Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAsplenium trichomanes x septentrionale
De smalle, meestal wintergroene bladeren van deze varen vertonen een vorm die het midden houdt tussen beide ouderplanten. Deze zeldzame natuurlijke hybride groeit bij voorkeur in rotsspleten en draagt bij aan de biodiversiteit. Hoewel de plant geen bloemen vormt, biedt hij in droge muren waardevolle schuilplaatsen voor kleine organismen. De varen is geschikt voor schaduwrijke plekken in een rotstuin waar andere planten moeilijk gedijen.
Een zeldzame hybride voor de tuinmuur: robuust, wintergroen en karakteristiek.
Als varen produceert deze soort geen nectar of pollen en dient daarom niet als voedselbron voor bestuivers zoals wilde bijen. De ecologische waarde ligt in het koloniseren van gespecialiseerde microhabitats in steenvoegen die voor veel andere planten ongeschikt zijn. In deze niches vinden kleine organismen zoals pissebedden en spinnen bescherming. De voortplanting vindt plaats via sporen die aan de onderzijde van de bladeren in sporenhoopjes (sori) rijpen.
De plant is niet geschikt voor consumptie. Er bestaat een risico op verwarring met andere Asplenium-soorten, die eveneens niet voor consumptie bestemd zijn. Voorkom dat kleine kinderen de bladeren in de mond steken.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Farn
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.17 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Halfschaduw tot schaduw in rotsspleten of muurvoegen.
Bodem: Kalkarm, steenachtig en goed doorlatend.
Planttijd: Maart tot mei of september tot november, mits de bodem niet bevroren is.
Onderhoud: De varen is zeer sober en heeft geen bemesting nodig.
Snoei: De wintergroene bladeren niet in het najaar verwijderen, aangezien deze het hart van de plant beschermen.
Vermeerdering: Deling is bij oudere exemplaren mogelijk, maar door de groeiwijze in spleten lastig uit te voeren.
Waterbehoefte: Matig; in rotsspleten blijft de benodigde vochtigheid meestal behouden.
Combinatie: Geschikt in combinatie met Cystopteris fragilis, aangezien beide soorten vergelijkbare niches in stenen muren bezetten en bijdragen aan een stabiel microklimaat voor mossen.
Deze varen behoort tot de familie Aspleniaceae en is een natuurlijke kruising tussen Asplenium trichomanes en Asplenium septentrionale. De soort komt voor in Oostenrijk en vestigt zich voornamelijk in silicaatrijke rotsspleten. De morfologische kenmerken van de bladeren zijn een combinatie van geveerde en gevorkte vormen. Als hybride komt de plant vaak voor op locaties waar beide ouderplanten samen groeien.
1 video over Asplenium trichomanes x septentrionale
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →