
Anchusa ochroleuca
Anchusa ochroleuca is herkenbaar aan de lichtgele bloemen en de borstelig behaarde bladeren. Deze kruidachtige plant is gespecialiseerd in droge, warme schrale graslanden. Met een groeihoogte van 0,7 m is de plant geschikt voor zonnige, droge en voedselarme standplaatsen.
Lichtgele elegantie voor droge standplaatsen met een groeihoogte van 0,7 meter.
Als specialist voor droge en warme standplaatsen is deze soort een belangrijk onderdeel van functionerende schrale graslandbiotopen. De plant draagt bij aan de bodemstabilisatie op zonnige locaties en verrijkt het lokale plantenmozaïek. Omdat de bovengrondse delen in de winter afsterven, levert de plant waardevolle organische stof voor bodemvorming op schrale plekken. De aanwezigheid ondersteunt het behoud van een gespecialiseerde flora.
Anchusa ochroleuca wordt geclassificeerd als niet kindveilig. Bij aanwezigheid van kleine kinderen in het huishouden dient de plant in tuingedeelten te worden geplaatst die niet als speelruimte worden gebruikt. Bij accidentele consumptie direct contact opnemen met de hulpdiensten.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jul
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.7 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een volledig zonnige standplaats die overeenkomt met een droog, warm schraal grasland.
De bodem moet goed doorlatend en eerder voedselarm zijn, aangezien de plant niet tegen wateroverlast kan.
Planttijd voorjaar: jonge planten tussen maart en mei in de grond zetten.
Planttijd najaar: aanplant is mogelijk van september tot november, zolang de bodem open is.
Houd voldoende afstand tot naburige planten om de groeihoogte van 0,7 m te respecteren.
Omdat de plant niet verhout, is snoeien na de bloei meestal alleen om esthetische redenen nodig.
Vermeerdering vindt betrouwbaar plaats via zelfuitzaaiing op geschikte, droge plekken.
Goede partner: Scabiosa columbaria, die dezelfde voorkeur voor droge bodems deelt.
Anchusa ochroleuca behoort tot de familie Boraginaceae. Het natuurlijke verspreidingsgebied omvat droge regio's in Centraal-Europa, waar de soort bij voorkeur groeit in droge, warme schrale graslanden. Als kruidachtige plant kenmerkt zij zich door een breedbladige structuur. De ruwe beharing op alle plantendelen is typerend voor het geslacht en biedt bescherming tegen verdamping op warme dagen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Adobe Stock / AdobeStock_358043154
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →