Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAnthoceros agrestis
Anthoceros agrestis is herkenbaar aan de smalle, hoornachtige sporendoosjes die verticaal uit het platte, donkergroene thallus groeien. Omdat de plant als niet kindvriendelijk wordt geclassificeerd, is een standplaats buiten het bereik van kleine kinderen vereist. Het is een bijzondere soort voor liefhebbers van minder opvallende flora.
Oeroude uitstraling in miniformaat: de zeldzame Anthoceros agrestis voor de kenner.
Er zijn geen specifieke interacties met bestuivers zoals wilde bijen of vlinders bekend voor Anthoceros agrestis. Als inheemse soort in Oostenrijk is het een onderdeel van de regionale biodiversiteit. Als pioniersoort koloniseert het open bodemplekken en beschermt deze tegen erosie. Het biedt een habitat voor kleine bodemorganismen.
Anthoceros agrestis wordt geclassificeerd als niet kindvriendelijk. De plant dient niet binnen bereik van kleine kinderen te worden geplaatst om accidentele consumptie of contact te vermijden. Er zijn geen gegevens over verwarringsgevaar met giftige soorten, maar voorzichtigheid bij de standplaatskeuze in een gezinstuin is geboden.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
De ideale planttijd is in het voorjaar tussen maart en mei of in het najaar van september tot eind november.
Zorg voor een open en vorstvrije bodem tijdens het planten.
Anthoceros agrestis is inheems in Oostenrijk en aangepast aan het regionale klimaat.
Houd bij de standplaatskeuze rekening met het feit dat de plant niet als kindvriendelijk wordt beschouwd.
Een rustige plek in de tuin die niet als speelruimte wordt gebruikt, is ideaal.
Plaats de plant voorzichtig om het kwetsbare thallus niet te beschadigen.
Omdat er geen specifieke Ellenberg-waarden voor bodemvochtigheid beschikbaar zijn, is observatie ter plaatse aanbevolen.
De vermeerdering vindt zelfstandig plaats via de rechtopstaande sporendoosjes.
Voorkom dat het mos wordt overschaduwd of verdrongen door sterk groeiende naburige planten.
Er zijn geen specifieke begeleidende planten bekend; de soort gedijt in gebieden die voorbehouden zijn aan natuurlijke mosflora.
Anthoceros agrestis behoort tot de groep van de hauwmossen (Anthocerotophyta), een evolutionair oude lijn van landplanten. De soort komt voor in Oostenrijk en geeft de voorkeur aan open terrein. In plaats van bladeren vormt de plant een thallus, een plat op de bodem liggend plantlichaam dat in rozetvorm kan groeien. De kenmerkende hoorns dienen voor de productie en verspreiding van sporen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →