Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAnthemis ruthenica
6
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Anthemis ruthenica valt op door de witte lintbloemen en het fijn geveerde blad. Deze kruidachtige plant gedijt op droge standplaatsen en bloeit van mei tot augustus. De plant bereikt een hoogte van 0,33 m en is geschikt voor rotstuinen of schrale grasmatten op zonnige, voedselarme plekken. Verschillende vlindersoorten, zoals Melitaea phoebe en Melitaea ornata, bezoeken de plant als nectarplant.
Robuuste zonaanbidder: vier maanden bloeitijd voor zeldzame vlindersoorten.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Anthemis ruthenica fungeert als nectarplant voor diverse vlindersoorten, waaronder Melitaea phoebe, Melitaea ornata en Vanessa virginiensis. De plant vormt een AM-mycorrhiza-symbiose, wat bijdraagt aan de bodemgezondheid. De zaden die in de nazomer rijpen, dienen als voedselbron voor vogels.
Anthemis ruthenica is niet kindvriendelijk. Contact met de plant kan bij gevoelige personen allergische reacties veroorzaken. Consumptie door kinderen dient te worden voorkomen. Verwarring met Matricaria chamomilla is mogelijk, maar Anthemis ruthenica mist de karakteristieke geur van die soort.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Trocken
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Aug
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.332 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon (lichtwaarde 8), minimaal zes uur direct zonlicht.
Bodem: Droge (vochtwaarde 3), voedselarme grond (schrale bodem).
Bodemtype: Neutraal tot zwak zuur (reactiewaarde 5), bij voorkeur zandig of kiezelhoudend.
Planttijd: Voorjaar (maart-mei) of najaar (september tot de eerste vorst).
Onderhoud: Geen bemesting nodig. Laat de verdroogde stengels in de winter staan als bescherming voor insecten.
Snoei: Een snoeibeurt na de eerste bloei in augustus kan de vitaliteit bevorderen.
Anthemis ruthenica behoort tot de familie Asteraceae. De soort is inheems in Duitsland en Oostenrijk en is aangepast aan xerotherme habitats. Als neofyt komt de plant voor op zandige braakliggende terreinen of droge woeste gronden. Het is een niet-verhoutende plant met fijn verdeelde bladeren met een oppervlakte van circa 315,75 mm².
6 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →