Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAmaranthus viridis
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Amaranthus viridis kenmerkt zich door onopvallende, groenachtige bloemkluwens in dichte aren aan de uiteinden van de stengels. Deze kruidachtige plant koloniseert open plekken. De zaden zijn met ongeveer 0,4 milligram extreem licht, waardoor ze zich moeiteloos via de wind verspreiden. De plant biedt structuur in de nazomer.
Bescheiden laatbloeier: een kruidachtige overlever voor zonnige open plekken.
Amaranthus viridis bloeit van augustus tot oktober. De zaden, met een gewicht van 0,4183 mg, vormen na rijping een voedselbron voor kleine vogels in het koude seizoen. Door het lichte gewicht van de zaden verspreidt de plant zich over grotere afstanden.
Amaranthus viridis is niet kindvriendelijk. In huishoudens met kleine kinderen of huisdieren is voorzichtigheid geboden; plaats de plant bij voorkeur buiten de directe speelruimte.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Aug – Okt
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.4 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een plek in de volle zon.
Bodem: De plant prefereert voedselrijke, goed doorlatende bodems; vermijd wateroverlast.
Groeihoogte: De plant bereikt een hoogte van 0,4 m.
Planttijd: Jonge planten kunnen tussen maart en mei worden uitgezet zodra de bodem is opgewarmd.
Zaaien: De zaden kunnen op open bodem worden uitgestrooid of door de wind worden verspreid.
Onderhoud: Snoeien is tijdens de groeiperiode niet nodig.
Vermeerdering: De soort verspreidt zich via lichte zaden door de wind.
Amaranthus viridis behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae) binnen de orde van de Caryophyllales. Het is een kruidachtige plant die niet verhout. De soort komt oorspronkelijk uit warmere gebieden en groeit in de regio op ruderale terreinen of in tuinen met voedselrijke bodems. Kenmerkend zijn de breedbladige, verspreid staande bladeren.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →