Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieBerberis thunbergii
2
Soorten
interageren
2
Interacties
gedocumenteerd
2
Gastheerrelaties
Soorten
Berberis thunbergii is een dichte, doornige struik met kleine, lepelvormige bladeren die in de herfst felrood kleuren. Met een hoogte van 2,44 m biedt de plant een schuilplaats voor vogels. De bladeren dienen als rupswaardplant voor onder meer de Hemithea aestivaria en de Pareulype berberata.
Doornig struweel en waardevolle kraamkamer voor gespecialiseerde spanners.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
De bloei in mei trekt diverse insecten aan. De soort fungeert als rupswaardplant voor gespecialiseerde vlinders zoals Hemithea aestivaria en Pareulype berberata. De rode bessen dienen in de winter als voedselbron voor vogels, die tevens zorgen voor de verspreiding van de zaden. Het diaspoorgewicht bedraagt 16,9562 mg. De dichte doorns bieden een beschermde nestplaats voor vogels.
Berberis thunbergii is niet kindvriendelijk. De plant heeft scherpe doorns die letsel kunnen veroorzaken en delen van de plant zijn licht giftig. Draag bij werkzaamheden aan de struik altijd stevige tuinhandschoenen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Mai
Groeivorm
Strauch
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
2.442 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon tot halfschaduw voor een optimale bladkleuring.
Bodem: Goed doorlatende grond is vereist om wateroverlast te voorkomen.
Planttijd voorjaar: Maart tot mei.
Planttijd najaar: September tot de eerste vorst.
Watergift: Jonge struiken in het eerste jaar regelmatig water geven, vooral bij droogte.
Snoei: Vormsnoei is mogelijk, maar voor de ecologische waarde niet noodzakelijk.
Plantafstand: Houd bij groepsbeplanting een afstand van circa één meter aan.
Combinatie: Rosa canina is een geschikte partner vanwege de vergelijkbare standplaatseisen.
Berberis thunbergii behoort tot de familie Berberidaceae en de orde Ranunculales. De soort is afkomstig uit Oost-Azië en is in Midden-Europa ingeburgerd in tuinen en heggen. Het natuurlijke habitat bestaat uit lichte bossen en bosranden. De struik kenmerkt zich door verhoute takken en scherpe blad-doorns, die botanisch gezien gemodificeerde bladeren zijn. De plant bereikt een hoogte van 2,44 m.
2 soorten gebruiken deze plant als gastheer
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →