Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieBromus lanceolatus
Bromus lanceolatus is herkenbaar aan de opvallend grote, lancetvormige aartjes. Dit gras bereikt een hoogte van 0,35 m en bloeit in juni en juli. De zaden verspreiden zich via de wind, wat bijdraagt aan een natuurlijke dynamiek op schrale gronden. Het is een geschikte soort voor droge, zonnige locaties in een natuurlijke tuin.
Opvallende aartjes en een compacte groei van 35 centimeter: geschikt voor droge, zonnige borders.
Als inheems gras draagt Bromus lanceolatus bij aan het tuinbiotoop. De zaden die na de bloei in juli rijpen, vormen een voedselbron voor vogels. Door het lage gewicht van de zaden (2,7367 mg) kunnen deze zich via de wind verspreiden en nieuwe locaties koloniseren. De bladstructuur biedt schuil- en jachtgelegenheid voor bodembewonende geleedpotigen.
Bromus lanceolatus wordt niet als kindvriendelijk beschouwd. De kafnaalden aan de aartjes kunnen bij contact huidirritatie veroorzaken of blijven haken in kleding en de vacht van dieren. Plaatsing buiten speelzones is aanbevolen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Jun – Jul
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.353 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Plant Bromus lanceolatus op een zonnige standplaats met een goed doorlatende bodem.
De ideale planttijd is in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), mits de bodem vorstvrij is.
De plant gedijt op een schrale ondergrond; bemesting is doorgaans niet nodig.
Met een hoogte van 0,35 m is ondersteuning niet vereist.
De verdroogde stengels kunnen aan het einde van de winter tot aan de grond worden teruggeknipt.
Vermeerdering vindt plaats via natuurlijke uitzaaiing van de zaden (2,7367 mg).
Water geven is alleen nodig tijdens extreme droogte direct na het aanplanten.
Geschikte combinatie: Achillea millefolium, vanwege vergelijkbare eisen aan droogte.
Bromus lanceolatus behoort tot de familie van de grassen (Poaceae). De soort komt van nature voor in warme, open landschappen zoals droge, warme graslanden en ruderale terreinen. De plant heeft niet-verhoutende stengels en bladeren met een oppervlakte van circa 83,34 mm². Kenmerkend zijn de lancetvormige aartjes, die robuuster zijn dan bij veel verwante soorten.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →