen'), omdat ze vaak deel uitmaken van deze beschermde kustecosystemen. Een eigen staat van instandhouding volgens Artikel 17 van de Habitatrichtlijn wordt in de gebruikte brongegevens niet vermeld. De biogeografische verspreiding concentreert zich op de mariene regio Noordoost-Atlantische Oceaan (NEA).


Wat zijn zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten?

Het biotooptype omvat door zeegras gedomineerde bestanden op sedimentbodems van de getijdenzone en het ondiepe sublitoraal van de gematigde Atlantische kust. Anders dan algen zijn zeegrassen echte bloeiende planten die volledig onder water leven, wortels vormen en via hun bladeren aan fotosynthese doen. Ze vormen dichte, weideachtige structuren die zeegrasweiden worden genoemd.

In het litoraal – het kustgebied tussen laag- en hoogwater – groeien zeegrassen op zand- en slikbodems die bij eb deels droog kunnen vallen. Ze zijn aangepast aan de dynamische omstandigheden van de getijdenzone. Deze weiden behoren tot de productiefste ecosystemen op aarde en leveren tal van diensten:

  • Ze slaan grote hoeveelheden koolstof op ('blauwe koolstof').
  • Ze stabiliseren sediment en beschermen de kust tegen erosie.
  • Ze bieden paaigebieden, opgroeigebieden en voedselgronden voor veel vissoorten, krabben en vogels.
  • Ze verbeteren de waterkwaliteit door nutriëntenopname en deeltjesfiltratie.

In Europa komen in de Atlantische litoraalsedimenten vooral twee soorten voor: het Groot zeegras (Zostera marina) en het Klein zeegras (Zostera noltei). Klein zeegras groeit vaak in de hogere getijdenzones, terwijl Zostera marina het sublitoraal tot op enkele meters diepte koloniseert. Beide soorten vormen de naamgevende weiden van dit biotooptype.


EUNIS-typologie: MA522 en MA623

Het Europees natuurinformatiesysteem EUNIS (European Nature Information System) plaatst het biotooptype in de hiërarchie van de mariene habitats. De dubbele codering MA522 en MA623 weerspiegelt twee subeenheden of invalshoeken die in deze Rode-Lijstbeoordeling zijn samengevoegd.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de classificatie en haar kenmerken.

EUNIS-codeNaam / toewijzingOmschrijving
MA522Seagrass beds on Atlantic littoral sedimentsDoor zeegras gedomineerde bestanden op litoraalsedimenten van de Atlantische kustregio. Meestal in de getijdenzone of het ondiepe sublitoraal.
MA623Seagrass beds on Atlantic littoral sedimentsParallelcode met afwijkende hiërarchie, eveneens hetzelfde ecologische type beschrijvend. Wordt in het kader van de Rode Lijst samen met MA522 beoordeeld.

Deze symbolen en toewijzingen komen uit de EUNIS-habitatsbrowser en de uitgebreide Rode-Lijstdataset van het Europees Milieuagentschap (EEA, 2022). De totale beoordeling in de Rode Lijst heeft betrekking op de eenheid A2.61 (code van de Rode Lijst), die beide EUNIS-typen omvat.


Europese Rode Lijst: Near Threatened (gevoelig)

De Europese Rode Lijst van biotopen beoordeelt dit habitattype in alle beschouwde gebieden – EU28 zowel als EU28+ – als 'Near Threatened' (NT). Dat betekent dat de bestanden nog niet onmiddellijk als bedreigd gelden, maar binnen afzienbare tijd in een bedreigingscategorie kunnen belanden als de belastingsfactoren niet verbeteren.

De statusbepaling vond plaats in het kader van het project voor de Rode Lijst van biotopen, dat door het Europees Milieuagentschap werd gecoördineerd. Beoordelingsgrondslag zijn kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen in oppervlakte, structuur en functie van het habitat, alsook de belangrijkste bedreigingen. Omdat de brongegevens voor deze opname geen gedetailleerde bedreigingsfactoren opsplitsen, zijn de precieze criteria van de Rode Lijst niet gespecificeerd. De totaalbeoordeling is Near Threatened (NT) voor zowel het EU28-gebied als de uitgebreide regio EU28+.


Betekenis in het Europese natuurbeschermingsrecht: Habitatrichtlijn bijlage I

Zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten hebben een indirecte binding met de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Het biotooptype is zelf geen afzonderlijk bijlage I-habitat, maar komt regelmatig voor als kenmerkend onderdeel van de volgende twee habitattypen:

  • 1140 – Slik- en zandplaten die bij eb niet onder water staan (Mudflats and sandflats not covered by sea water at low tide)
  • 1160 – Grote ondiepe baaien en inhammen (Large shallow inlets and bays)

In de voorliggende brongegevens zijn deze crosswalks met een '#'-symbool als koppeling gemarkeerd, wat vaak op een overlapping of structurele verwantschap wijst. Zeegrasweiden die binnen deze FFH-habitats liggen, delen in de beschermings- en rapportageverplichtingen van de richtlijn.

Een eigen staat van instandhouding volgens Artikel 17 (rapportage door de lidstaten over de toestand van beschermde soorten en habitats) is voor dit biotooptype in de gebruikte bronnen niet afzonderlijk vermeld. De toestandbeoordeling gebeurt dus indirect via de overkoepelende FFH-habitats 1140 en 1160. Europese lidstaten met overeenkomstige voorkomen worden wegens het ontbreken van landenlijsten in de Rode-Lijstgegevens niet concreet benoemd.


Voorkomen en biogeografische regio’s

Volgens de geaggregeerde Rode-Lijstgegevens is de biogeografische regio Noordoost-Atlantische Oceaan (NEA) de enige vermelde regio voor dit biotooptype. Het mariene biogeografische systeem van de EU deelt de zeegebieden in de regio’s Atlantische Oceaan, Oostzee, Zwarte Zee en Middellandse Zee. NEA staat daarbij voor de Noordoost-Atlantische Oceaan, die de kustwateren van het Kanaal tot aan het Iberisch Schiereiland omvat, alsook de wateren rond Ierland en Groot-Brittannië.

Concrete landen of locaties worden in de gebruikte brongegevens niet genoemd. Het is evenwel bekend dat uitgestrekte zeegrasweiden aan de Franse Atlantische kust, in de Noordzee (Waddenzee) en aan de westkust van de Britse Eilanden voorkomen. Precieze nationale arealen en oppervlaktecijfers zijn op basis van de onderhavige gegevens niet beschikbaar.


Typische soortenrijkdom

Hoewel de samengevatte Rode-Lijstgegevens geen lijst van typische soorten bevatten, worden zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten gekenmerkt door een karakteristieke levensgemeenschap. De structuurbepalende planten zijn zeegrassoorten van het geslacht Zostera. Regelmatig treden op:

  • Groot zeegras (Zostera marina) – groeit in het sublitoraal en kan dichte onderwaterweiden vormen.
  • Klein zeegras (Zostera noltei) – koloniseert het hogere litoraal en is aangepast aan regelmatig droogvallen.

De door de planten gevormde driedimensionale structuur biedt habitat aan tal van diersoorten. Tot de karakteristieke begeleidende fauna behoren:

  • Jonge vis van haring, kabeljauw en platvissen
  • Zeenaalden en zeepaardjes
  • Krabben en garnalen
  • Slakken en schelpdieren
  • Ringwormen en zeekomkommers

Daarnaast vormen zeegrasweiden de voedselbasis voor rotganzen en andere watervogels, die bij eb op de wadplaten de wortelstokken en bladeren eten. Ook voor beschermde soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn – zoals de Europese platte oester of trekkende vissoorten – zijn deze weiden essentieel. Een volledige soortenlijst is voor dit biotooptype echter niet in de brongegevens opgenomen.


Bedreigingen en risico’s

De in de Rode Lijst niet nader gespecificeerde bedreigingen kunnen uit de algemene ecologische kennis worden aangevuld. In de brongegevens ontbreken concrete threat-codes. Wereldwijd worden zeegrasweiden door tal van menselijke activiteiten bedreigd. Voor het Atlantische litoraaltype kunnen de volgende factoren als typische belasting worden beschouwd:

  • Eutrofiëring: overmatige nutriëntenaanvoer uit landbouw en nederzettingen leidt tot algenbloei en vertroebeling, die het lichtaanbod voor de zeegrassen verminderen en de bestanden verzwakken.
  • Mechanische vernietiging: krabkotters, bodemsleepnetten, ankerplaatsen en intensieve wadvisserij kunnen de sedimenten doorklieven en de wortels van de planten beschadigen.
  • Kustontwikkeling: landaanwinning, havenaanleg, kustbeschermingswerken en zandwinning beïnvloeden de hydrodynamica en het sedimenttransport en kunnen groeiplaatsen rechtstreeks vernietigen.
  • Klimaatverandering: hogere watertemperaturen, frequentere stormen en zeespiegelstijging zetten de bestanden onder druk en kunnen de verspreidingsgrenzen verschuiven.
  • Invasieve soorten: concurrentie door invasieve macroalgen of ziekteverwekkers (bijv. de slijmschimmel Labyrinthula zosterae, die de zeegraspest van de jaren dertig veroorzaakte) kan tot populatie-instortingen leiden.

De statusbepaling als 'Near Threatened' weerspiegelt dat deze belastingen samen weliswaar nog niet tot acute bedreiging hebben geleid, maar aanzienlijke druk uitoefenen en een verslechtering in de nabije toekomst waarschijnlijk is als er geen tegenmaatregelen worden genomen.


Bescherming en herstel

Concrete herstelnotities of -maatregelen zijn in de gebruikte EEA-gegevens niet opgenomen. Op Europees niveau zijn zeegrasweiden door de indirecte indeling in de FFH-habitats 1140 en 1160 echter onderdeel van de Natura 2000-beschermingsnetwerken. Veel voorkomen liggen in zee- en kustbeschermingsgebieden die gebruiksbeperkingen kennen.

De EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 en de Europese Natuurherstelwet stellen ambitieuze doelen voor het herstel van mariene ecosystemen – waaronder ook zeegrasweiden. Benaderingen voor actieve restauratie omvatten:

  • Vermindering van nutriëntenemissies via verbeterde zuiveringstechniek en duurzame landbouw
  • Aanwijzing van ankerverbodszones en visserijbeperkingen boven zeegrasweiden
  • Herintroductie door uitplanten van zeegraszaden of plantgoed
  • Ontwikkeling van karteringsmethoden voor bestandopname

Successen werden de afgelopen jaren onder meer geboekt in delen van de Waddenzee en aan de Amerikaanse oostkust, waar herstelprojecten tot een toename van het zeegrasareaal leidden. Voor de Europese context ontbreken echter eenduidige monitoringgegevens en gebiedsdekkende restauratierapporten die de onderhavige bronbasis overstijgen.


FAQ – Veelgestelde vragen over zeegrasweiden op Atlantische litoraalsedimenten

  1. Wat betekent het biotooptype EUNIS MA522/MA623? Het gaat om het door zeegras gedomineerde habitat op getijden- en ondiepewaterbodems van de Europese Atlantische kust, dat in de EUNIS-classificatie onder twee codes wordt gevoerd.

  2. Hoe is het biotooptype op de Rode Lijst ingeschaald? De Europese Rode Lijst van biotopen (2022) classificeert het als 'Near Threatened' (NT, gevoelig) – zowel voor de EU28 als voor EU28+.

  3. Valt het biotooptype onder bescherming van de Habitatrichtlijn? Ja, het wordt via de bijlage I-habitats 1140 (slik- en zandplaten) en 1160 (grote ondiepe baaien en inhammen) indirect beschermd. Een eigen staat van instandhouding is in de voorliggende bronnen niet vermeld.

  4. Welke zeegrassoorten komen in deze weiden voor? Voornamelijk het groot zeegras (Zostera marina) en het klein zeegras (Zostera noltei). De exacte typische soorten zijn in de gebruikte brongegevens niet opgesomd.

  5. Waarom zijn deze zeegrasweiden bedreigd? De beoordeling als Near Threatened berust op aanhoudende belastingen zoals nutriëntenaanvoer, mechanische vernietiging door visserij en kustontwikkeling en klimaatverandering, ook al zijn de specifieke bedreigingen in de brongegevens niet gedetailleerd.


Bronnen

Häufige Fragen

Wat betekent het biotooptype EUNIS MA522/MA623?

Het gaat om het door zeegras gedomineerde habitat op getijden- en ondiepewaterbodems van de Europese Atlantische kust, dat in de EUNIS-classificatie onder twee codes wordt gevoerd.

Hoe is het biotooptype op de Rode Lijst ingeschaald?

De Europese Rode Lijst van biotopen (2022) classificeert het als 'Near Threatened' (NT, gevoelig) – zowel voor de EU28 als voor EU28+.

Valt het biotooptype onder bescherming van de Habitatrichtlijn?

Ja, het wordt via de bijlage I-habitats 1140 (slik- en zandplaten) en 1160 (grote ondiepe baaien en inhammen) indirect beschermd. Een eigen staat van instandhouding is in de voorliggende bronnen niet vermeld.

Welke zeegrassoorten komen in deze weiden voor?

Voornamelijk het groot zeegras (Zostera marina) en het klein zeegras (Zostera noltei). De exacte typische soorten zijn in de gebruikte brongegevens niet opgesomd.

Waarom zijn deze zeegrasweiden bedreigd?

De beoordeling als Near Threatened berust op aanhoudende belastingen zoals nutriëntenaanvoer, mechanische vernietiging door visserij en kustontwikkeling en klimaatverandering, ook al zijn de specifieke bedreigingen in de brongegevens niet gedetailleerd.

Quellen