Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAlnus incana subsp. incana
Alnus incana subsp. incana is herkenbaar aan de gladde, zilvergrijze schors en de aan de onderzijde witviltige bladeren. Als robuuste pioniersoort is deze boom geschikt voor uitdagende locaties. De soort vormt een ectomycorrhiza, een symbiose tussen schimmels en wortels, die bijdraagt aan de koudebestendigheid. Door de snelle groei biedt de boom structuur en draagt bij aan de bodemverbetering.
Robuuste bodemverbeteraar met markante zilvergrijze schors.
Alnus incana subsp. incana speelt een rol in de nutriëntencyclus. De lichte zaden (circa 0,6 milligram) worden effectief door de wind verspreid. Door de vorming van een ectomycorrhiza verbetert de boom de bodemkwaliteit en stimuleert het microbiële leven. De houtige kegels bieden in de wintermaanden beschutting en structuur voor de fauna. Als pioniersoort bereidt de boom de bodem voor op meer veeleisende soorten.
Alnus incana subsp. incana wordt als niet kindvriendelijk geclassificeerd. Hoewel er geen ernstige toxiciteit bekend is, mogen kinderen geen plantendelen consumeren. Bij twijfel of na accidentele inname dient contact te worden opgenomen met het antigifcentrum.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Mär – Apr
Bioregio
Continental
Groeivorm
Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
9.535 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een plek in de halfschaduw (Ellenberg Licht 6) met voldoende groeiruimte.
Bodem: De bodem dient vers tot matig vochtig te zijn (Ellenberg Vochtigheid 6).
Bodemgesteldheid: Een kalkhoudende bodem (basisch, Ellenberg Reactie 7) met een gemiddeld nutriëntengehalte is ideaal.
Planttijd: Jonge bomen kunnen het beste in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november) voor de eerste vorst worden geplant.
Onderhoud: Snoeien is bij voldoende ruimte niet noodzakelijk; de boom is zeer goed bestand tegen snoei.
Veiligheid: De plant wordt als niet kindvriendelijk geclassificeerd; consumptie van plantendelen dient te worden vermeden.
Goede partner: Viburnum lantana, die eveneens de voorkeur geeft aan kalkhoudende bodems en een geschikte aanvulling vormt in een natuurlijke haag.
Alnus incana subsp. incana behoort tot de familie van de berkenfamilie (Betulaceae) en is wijdverspreid in Centraal-Europa. In de natuur komt de soort voor in de Alpen en langs beeklopen op kalkhoudende (basische) bodems. Het is een breedbladige, houtige boom met ovale, toegespitste bladeren. In tegenstelling tot Alnus glutinosa is de bladtop niet ingedeukt. De soort is inheems en heeft in Duitsland geen bedreigde status.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →