Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAmaranthus crispus
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Amaranthus crispus kenmerkt zich door de karakteristieke gekroesde bladranden en een compacte, lage groeiwijze. Met een hoogte van exact 0,22 m is dit een onopvallende verschijning. De zaden vormen een voedselbron voor vogels zoals de putter (Carduelis carduelis). De soort vestigt zich op open bodemoppervlakken.
Compacte zaadleverancier: met een hoogte van 0,22 m een voedselbron voor zangvogels.
De ecologische waarde van Amaranthus crispus ligt in de zaadproductie. De zaden dienen als energiebron voor inheemse zangvogels zoals de putter (Carduelis carduelis) of de kneu (Linaria cannabina) tijdens het koude seizoen. Met een hoogte van 0,22 m benut de plant niches op open bodem die voor andere soorten te droog of schraal zijn. Het laten staan van de verdroogde planten tot het voorjaar biedt bovendien overwinteringsplekken voor kleine insecten.
Amaranthus crispus is niet geschikt voor consumptie en dient uitsluitend als observatieplant in de natuurtuin te worden beschouwd. Amarant-soorten kunnen nitraten ophopen; voorkom dat kinderen plantendelen in de mond steken.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jul – Sep
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.215 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
• Kies een standplaats in de volle zon met minimaal 6 uur direct zonlicht.
• De bodem dient goed doorlatend te zijn, bij voorkeur zandig of met grind.
• De ideale planttijd is in het voorjaar van april tot mei, zodra de bodem open is.
• Houd bij het planten een afstand van ongeveer 20 cm aan.
• Voorkom dat de plant (0,22 m hoog) wordt overwoekerd door grotere naburige planten.
• Bemesting is niet nodig, aangezien de soort gedijt op matig voedselarme bodems.
• Laat de uitgebloeide stengels in het najaar staan zodat de zaden kunnen rijpen.
• Geschikte partner: Polygonum aviculare, aangezien beide soorten vergelijkbare schrale standplaatsen bewonen.
Amaranthus crispus behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae). De soort groeit bij voorkeur op ruderale locaties, zoals grindterreinen of wegbermen, en geeft de voorkeur aan warme standplaatsen. Het is een niet-verhoutende, kruidachtige plant met een hoogte van exact 0,22 m. De bladeren zijn breed en vertonen sterk gegolfde randen. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika en is als neofyt ingeburgerd in droge, warme regio's in Centraal-Europa.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →