Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAmaranthus albus
Amaranthus albus valt op door de lichtgekleurde, bijna witachtige stengels en de bossige, vaak kogelronde groeivorm. Als pioniersoort koloniseert deze plant open bodemoppervlakken. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika en is inmiddels ingeburgerd. De bloei vindt plaats van juli tot oktober, gevolgd door de vorming van zaden in het najaar.
Een compacte overlever: Amaranthus albus trotseert hitte met een hoogte van 0,29 m.
Amaranthus albus maakt deel uit van de ruderalflora. De bloeiperiode tot in oktober biedt voedsel aan ongespecialiseerde insecten. De talrijke zaden (0,3084 mg per stuk) dienen in de winter als voedselbron voor vogels zoals de putter (Carduelis carduelis). Als plant met een hoge nutriëntenbehoefte draagt de soort bij aan het binden van stikstof in de bodem.
Let op: Amaranthus albus is niet veilig voor consumptie. Voorkom inname door kinderen of huisdieren. Raadpleeg bij incidentele inname direct een arts of het antigifcentrum.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
—
Bloeitijd
Jul – Okt
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.286 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (Ellenberg Licht 8), minimaal zes uur direct zonlicht per dag.
Bodem: Voedselrijke bodem (Ellenberg Nährstoffe 7), bij voorkeur verrijkt met rijpe compost.
Bodemgesteldheid: Kalkhoudende of basische ondergrond (Reaktion 7).
Vochtigheid: Matig vochtig tot vers (Feuchte 4), vermijd wateroverlast.
Planttijd: Voorjaar, van maart tot mei, bij een vorstvrije bodem.
Plantafstand: Circa 25 cm voor een optimale ontwikkeling van de bossige vorm.
Onderhoud: Omdat de plant zich via lichte zaden (0,3084 mg) uitzaait, kunnen de uitgebloeide stengels tot het voorjaar blijven staan.
Bemesting: Bij een voedselrijke bodem is extra bemesting meestal niet nodig.
Amaranthus albus behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae) binnen de orde Caryophyllales. De soort komt voor op zonnige wegbermen, puinhellingen en in open ruderalvegetaties. Het is een kruidachtige plant met een constante planthoogte van 0,29 m. Kenmerkend zijn de kleine, groenachtige bloemkluwen in de bladoksels en de brede bladvorm. De soort is aangepast aan warme, door menselijke activiteit beïnvloede habitats en droge omstandigheden.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →