Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAlthaea cannabina
Althaea cannabina valt op door de karakteristieke, diep ingesneden bladeren die aan hennep doen denken. De plant produceert tere, lichtroze malvabloemen aan filigrane stengels die tot twee meter hoog kunnen worden. Vanwege de veiligheidsclassificatie is een standplaats buiten het bereik van kleine kinderen aanbevolen. De soort fungeert als structuurplant en biedt in de nazomer een belangrijke nectarbron.
Een elegante, droogteresistente inheemse malve voor zonnige tuinen.
Als inheemse soort in Oostenrijk draagt Althaea cannabina bij aan de regionale biodiversiteit door ecologische niches op warme, droge locaties te benutten. De bloemen fungeren als nectarplant en pollenbron in een periode waarin het aanbod voor bestuivers afneemt. In de winter bieden de uitgebloeide zaadstanden structuur voor de fauna. De plant is hittebestendig en draagt bij aan de ecologische stabiliteit, terwijl de vegetatie dient als schuilplaats voor kleine dieren tijdens droge zomermaanden.
Althaea cannabina is niet geclassificeerd als kinderveilig. In tuinen waar kleine kinderen spelen, is voorzichtigheid geboden of dient een ontoegankelijke locatie te worden gekozen. Vanwege de karakteristieke bladvorm is verwarring met giftige soorten onwaarschijnlijk.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.828 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Althaea cannabina vereist een volledig zonnige standplaats voor een optimale stabiliteit. De bodem dient goed doorlatend en schraal te zijn; wateroverlast in de wortelzone moet worden vermeden. Aanplant is mogelijk van maart tot mei of van september tot november, mits de bodem bewerkbaar is. Eenmaal gevestigd is de plant zeer droogteresistent. In de late winter kunnen de verdroogde stengels tot aan de grond worden teruggesnoeid. Vermeerdering vindt plaats via zaad of door voorzichtige deling van de wortelstok in het voorjaar. Geschikte begeleidende soorten zijn Achillea millefolium en Salvia pratensis, die vergelijkbare eisen stellen aan de standplaats.
Althaea cannabina behoort tot de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Het verspreidingsgebied ligt primair in het Middellandse Zeegebied en Zuidoost-Europa, met Oostenrijk als noordelijke verspreidingsgrens. De plant groeit van nature op zonnige taluds en xerotherme graslanden (droge, warme schrale grasmat). Deze vaste plant kenmerkt zich door een strak opgaande groeiwijze met een smal en elegant silhouet.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →