Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieCalamagrostis vilnensis
39
Soorten
interageren
46
Interacties
gedocumenteerd
Calamagrostis vilnensis valt op door de fijn vertakte, ijle bloeipluimen. Dit siergras vormt dichte pollen en draagt bij aan een natuurlijke uitstraling. Voor de biodiversiteit is de soort van belang als waardplant voor vlinders zoals het groot dikkopje (Ochlodes sylvanus). In de winter bieden de stengels beschutting aan overwinterende insecten en vormen ze een voedselbron voor vogels.
Essentiële kraamkamer voor het zeldzame spiegeldikkopje.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Calamagrostis vilnensis fungeert als rupswaardplant voor diverse vlindersoorten, waaronder het kalkgraslanddikkopje (Carterocephalus palaemon), de spiegeldikkopje (Heteropterus morpheus), het noordse dikkopje (Carterocephalus silvicola) en het groot dikkopje (Ochlodes sylvanus). De bloemen worden door de wind bestoven, terwijl de dichte vegetatie schuilplaatsen biedt aan insecten. De zaden dienen in de winter als voedsel voor vogels.
De bladranden kunnen scherp zijn, wat bij onvoorzichtig contact tot kleine snijwonden kan leiden. De plant bevat geen giftige stoffen en is onschadelijk voor huisdieren.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
—
Standplaats: De plant geeft de voorkeur aan lichte, halfschaduwrijke plekken.
Bodem: Geschikt voor normale tuingrond, mits deze matig vochtig blijft.
Planttijd: Bij voorkeur in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november), zolang de bodem bewerkbaar is.
Onderhoud: Snoei de plant pas in de late winter (februari); de oude stengels bieden in de winter bescherming.
Vermeerdering: Vermeerdering is mogelijk door de wortelstok in het vroege voorjaar te delen.
Water geven: Tijdens droge zomers is incidenteel water geven aanbevolen om de stengels vitaal te houden.
Combinatie: Filipendula ulmaria is een geschikte partner, aangezien beide soorten vergelijkbare eisen stellen aan de bodemvochtigheid.
Calamagrostis vilnensis behoort tot de familie van de grassen (Poaceae). De soort komt van nature voor in bosranden en op vochtige graslanden. De plant groeit opgaand en heeft smalle, lijnvormige bladeren. Kenmerkend is de symbiose met arbusculaire mycorrhizaschimmels in de wortelzone, die de opname van voedingsstoffen uit de bodem ondersteunen.
39 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →