Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieBromus briziformis
Uitheemse soort (Neofyt)
Deze plant is niet inheems in Centraal-Europa. Ze werd na 1492 geïntroduceerd en heeft zich in het wild gevestigd. Gedocumenteerde interacties met inheemse fauna staan hieronder vermeld — deze vervangen echter niet de ecologische waarde van inheemse planten.
Bromus briziformis valt op door de hangende, platte aartjes die doen denken aan trilgras. De soort voegt een verfijnde structuur toe aan de beplanting. De zaden vormen in de winter een voedselbron voor diverse vogelsoorten.
Fijnzinnig windspel: Bromus briziformis brengt beweging en vogelvoer in de beplanting.
De zaden (diasporen) van 3,1499 mg maken efficiënte verspreiding door de wind mogelijk en dienen in de winter als energiebron voor zaadetende vogels. De niet-verhoutende, breedbladige groeiwijze biedt tijdens het groeiseizoen beschutting aan bodembewonende geleedpotigen.
Bromus briziformis is niet kindvriendelijk. De kafnaalden aan de aartjes kunnen bij inslikken of huidcontact mechanische irritatie van de slijmvliezen veroorzaken.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Mai – Jul
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.48 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Volle zon voor een optimale stevigheid van de halmen.
Bodem: Doorlatende, schrale bodem; vermijd wateroverlast.
Planttijd: Maart tot mei of september tot november.
Plantafstand: 25 tot 30 cm.
Waterbehoefte: Eens gevestigd is de plant droogteresistent; enkel water geven bij extreme hitte.
Vermeerdering: Verspreidt zich via zelfuitzaaiing met zaden van 3,1499 mg.
Snoei: Halmen pas in de late winter terugknippen om de winterstructuur te behouden.
Combinatie: Achillea millefolium is een geschikte partner vanwege vergelijkbare eisen aan droogte.
Bromus briziformis behoort tot de familie Poaceae. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit West-Azië en Oost-Europa en komt in Centraal-Europa voor als siergras of op droge ruderalen. De plant kenmerkt zich door brede bladeren en eivormige aartjes aan dunne stengels. De plant bereikt een hoogte van 0,48 m en gedijt op schrale graslanden.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →