Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAnaphes ensipennis
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Anaphes ensipennis behoort tot de familie Mymaridae, in de biologie vaak dwergwespen genoemd. Met een lichaamslengte van ruim onder een millimeter zijn deze insecten kleiner dan een speldenknop. Het zijn eiparasitoïden: het vrouwtje legt haar eieren direct in de eieren van andere insecten. De larve van Anaphes ensipennis ontwikkelt zich in het gastheerei en voedt zich daarmee, waardoor het ongedierte niet uitkomt. Onder een microscoop zijn de behaarde, bijna vederachtige vleugels zichtbaar. In de tuin fungeren ze als natuurlijke vijanden van bladhaantjes.
De levenscyclus van deze dwergwesp is gekoppeld aan de beschikbaarheid van gastheren. Anaphes ensipennis overwintert als larve of pop in een gastheerei in de kruidlaag of de bodem. In het late voorjaar, gelijktijdig met de eiafzet van bladhaantjes, komen de volwassen wespen uit. De levensduur als vliegend insect is kort en bedraagt slechts enkele dagen, waarin een partner moet worden gevonden en nieuwe eieren moeten worden geparasiteerd. Afhankelijk van de weersomstandigheden en het voedselaanbod kunnen er in de zomer meerdere generaties elkaar opvolgen, waarna de laatste generatie van het jaar aan de overwintering begint.
Anaphes ensipennis is ongevaarlijk voor mensen en huisdieren; ze kunnen niet steken of bijten. Het gebruik van chemische insecticiden of synthetische meststoffen dient vermeden te worden, aangezien breedwerkende insecticiden deze kwetsbare wespen doden. Een natuurlijke tuin met inheemse wilde bloemen en een laag bladafval biedt de nodige bescherming voor hun ontwikkeling.
Anaphes ensipennis behoort tot de orde Hymenoptera en de familie Mymaridae. Deze groep is gespecialiseerd in het parasiteren van insecteneieren. Anaphes ensipennis richt zich voornamelijk op de eieren van bladhaantjes (Chrysomelidae), zoals het graanhaantje (Oulema). Volwassen exemplaren voeden zich, indien ze voedsel opnemen, met kleine hoeveelheden nectar of honingdauw, de suikerhoudende uitscheiding van bladluizen. Vanwege hun geringe omvang worden ze gemakkelijk door de wind verspreid, maar ze lokaliseren hun gastheren gericht via chemische signalen van planten die vrijkomen bij aantasting door kevers.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →