Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAtriplex rosea
Atriplex rosea is herkenbaar aan de zilverachtige, melige beharing op de bladeren. Deze eenjarige plant valt op door de vaak roodachtig aangelopen schutbladen rond de vruchten. Als archeofyt en soort die op de Rode Lijst (categorie 3) staat, is zij een zeldzame verschijning. De plant groeit bij voorkeur op voedselrijke, vitale bodems.
Rode-Lijst-rariteit: behoud een stuk levende natuurgeschiedenis in de tuin.
De ecologische waarde van Atriplex rosea ligt in haar status als bedreigde soort op de Rode Lijst (categorie 3). Als archeofyt vormt zij een historisch element van het cultuurlandschap. De talrijke zaden dienen als voedselbron voor vogels tijdens de wintermaanden. Door haar specifieke bodemeisen draagt zij bij aan een gespecialiseerde levensgemeenschap in de wortelzone.
Atriplex rosea is niet geschikt voor consumptie. De bladeren kunnen nitraten ophopen, wat kenmerkend is voor veel Atriplex-soorten op stikstofrijke bodems. De plant dient in de tuin uitsluitend als sier- en natuurbeschermingsplant te worden beschouwd.
Licht
Sonne
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Starkzehrer (Nährstoffreicher/Fetter Boden)
Bloeitijd
Jul – Sep
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.471 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies voor Atriplex rosea een volledig zonnige standplaats.
De bodem dient vers te zijn, wat neerkomt op een matige vochtigheid zonder wateroverlast.
Een goede nutriëntenvoorziening is essentieel, aangezien de plant veel mineralen uit de bodem opneemt.
De ideale planttijd is in het voorjaar van maart tot mei of in het najaar van september tot november, mits de bodem niet bevroren is.
Het toevoegen van rijpe compost voor het planten ondersteunt de vitaliteit.
De plant vormt geen mycorrhiza en is daardoor afhankelijk van direct beschikbare voedingsstoffen in de bodem.
Laat uitgebloeide stengels in het najaar staan om natuurlijke uitzaaiing mogelijk te maken.
Vermeerdering vindt eenvoudig plaats via de zaden die op de standplaats rijpen.
Snoeien is tijdens de groeiperiode niet nodig.
Atriplex rosea behoort tot de familie Amaranthaceae en de orde Caryophyllales. Als eenjarige archeofyt is de soort inheems in Centraal-Europa, waar zij warme standplaatsen op voedselrijke ruderale gronden verkiest. Een kenmerkend aspect is de melige beharing, die dient als bescherming tegen verdamping en de plant een grijsgroen uiterlijk geeft. Door het verlies van leefgebieden is de soort in de gehele regio zeldzaam geworden.
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →