Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMyrica pensylvanica
Myrica pensylvanica valt op door de dichte, opgaande groei en de leerachtige bladeren die bij wrijven een kruidige geur verspreiden. Als neofyt is deze struik een robuuste keuze voor diverse tuinlocaties. De zware zaden zijn afhankelijk van vogels en kleine zoogdieren voor verspreiding, die de vruchten als voedselbron benutten.
Robuuste struik: met een hoogte van 3,05 m een stabiel element in de tuin.
De struik draagt bij aan de biodiversiteit door de productie van zware zaden (ca. 19,95 mg), die in het winterhalfjaar als voedselbron dienen voor vogels en kleine zoogdieren. De hoogte van 3,05 m biedt structuur en schuilgelegenheid voor fauna. Via de mycorrhiza-symbiose draagt de plant bij aan de bodemstructuur.
Myrica pensylvanica is niet veilig voor consumptie. Plaats de struik niet in de nabijheid van speelplaatsen voor kinderen. Bij inname van plantendelen dient direct contact te worden opgenomen met een medische hulpdienst of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Bioregio
Continental
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
3.048 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een standplaats met voldoende ruimte, rekening houdend met de uiteindelijke hoogte van 3,05 m.
Plantperiode: voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november) bij vorstvrije bodem.
Zorg voor een goede bodemverluchting om de arbusculaire mycorrhiza te ondersteunen.
Houd de bodem tijdens de aanplantfase gelijkmatig vochtig; daarna is de struik onderhoudsarm.
Snoeien is enkel nodig voor vormbehoud en vindt plaats in de late winter.
Vermeerdering vindt hoofdzakelijk plaats via zoöchorie (verspreiding door dieren) vanwege het zaadgewicht van 19,9527 mg.
Houd rekening met de verhouting bij het planten, aangezien oudere exemplaren slecht verplantbaar zijn.
Myrica pensylvanica behoort tot de familie Myricaceae. Deze houtige struik bereikt een hoogte van 3,05 m en heeft breed, vaak wintergroen blad. De soort is een neofyt en vertoont een symbiose met arbusculaire mycorrhiza-schimmels, wat de opname van voedingsstoffen uit de bodem bevordert.
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →