Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieBidens pilosa
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Bidens pilosa is herkenbaar aan de zaden met haakjes die zich aan kleding of vacht hechten. Deze kruidachtige plant bereikt een hoogte van 0,9 m. De bloei vindt laat in het seizoen plaats, van augustus tot september, waardoor de plant in deze periode een voedselbron vormt.
Late bloeier met een hoogte van 0,9 m als aanvulling voor het einde van het tuinseizoen.
Door de late bloei in augustus en september biedt Bidens pilosa nectar en pollen voor laat vliegende insecten. De zaden van 1,8 mg dienen als wintervoedsel voor vogels. De afgestorven stengels bieden een overwinteringsplek voor kleine bodemorganismen.
Bidens pilosa is niet kindvriendelijk. De zaden met haakjes kunnen bij contact huidirritatie veroorzaken of zich vasthechten aan kleding en huid. Draag bij werkzaamheden aan de plant tuinhandschoenen. Bij inslikken of problemen contact opnemen met een arts of het antigifcentrum.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Aug – Sep
Groeivorm
Krautige Pflanze
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.9 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kroonbuis
1.4 mm
Planttijd: bij voorkeur in het voorjaar tussen april en mei.
Standplaats: zonnig tot halfschaduw.
Bodem: voedselrijk en matig vochtig om de groeihoogte van 0,9 m te ondersteunen.
Ruimte: houd rekening met de breedte van het blad.
Onderhoud: aangezien de plant niet verhout, is snoei tijdens het groeiseizoen niet nodig.
Vermeerdering: de plant verspreidt zich vaak zelfstandig via de lichte zaden.
Winter: laat de verdroogde stengels tot het voorjaar staan voor zaadverspreiding.
Combinatie: Phacelia tanacetifolia is een geschikte buurplant op voedselrijke bodems.
Bidens pilosa behoort tot de familie Asteraceae. De soort komt voor op ruderale locaties, zoals voedselrijke puin- en onkruidvegetaties, en warme wegbermen. De plant is niet verhout en heeft bladeren met een oppervlakte van circa 463 mm². De zaden (diasporen) wegen ongeveer 1,8 mg, wat bijdraagt aan een effectieve verspreiding over lange afstanden.
•Baden-Böhm F, App M, Thiele J (2022) — The FloRes Database: A floral resources trait database for pollinator habitat-assessment generated by a multistep workflow. Johann Heinrich von Thünen-Institut, Dryad, DOI: 10.5061/dryad.djh9w0w29 (CC0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →