Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieBerberis empetrifolia
Berberis empetrifolia valt op door de smalle, naaldachtige bladeren. Deze dwergstruik is geschikt voor zonnige rotstuinen, waar de kruipende groeiwijze de bodem bedekt en vocht vasthoudt. De dichte structuur biedt een schuilplaats voor bodemorganismen. De bessen dienen in de nazomer als voedselbron voor vogels, die tevens zorgen voor de verspreiding van de zaden. Het is een robuuste, groenblijvende struik voor droge standplaatsen.
Compacte, groenblijvende bodembedekker van 49 cm hoog: robuust en volledig winterhard.
Met een hoogte van 0,49 m fungeert deze struik als bodemnabije structuurgever. De vruchten hebben een gewicht van 6,38 mg en vormen een voedselbron voor vogels, die de zaden verspreiden. Als houtige plant biedt de struik in de winter een stabiel microklimaat voor overwinterende insecten en draagt zo bij aan de algemene biodiversiteit.
Berberis empetrifolia is niet kindvriendelijk. Zoals bij veel Berberidaceae kunnen de plantendelen bij consumptie maagklachten veroorzaken. De plant bezit kleine doorns; het dragen van tuinhandschoenen tijdens het planten en onderhoud is aanbevolen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Immergrün
Planthoogte
0.49 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon, bij voorkeur op xerotherme (droge en warme) locaties.
Bodem: Goed doorlatend en arm aan voedingsstoffen; vermijd wateroverlast.
Planttijd voorjaar: Maart tot mei.
Planttijd najaar: September tot november, mits de bodem niet bevroren is.
Plantafstand: 40 tot 50 centimeter.
Snoei: Zelden nodig vanwege de trage groei en de geringe hoogte van 0,49 m.
Bodemvoorbereiding: Meng bij zware grond ruim zand of fijn grind door de bodem voor een goede drainage.
Combinatie: Thymus pulegioides deelt de voorkeur voor magere, zonnige standplaatsen.
Berberis empetrifolia behoort tot de familie Berberidaceae en groeit als een houtige struik. Met een hoogte van 0,49 m blijft de plant compact, wat haar geschikt maakt voor alpine plantengemeenschappen of rotstuinen. De bladeren zijn smal ingerold, waardoor ze doen denken aan heideachtigen. De soort is inheems in Zuid-Amerika, volledig winterhard en groenblijvend.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →