Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAsperula taurina
Asperula taurina kenmerkt zich door de kransstandige bladeren en dichte, zuiver witte bloemhoofdjes die als kleine sterren boven het blad uitsteken. Deze sierlijke bodembedekker is geschikt voor schaduwrijke plekken waar andere planten minder goed gedijen. De bloemen worden bezocht door zweefvliegen. Het aanplanten van deze soort draagt bij aan het behoud van biodiversiteit in lichte bosranden.
Alpiene elegantie voor de schaduw: 29 cm compact wit voor lichte bosranden.
Als gespecialiseerde bewoner van bosranden biedt Asperula taurina een voedselbron in schaduwrijke tuindelen. De witte bloemen trekken vooral vliegen en zweefvliegen aan. De diasporen hebben een gewicht van 21,0 mg, wat wijst op verspreiding over korte afstand, waarbij verspreiding door dieren zoals mieren een rol speelt. Door de dichte groei beschermt de plant de bodem tegen uitdroging en biedt zij een schuilplaats voor loopkevers en andere bodemorganismen.
Asperula taurina wordt niet als kindvriendelijk beschouwd. Hoewel er geen ernstige giftigheid is gedocumenteerd, wordt consumptie door kinderen en huisdieren afgeraden. Bij twijfel of accidentele inname dient contact te worden opgenomen met een antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Apr – Mai
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
0.288 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een halfschaduwrijke tot schaduwrijke standplaats, bij voorkeur onder loofbomen.
De bodem dient humeus en kalkhoudend te zijn.
Planttijd voorjaar: maart tot mei; planttijd najaar: september tot november, zolang de bodem vorstvrij is.
Houd de bodem gelijkmatig vochtig, maar vermijd wateroverlast.
Met een hoogte van 0,29 m is de plant geschikt als bodembedekker in de voorgrond.
De vermeerdering verloopt langzaam via uitlopers en de 21,0 mg zware zaden (diasporen), die meestal nabij de moederplant kiemen.
Terugsnoeien is niet noodzakelijk, maar kan na de bloei plaatsvinden.
Goede partner: Primula veris — deze deelt de voorkeur voor kalkhoudende, halfschaduwrijke standplaatsen.
Asperula taurina behoort tot de familie Rubiaceae en is nauw verwant aan het bekende lievevrouwebedstro (Galium odoratum). De plant komt van nature voor in bergwouden en lichte bosranden, waar de voorkeur uitgaat naar verse, kalkrijke bodems. Het betreft een niet-verhoute, kruidachtige plant met breed blad. Met een hoogte van exact 0,29 m blijft de plant compact en vormt dichte tapijten. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Zuid-Europa tot de Alpenregio's in Centraal-Europa.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →