Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAgrostis hyemalis
Agrostis hyemalis kenmerkt zich door de ragfijne, wolkachtige bloeiwijzen die in de wind bewegen. Als lid van de grassenfamilie (Poaceae) voegt deze plant een luchtig element toe aan de beplanting. De soort bereikt een hoogte van 0,69 m en fungeert als structuurplant in de kruidlaag. De zaden zijn aangepast aan verspreiding door de wind.
Luchtig structuurgras: met een hoogte van 0,69 m een elegant accent in de beplanting.
De zaden van 0,0489 mg worden door de wind verspreid, wat kolonisatie van open bodemoppervlakken mogelijk maakt. In de winter bieden de halmen beschutting aan kleine organismen in de kruidlaag. Na het snoeien in het voorjaar dragen de afgestorven halmen bij aan de natuurlijke humusopbouw. Vogels gebruiken de droge halmen soms als nestmateriaal.
Agrostis hyemalis is niet kindvriendelijk. De bladranden kunnen scherp zijn en bij aanraking oppervlakkige snijwonden veroorzaken. Plaats de plant niet direct langs paden of speelplekken waar kinderen op blote voeten lopen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.695 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Planttijd: maart tot mei of september tot november.
Standplaats: zonnig met een goed doorlatende bodem om wateroverlast te voorkomen.
Plantafstand: circa 30 cm om de pollen de ruimte te geven.
Bodemvoorbereiding: bij zware grond zand toevoegen om de bodem te verschralen.
Onderhoud: niet verhoutend, dus geen snoei tijdens het groeiseizoen nodig.
Snoei: oude halmen in het vroege voorjaar voor de nieuwe uitloop tot aan de grond afknippen.
Verspreiding: de plant zaait zich vaak zelf uit op geschikte plekken.
Combinatie: Dianthus deltoides deelt de voorkeur voor schrale, zandige bodems.
Agrostis hyemalis behoort tot de familie Poaceae binnen de orde Poales. Het is een polvormend, niet-verhoutend gras met een hoogte van 0,69 m. De bladeren hebben een oppervlakte van circa 79,06 mm². De vermeerdering vindt plaats via lichte zaden (diasporen) van 0,0489 mg, die zijn aangepast aan anemochorie (windverspreiding). De soort komt voor op open, vaak zandige standplaatsen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →