Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieArctotheca calendula
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Arctotheca calendula is herkenbaar aan de felgele bloemhoofdjes en de plat op de grond liggende bladrozet. Als kruidachtige plant bloeit deze soort in de volle zomer op zonnige plekken. Door het lage gewicht van de zaden (0,9165 mg) verspreidt de plant zich effectief via de wind en koloniseert zo open plekken. De plant gedijt op zonnige locaties.
Zonnig geel voor hete dagen: een robuuste zomerbloeier met een exotisch karakter.
In de periode van juni tot juli biedt Arctotheca calendula een extra voedselbron. Omdat de zaden met ongeveer 0,9 mg zeer licht zijn, maakt de plant gebruik van windverspreiding (anemochorie) om nieuwe locaties te bereiken. Dit maakt de soort een pionier op open bodemoppervlakken. In de tuin fungeert de plant als pollenbron voor diverse insecten. De breedbladige rozet biedt bovendien bodembescherming tegen uitdroging.
Let op: Arctotheca calendula is volgens de database niet veilig voor kinderen. De plant dient niet in de buurt van speelplaatsen te worden aangeplant. Bij vermoeden van consumptie dient direct contact te worden opgenomen met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jul
Nectarwaarde
2
Pollenwaarde
2
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een plek in de volle zon met minimaal zes uur direct zonlicht.
Bodem: De bodem dient goed doorlatend en bij voorkeur voedselarm te zijn; vermijd wateroverlast.
Planttijd: Plant jonge exemplaren in het voorjaar tussen maart en mei.
Plantafstand: Houd een afstand van ongeveer 25 tot 30 centimeter aan tussen de planten.
Waterbehoefte: Matig water geven; de plant verdraagt korte droge perioden goed.
Vermeerdering: Arctotheca calendula zorgt vaak zelf voor nakomelingen via zaden die door de wind worden verspreid.
Onderhoud: Verwijder uitgebloeide bloemen regelmatig om de bloeiperiode tot in juli te verlengen.
Goede partner: Cichorium intybus – deze soort behoort eveneens tot de Asteraceae, houdt van zonnige standplaatsen en vormt een kleurcontrast met de blauwe bloemen.
Arctotheca calendula behoort tot de familie van de Asteraceae. De soort is inheems in Zuid-Afrika en komt in Midden-Europa incidenteel voor als neofyt op droge, warme locaties. Het is een kruidachtige plant zonder verhoutende delen. De plant is aangepast aan zonnige standplaatsen en vertoont een groeivorm die doet denken aan de inheemse paardenbloem, hoewel deze botanisch tot het geslacht Arctotheca behoort.
•EuPPollNet — Kuppler et al. (2025), DOI: 10.1111/geb.70000 (CC BY 4.0)
•Database of Pollinator Interactions (DoPI) — Pocock et al. (2022), DOI: 10.1002/ecy.3801 (CC BY)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →